
8-1-2026

De Europese Commissie publiceerde in december het voornemen om de regelgeving voor de toelating van bestrijdingsmiddelen te vereenvoudigen. Het Europees Parlement zal hierover in de komende maanden een besluit nemen. Wij maken ons grote zorgen over een deel van de voorgestelde veranderingen. Wij begrijpen de wens om de huidige regelgeving te vereenvoudigen, maar de huidige voorstellen bieden volgens ons onvoldoende garanties voor de veiligheid van mens en milieu.
In de huidige landbouw worden bestrijdingsmiddelen gebruikt om ziekten, plagen en onkruiden in gewassen te bestrijden. Bij de toelating van deze bestrijdingsmiddelen op de markt worden de risico’s ervan voor mens en milieu volgens vaste procedures ingeschat. Er is steeds vaker discussie over mogelijke ‘gaten’ in deze procedures, maar de procedures zijn in elk geval gebaseerd op voortschrijdend wetenschappelijk inzicht.
Hoe werkt het nu? Een toelating van een bestrijdingsmiddel in Europa is in principe voor 10 jaar, want daarna moet het middel opnieuw beoordeeld worden. Deze herbeoordeling moet worden uitgevoerd op basis van de laatste wetenschappelijke bevindingen. Dit zorgt ervoor dat de meest recente inzichten in mogelijke negatieve effecten van bestrijdingsmiddelen op mens en milieu worden meegewogen.
Een voorbeeld hiervan zijn de neonicotinoïde insecticiden. Na een eerste toelating van deze stoffen begin jaren negentig, bleek dat bijen en andere niet doelorganismen toch negatief beïnvloed werden. Bij hun 10-jaarlijkse herbeoordeling zijn deze insecticiden in 2018 verboden voor buitengebruik in Europa, het systeem werkte.
Wat wil men veranderen? De Europese Commissie wil het systeem van toelating van bestrijdingsmiddelen vereenvoudigen. Eén van de voorstellen is om de reguliere, 10-jaarlijkse herbeoordeling van stoffen af te schaffen. In het voorgestelde beleid wordt een stof in principe voor altijd toegelaten. De ‘noodrem’ in de toelatingsprocedure voor stoffen wordt zo afgeschaft. Wij vinden het verbijsterend dat nieuwe wetenschappelijke inzichten die na eerste toelating verworven worden dus niet meer meegenomen zullen worden in de risicobeoordeling van bestaande stoffen.
Wetenschap is dynamisch en kennis ontwikkelt. Wij zijn van mening dat nieuwe kennis altijd meegenomen moet worden om mens en milieu te beschermen. De geschiedenis laat zien dat de werkelijke effecten van bestrijdingsmiddelen vaak pas duidelijk worden na daadwerkelijk gebruik ervan in de praktijk. De voorgestelde afschaffing van de periodieke herbeoordeling van stoffen is zorgwekkend voor de gezondheid van de mens én milieu.
Stel je voor: als achteraf blijkt dat een toegelaten stof tot parkinson of een andere levensbedreigende ziekte kan leiden, kan dit niet worden meegewogen. Op dit moment gebeurt dat automatisch, bij een herbeoordeling van de stof. Als gevolg van de voorgestelde veranderingen zou een dergelijke stof echter blijvend kunnen worden toegepast, ongeacht nieuwe wetenschappelijke kennis, met alle risico’s en mogelijke gevolgen van dien.
Wat kan er nog wel in de voorgestelde nieuwe regels? ’Problematische’ stoffen kunnen worden voorgedragen voor vervanging door alternatieven, deze moeten echter wel voorhanden zijn. Bij een herbeoordeling kan ook nog steeds worden voorgesteld voor stoffen waarvoor bij indiening informatie ontbrak of onzeker was. Dit zijn echter zeer vrijblijvend geformuleerde criteria.
Waarom trekken wij als wetenschappers nu aan de bel? De EU-commissie wil de toelating van bestrijdingsmiddelen graag versimpelen, versnellen en doelmatiger maken. Dit streven wordt breed gedragen, omdat de doorlooptijd voor de toelating van een stof in de EU 5 tot 10 jaar bedraagt, terwijl dit op andere continenten slechts 1 tot 2 jaar is.
Ook wij zien dat, op basis van de huidige wetenschap, herziening van de toelatingsprocedure noodzakelijk is. De huidige voorstellen veronachtzamen echter risico’s van stoffen waarvan pas achteraf bekend is geworden dat ze schadelijk zijn, maar welke toch kunnen worden gebruikt . Deze voorstellen zijn daardoor onverstandig en onwenselijk en maken ongewenste effecten op mensen, milieu en biodiversiteit aannemelijk.
Daarnaast zullen boeren die de stoffen gebruiken nooit weten of deze wel veilig zijn voor henzelf, hun familie en omgeving, en hun consumenten. Het huidige voorstel is daarom een grote stap achteruit: het maakt de marketing en gebruik van bestrijdingsmiddelen makkelijker, maar tegelijkertijd onveiliger voor mens en milieu.
Wij roepen daarom de Europarlementariërs op om de voorstellen kritisch te beschouwen en de onderdelen van het huidige systeem die wél werken, waaronder de reguliere en wetenschappelijk onderbouwde herbeoordeling van stoffen, te behouden.
Nico van den Brink is hoogleraar Toxicologie, Wageningen Universiteit & Research. Paul van den Brink is hoogleraar Chemische Stress Ecologie, Wageningen Universiteit & Research. Martina Vijver is hoogleraar Ecotoxicologie, Leiden Universiteit. Michiel Kraak is hoogleraar Aquatische Ecotoxicologie, Universiteit van Amsterdam. Milo de Baat is universitair docent Waterkwaliteit & Ecotoxicologie, Universiteit van Amsterdam. Liesje Mommer is hoogleraar Ondergrondse Ecologie, Wageningen Universiteit & Research. Timo Hamers is universitair hoofddocent Milieugezondheid en Toxicologie, Vrije Universiteit Amsterdam. Marleen Riemens is Strategic Advisor Plant Sciences, Wageningen Universiteit & Research. Johan Bremmer is senior onderzoeker Plantgezondheid, Wageningen Universiteit & Research. Bas Bloem is hoogleraar Neurologie Radboud Universiteit Nijmegen. Marcel Dicke is hoogleraar emeritus Entomologie, Wageningen Universiteit & Research. Samantha Hughes is universitair docent Toxicologie, Wageningen Universiteit & Research. Henrik Barmentlo is universitair docent Ecologie & Ecotoxicologie. Universiteit Leiden. Ad Ragas is hoogleraar Milieuwetenschappen, Radboud Universiteit, Nijmegen.
Deel dit bericht
pageviews: 15