Amsterdamse servers zijn stroomslurpers (en hun restwarmte benutten maakt de zaak nog erger)

Nieuws

20-7-2019 FTM

Amsterdamse datacenters leggen een dusdanig groot beslag op de schaarse ruimte en stroom dat het stadsbestuur een voorlopige bouwstop heeft afgekondigd. De gemeente houdt de deur echter op een kier voor ‘groene’ datacenters die hun restwarmte gratis ter beschikking stellen, omdat die een belangrijke bijdrage zouden kunnen leveren aan het aardgasvrij maken van Amsterdam. Een nadere analyse van een gepland warmtenet op datacenter-restwarmte in de Watergraafsmeer belooft weinig goeds: een fiasco dreigt voor de stad, de bewoners, het klimaat én het stroomnet.

‘Servers vervangen gas,’ kopte Het Parool in juni van dit jaar. De Amsterdamse wijk Middenmeer-Noord, onderdeel van de Watergraafsmeer, krijgt een primeur: een warmtenet gevoed met restwarmte uit het nabijgelegen datacenter van Equinix. Mogelijk kunnen straks 1.650 huishoudens profiteren van deze restwarmte. De gemeente subsidieert het initiatief met 11,2 miljoen euro. Dat is ‘leergeld’ dat verantwoordelijk wethouder Marieke van Doorninck (GroenLinks) zegt graag te willen betalen, want ‘die kennis en ervaring gaan we gebruiken bij het aardgasvrij maken van heel Amsterdam’.

Geen woord over het feit dat de Amsterdamse datacenters inmiddels meer stroom gebruiken dan alle huishoudens bij elkaar; stroom die even verderop grotendeels met fossiele brandstoffen – waaronder steenkool – moet worden opgewekt. Geen woord over de problemen die netbeheerder Alliander nu al ondervindt met de stroomhonger van de datacenters. Volgens Alliander stijgt per nieuw datacenter de elektriciteitsvraag in Amsterdam met die van een stad van 35 duizend tot 140 duizend inwoners – denk Aalsmeer of Zwolle. Amsterdam telt inmiddels 22 datacenters. Bij gebrek aan capaciteit is de stroom in grote delen van de stad dan ook al ‘op’. Geen woord ook over het onlangs in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam opgestelde rapport dat bij wethouder Van Doorninck op tafel ligt, waarin wordt voorgerekend dat de restwarmte uit datacenters ‘laagwaardig’ is en daarmee zo goed als onbruikbaar voor oudere huizen, zoals die in de Middenmeer.

‘Laagwaardige restwarmte’

De restwarmte van een datacenter is met 30 graden net een lauw bad. Het rapport van D-Cision spreekt daarom van laagwaardige restwarmte. ‘Tegenwoordig wordt in bestaande stadswarmtenetten vooral gebruik gemaakt van water van 120 graden Celsius,’ aldus de onderzoekers. Met reden, want bij lagere temperaturen wordt het al snel inefficiënt. Zulke laagwaardige restwarmte is eigenlijk alleen geschikt voor energieneutrale nieuwbouw met vloerverwarming, veel radiatoroppervlak en uitstekende isolatie. Om die ook voor oudere woningen – zeg maar het merendeel van Amsterdam, inclusief Middenmeer – bruikbaar te maken, moet de temperatuur omhoog naar 70 tot 85 graden. Om dat te bewerkstelligen moet er veel energie bij, en dient er veel geïnvesteerd te worden in geïsoleerde leidingen en industriële warmtepompen. Vergelijkbare restwarmte van de Hemwegcentrale wordt bij gebrek aan belangstelling al sinds jaar en dag in het IJ geloosd.

Geeft dat niet te denken? ‘Niet echt,’ aldus wethouder Van Doorninck, ‘die centrale gaat toch dicht. Hetere restwarmte komt over het algemeen uit installaties waar dingen worden verbrand – fossiele grondstoffen dan wel afval. Op de langere termijn willen we daar vanaf, of het in ieder geval minimaliseren; dus dan zullen we toch het beste moeten halen uit de warmte die we wél hebben, of anderen dat nu laagwaardig noemen of niet. Onze nieuwbouw wordt allemaal energieneutraal, daarvoor is die warmte prima geschikt. Wettelijk moeten we dat water dan nog steeds verwarmen, onder andere om eventuele legionellabacteriën te doden, maar hopelijk kan daar een andere oplossing voor worden gevonden. Voor oudbouw moet het sowieso verwarmd worden, maar door goed te isoleren, kan dat ook omlaag. Transitie gaat in stappen.’

Die eerste stappen worden dus in Middenmeer-Noord gezet. Hoe groot is de totale investering in het warmtenet, hoeveel energie moet daar jaarlijks bij en wie gaat dat betalen? Als FTM deze vragen voorafgaand aan een interview schriftelijk voorlegt aan Rick Vermin – namens GroenLinks bestuurder van stadsdeel Oost, waartoe Middenmeer behoort, en al lange tijd pleitbezorger van het warmtenet – zegt hij de interviewafspraak af, omdat hij de vragen ‘vrij technisch’ vindt.

Kort daarop volgt een mail waarin Vermin uitlegt dat er vooral heel veel onzekerheden zijn. ‘De huidige investering door de gemeente kenmerkt zich door een hoog innovatief karakter,’ en ‘De gemeente neemt daartoe de experimentele stap om een gedeelte van een warmtenet aan te leggen, zonder dat bekend is tegen welke prijs ze die investering te zijner tijd kan verkopen, wie de koper is, wie de rest van de benodigde investeringen gaat doen, wie het netwerk gaat exploiteren en hoeveel klanten de warmte gaan gebruiken tegen welke prijs. De stedelijke en landelijke aardgasvrij-plannen geven goed vertrouwen dat dit in orde gaat komen, zeker gezien het enthousiasme in de buurt.’

Die enthousiaste buurtbewoners hebben zich verenigd in buurtcoöperatie MeerEnergie. De coöperatie schat de totaal benodigde investering in het warmtenet op 40 miljoen euro. Momenteel telt de coöperatie 700 leden, maar men hoopt heel Middenmeer-Noord mee te krijgen en zo op 1.650 deelnemers uit te komen. Als dat lukt, komt dat omgerekend neer op een investering van ruim 24 duizend euro per huishouden, waarvan de gemeente dus een kleine 7 duizend euro per huishouden voor haar rekening neemt. Buurtbewoner Job van der Grinten is bestuurslid van MeerEnergie. Hij beaamt dat er veel stroom bij zal moeten om de restwarmte op te waarderen. Daarnaast moet volgens hem rekening worden gehouden met warmteverliezen in het warmtenet, wat nog eens 20 tot 30 procent extra energie vraagt.

Amper kostenbesparing, maar wel een stijging van CO2-uitstoot

Wat betekent de omschakeling van aardgas naar een warmtenet voor de bewoners? Een gemiddeld huishouden gebruikt 1.500 kubieke meter aardgas per jaar. Als Middenmeer-Noord straks van het gas gaat, levert dat per huishouden een jaarlijkse besparing op van 1.185 euro (uitgaande van 79 cent per kuub gas) en een vermeden uitstoot van 2.835 kilo CO2. Om dezelfde hoeveelheid warmte met een warmtepomp uit die restwarmte te halen, zal het elektriciteitsverbruik per huishouden met zo’n 5.000 kWh stijgen, ofwel 1.125 euro per jaar (uitgaande van 22,5 cent per kWh). Die extra stroom zorgt volgens de lijst emissiefactoren (opgesteld door onder andere het ministerie van EZ en Milieu Centraal) voor een CO2-uitstoot van 3.245 kilo, uitgaande van gewone, grijze stroom uit een Nederlands stopcontact. Kortom, een minimale jaarlijkse besparing van 60 euro per huishouden op de energierekening en geen daling, maar een stijging van de CO2-uitstoot.

Die stijgende uitstoot wekt wellicht verbazing. De reden: elektriciteit is niet altijd de meest efficiënte manier om warmte te genereren. Wanneer je thuis aardgas verbrandt in een HR-ketel, wordt vrijwel alle energie omgezet in warmte. Wanneer je gas in een elektriciteitscentrale verbrandt, wordt zo’n 40 procent omgezet in elektriciteit en houd je 60 procent warmte over, maar op een plek waar je er niets aan hebt en waar het veelal als afval/restwarmte in een rivier of kanaal eindigt. Om met de opgewekte elektriciteit vervolgens thuis warmte te genereren met een warmtepomp, moet voor elke Joule elektriciteit dus minimaal 2,5 Joule warmte gegenereerd worden om überhaupt quitte te spelen, zowel wat betreft energie als uitstoot. De warmtepomp in Middenmeer-Noord zit daar naar verwachting nipt boven, maar omdat stroom in Nederland voor een aanzienlijk deel met kolen wordt opgewekt, pakt de uitstoot negatief uit. Dit is ook de reden waarom volgens het CBS met elke nieuw geïnstalleerde warmtepomp op buitenlucht de CO2-uitstoot stijgt, in plaats van daalt.

Het is de vraag of Alliander de extra stroom voor die warmtepomp straks überhaupt kan leveren. Volgens de netbeheerder zit het stroomnet in de wijk aan de maximale capaciteit, met dank aan hetzelfde datacenter dat de restwarmte zal leveren. De Amsterdamse datacenters leggen in grote delen van de stad sowieso een enorm beslag op het stroomnetwerk: ook Zuid-Oost en West (het havengebied en delen van Nieuw-West) zijn ‘probleemgebieden’. Om de capaciteit van het net uit te breiden, zijn nieuwe verdeelstations nodig; de bouw daarvan zal – vanwege bestemmingsplannen, vergunningen en bezwaren van omwonenden – naar verwachting nog zeker zeven jaar op zich laten wachten.

Het kabinet heeft een verlaging van de elektriciteitsprijs en stijging van de gasprijs aangekondigd. Die zullen het financiële plaatje van MeerEnergie wat rooskleuriger maken, maar het blijft een uiterst wankele propositie: een paar honderd euro energiewinst per huishouden per jaar op een investering van 40 miljoen die moet worden onderhouden en waarop moet worden afgeschreven. Maar bestuurslid Van der Grinten is optimistisch: ‘Als de huizen in de loop van de tijd beter geïsoleerd worden en meer vloerverwarming wordt aangelegd, kunnen we omlaag met de toevoertemperatuur en zal het rendement van de warmtepomp steeds beter worden.’ Daarbij verwacht MeerEnergie als grootverbruiker een aanzienlijk lagere prijs voor de benodigde stroom te kunnen bedingen.

Dat roept de vraag op waarom MeerEnergie volgens datzelfde principe niet gewoon collectief een lagere gasprijs probeert te bedingen: dat scheelt de aanleg van een duur warmtenet en het klimaat is ook beter af. En als er dan een warmtenet moet komen, kun je dan niet beter aanhaken bij een bestaand warmtenet dat wél water op temperatuur levert? Van der Grinten: ‘Wij zijn een energiecoöperatie en willen niet afhankelijk zijn van een commercieel energiebedrijf. Deze plannen dienen juist om de restwarmte uit de buurt te gebruiken die nu ongebruikt de lucht in gaat. Daarmee bespaar je meer CO2 dan wanneer je de restwarmte van Nuon gebruikt, omdat die met aardgas geproduceerd wordt. En Nuons restwarmte is geen warmte die anders de lucht in zou gaan, die wordt nu al nuttig gebruikt.’ Verder is MeerEnergie volgens Van der Grinten van plan de voor de additionele verwarming benodigde stroom groen in te kopen, waardoor de CO2-balans veel gunstiger zal uitpakken.

Het is de vraag of die argumenten hout snijden. Allereerst is een datacenter natuurlijk ook een commercieel bedrijf. En waarom zou restwarmte uit een datacenter dat stroom slurpt uit een Nuon-centrale groener zijn dan restwarmte uit diezelfde centrale? Bovendien moet die centrale straks extra stoken om aan de extra stroomvraag van de warmtepompen voor het warmtenet te voldoen. En tot slot is ‘groen ingekochte stroom’ slechts een administratief product waar veelal geen grammetje CO2 mee wordt bespaard.

lees artikel/document (opent nieuw scherm/tabblad) 

Deel dit bericht

tinyurl: link

Gerelateerde berichten

Meer over Warmtenetten