De grote uitstootkloof

Nieuws

25-9-2019 De Groene

Tata Steel stoot veel CO2 uit dan dat zij zelf opgeven. Zij werken met een rekenmethode gebaseerd op de verwerkte grondstoffen. Metingen worden niet structureel gedaan.

Het is de droom van iedere journalist: daags na de publicatie van een onthulling een mail te ontvangen van iemand die schrijft: ‘Er is nog veel méér aan de hand.’

Het overkwam ons na het verhaal, op 5 juni in De Groene, over de hoeveelheden subsidies die Tata Steel, ondanks zijn onverminderde vervuiling, ontvangt. In dat artikel schreven we dat Tata in IJmuiden jaarlijks twaalf miljoen ton CO2 in de atmosfeer brengt: zes miljoen rechtstreeks en zes miljoen via de schoorstenen van Nuon dat hoogovengas gebruikt om elektriciteit op te wekken. Dat cijfer – twaalf miljoen – kwam van Tata zelf. Maar volgens de alerte brievenschrijver stoot Tata veel méér broeikasgassen uit. ‘Berekend op basis van de vergunningaanvraag van de vigerende vergunning van Tata Steel IJmuiden.’ We waren geïntrigeerd.

De bron, Arie van Eck, bleek een bedachtzame gepensioneerde luchtdeskundige van de provincie Noord-Holland, die 25 jaar lang alle milieurapportages van Tata, van alle installaties, heeft beoordeeld. Hij toonde ons een verzorgde spreadsheet die tot zijn conclusie had geleid en vertelde hoe het controleren van de CO2-uitstoot vroeger, vóór de oprichting van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) in 2005, door inspecteurs van de provincies werd gedaan. ‘Meten is zweten’, zei hij, terugdenkend aan al die keren dat hij in een schoorsteen was geklommen.

Hij vertelde ook dat hij elke week het van Tata overgewaaide zwarte grafiet van zijn balkon veegt en dat hij zes jaar geleden samen met de dorpsraad van Wijk aan Zee en de Noord-Hollandse milieufederatie bezwaar had aangetekend tegen een nieuwe vergunning voor Nuon, omdat deze weigerde een stikstofkatalysator te installeren. ‘Sindsdien verzamel ik alle cijfers die ik kan vinden.’ Een strijdvaardige man, maar dat maakte zijn keurige Excel-document, meenden we, niet bij voorbaat waardeloos.

De weken daarna hebben we met wetenschappers en experts bij overheidsdiensten geprobeerd gaten te schieten in Van Ecks methode: zijn de ingevoerde getallen misschien onbetrouwbaar? Zijn er misschien dingen dubbel geteld? Is Tata sinds de vergunning in 2004 misschien op een veel milieuvriendelijker manier staal gaan maken? Niets hiervan hield stand.

De rekenmethode die Van Eck hanteert, wordt zowel door wetenschappers als de wet erkend als een deugdelijke manier om de CO2-uitstoot te berekenen en wordt bovendien door sommige andere bedrijven dan Tata toegepast. En de rekengetallen die hij gebruikt zijn afkomstig uit de milieuvergunningaanvraag van Tata en andere betrouwbare openbare documenten, sommige van Tata zelf. Zijn spreadsheet was nog ongeschonden toen we deze op een middag in augustus meenamen naar de Emissieautoriteit.

Er zijn twee manieren om te bepalen hoeveel CO2 er bij een productieproces vrijkomt: door te kijken hoeveel koolstof er in de grondstoffen zit (bij Tata hoofdzakelijk steenkool, aardgas en kalk) of door te kijken hoeveel koolstof er uit de schoorstenen komt. Tata hanteert de eerste methode. Deze wordt ‘massabalans’ genoemd, omdat de hoeveelheid koolstof in de grondstoffen wordt vergeleken met de hoeveelheid koolstof in het eindproduct, in dit geval staal. Het verschil moet ergens tijdens de productie in de atmosfeer zijn verdwenen.

De andere methode, die Van Eck heeft gebruikt, wordt veel minder toegepast. Door de hoeveelheid gas die binnen een tijdseenheid door een pijp naar buiten gaat (‘debiet’) te vermenigvuldigen met de concentratie koolstof in dat gas, krijg je óók een getal voor de CO2-uitstoot. Dat vergt echter wel een voortdurende meting van uitlaatgassen en concentraties. Bedrijven mogen volgens de Europese ETS-richtlijn, de regeling voor de handel in emissierechten, zelf kiezen welke methode ze toepassen.

lees artikel/document (opent nieuw scherm/tabblad) 

Deel dit bericht

tinyurl: link

Gerelateerde berichten

Meer over Parijs, CO2-boekhouding en de fiscale prikkels