21-1-2026
In deze video van het kanaal Adam's Axiom worden de belangrijkste economische theorieën uitgelegd in 20 minuten. De video biedt een overzicht van hoe verschillende denkscholen kijken naar de werking van de markt, de rol van de overheid en menselijk gedrag.
Hieronder volgt een samenvatting van de besproken theorieën:
De Onzichtbare Hand: Wanneer individuen hun eigenbelang nastreven, creëren ze onbewust orde en welvaart voor de samenleving.
Laissez-faire: De markt reguleert zichzelf via prijzen en lonen; overheidsbemoeienis verstoort dit natuurlijke evenwicht.
Comparatief Voordeel: Landen moeten zich specialiseren in waar ze relatief het best in zijn en met elkaar handelen.
Arbeidswaardetheorie: De waarde van een product komt voort uit de menselijke arbeid.
Uitbuiting: Winst (meerwaarde) is volgens Marx de waarde die door arbeiders wordt gecreëerd maar door kapitaaleigenaren wordt toegeëigend.
Klassenstrijd: Marx voorspelde dat het kapitalisme zou instorten door zijn eigen interne tegenstrijdigheden, leidend tot socialisme en communisme.
Strategische Interactie: Economie als een schaakspel waarbij jouw succes afhangt van de keuzes van anderen.
Nash-evenwicht: Een situatie waarin niemand zijn positie kan verbeteren door eenzijdig van strategie te veranderen.
Gevangenendilemma: Toont aan dat rationeel eigenbelang kan leiden tot een uitkomst die voor iedereen slechter is.
Marginalisme: Waarde wordt niet bepaald door arbeid, maar door het extra nut (satisfactie) van één extra eenheid van een product.
Vraag en Aanbod: De focus ligt op hoe individuen en bedrijven keuzes maken om hun nut of winst te maximaliseren binnen een systeem van curves die altijd naar evenwicht zoeken.
Geaggregeerde Vraag: In tijden van recessie sparen mensen meer en investeren bedrijven minder, wat de economie in een neerwaartse spiraal brengt.
Overheidsingrijpen: De overheid moet de gaten vullen door te besteden (multiplier-effect) om de economie weer op gang te helpen.
Laffer-curve: Stelt dat lagere belastingen leiden tot meer investeringen en werk, wat uiteindelijk de economische groei zo stimuleert dat de belastinginkomsten juist stijgen.
Trickle-down: Voordelen voor bedrijven en de rijken zouden uiteindelijk "doorstromen" naar de rest van de samenleving.
Geldhoeveelheid: Inflatie is altijd een monetair fenomeen (te veel geld drukken).
Beperkte Overheid: De centrale bank moet zorgen voor een stabiele, voorspelbare groei van de geldhoeveelheid in plaats van de economie actief te proberen te sturen.
Armoedevallen: Analyseert waarom sommige landen arm blijven (gebrek aan infrastructuur, corruptie).
Instituties: Benadrukt dat welvaart niet alleen om kapitaal gaat, maar om goede rechtspraak, eigendomsrechten en onderwijs.
Menselijk Handelen: Economie gaat over keuzes, niet over wiskundige modellen.
Conjunctuurtheorie: Recessies worden veroorzaakt door centrale banken die de rente kunstmatig laag houden, wat leidt tot verkeerde investeringen.
Irrationaliteit: Mensen zijn geen "rationele rekenmachines". We hebben last van vooroordelen (biases), zoals verliesaversie en kuddegedrag.
Nudges: Kleine duwtjes in de juiste richting kunnen mensen helpen betere keuzes te maken zonder hun vrijheid in te perken.
Transactiekosten: Instituties (zoals bedrijven en wetten) bestaan om de "wrijving" en kosten van economische transacties te verminderen.
Politiek als Markt: Politici en ambtenaren handelen ook uit eigenbelang (stemmen winnen, budgetten vergroten) en niet altijd voor het algemeen belang. Dit verklaart waarom inefficiënt beleid soms blijft bestaan.
Kernconclusie: Er is geen enkele theorie die de hele economie verklaart; elke school biedt een uniek perspectief op de complexe interacties tussen mensen, markten en macht.
Deel dit bericht
pageviews: 179