15-9-2026 PBL / klimaatweb.nl Nieuws
Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeert in de Klimaat- en Energieverkenning 2026 dat er een “grote kloof” gaapt tussen ambitie en beleid richting 2040, en dat de verwachte emissiereductie voor 2030 alweer drie jaar op rij stagneert. De kans dat Nederland zijn wettelijke 2030-doel haalt, is volgens het PBL “veel minder dan 5 procent.”
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerde deze week de Klimaat- en Energieverkenning 2026, en de conclusie is hard: er gaapt een “grote kloof tussen ambitie en beleid” richting 2040, en de verwachte emissiereductie voor 2030 stagneert alweer voor het derde jaar op rij. Voor iedereen die denkt dat Nederland op de goede weg zit, is dit rapport een koude douche. Voor Burgerplatform is het vooral een bevestiging van waarom we doen wat we doen.
Nederland heeft wettelijk vastgelegd dat de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minimaal 55 procent moet zijn gedaald ten opzichte van 1990. Het PBL raamt dat we met het huidige beleid uitkomen op 46 tot 53 procent, en met aanvullende, nog niet vastgestelde plannen op 47 tot 54 procent. De kans dat het doel toch wordt gehaald, noemt het PBL “veel minder dan 5 procent.” Ook het aandeel hernieuwbare energie blijft steken op 32 tot 38 procent in 2030, tegen een doelstelling van 39 procent.
Voor 2040 ligt de lat van Europa op 90 procent reductie ten opzichte van 1990. Nederland koerst met huidig beleid af op 57 tot 68 procent, en met aanvullende plannen op 61 tot 72 procent. Dat is geen kwestie van net niet halen — het is een structurele achterstand die groter wordt naarmate 2050, het jaar waarin Nederland wettelijk klimaatneutraal moet zijn, dichterbij komt.
Niet alle sectoren dragen daar evenveel aan bij. In de landbouw zijn de emissies de afgelopen twintig jaar nauwelijks gedaald, en dat is geen toeval: de sector krijgt volgens het PBL “nauwelijks specifiek klimaatbeleid.” In de industrie is de CO2-prijs te laag om investeringen in volledige verduurzaming rendabel te maken, en verduurzaming van de zware industrie loopt vast zonder waterstofinfrastructuur en CO2-opslag. Mobiliteit is de positieve uitzondering: door de uitfasering van de verbrandingsmotor en consistent Europees beleid wint elektrisch rijden wél snel terrein.
Daar bovenop komt een infrastructuurprobleem dat inmiddels op zichzelf een risico vormt: het stroomnet is overvol, tienduizenden bedrijven en particulieren staan op wachtlijsten, en personeelstekorten en lange vergunningstrajecten vertragen de uitrol van nieuwe capaciteit verder. Ondertussen importeerde Nederland in 2024 nog altijd 77 procent van zijn energieverbruik — we blijven afhankelijk van fossiele import, precies het risico dat een snellere energietransitie zou moeten wegnemen.
PBL-directeur Marko Hekkert vatte het zo samen: “We geven drie jaar op rij al aan dat de kans dat we het doel voor 2030 halen heel erg klein is.” Als oorzaak wijst het PBL vooral naar politieke wisselvalligheid: kabinetswissels en steeds wisselende coälities maken dat beleid wordt aangekondigd, vertraagd, afgezwakt of weer teruggedraaid voordat het effect kan hebben. Dat gebrek aan consistentie is zelf een van de duurste beleidskeuzes die er zijn, want het jaagt investeerders op kosten en onzekerheid.
Dit is geen ongelukkig incident. Dit is het patroon dat ontstaat wanneer klimaatbeleid wordt bepaald door de waan van de coalitieonderhandeling, de kortetermijnagenda van departementen die langs elkaar heen werken, en de druk van lobby's die belang hebben bij uitstel. Het is precies de “Haagse chaos” — verkokering, informatiechaos, polarisatie en incompetentie — die de polycrisis onbeheersbaar maakt voor politici die van verkiezing naar verkiezing denken.
Burgerplatform gelooft dat het anders kan: uitopisch denken, waarbij we een voorstelbare, betere toekomst schetsen en vervolgens uitrekenen wat er nodig is om daar te komen. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA), opgesteld volgens de richtlijnen van het CPB en het PBL, maakt zichtbaar wat een consistent, samenhangend klimaatpakket oplevert voor Nederland, voor mensen, voor de biosfeer en voor de aarde als geheel — in plaats van de losse, tegenstrijdige maatregelen die nu per kabinet worden bijgesteld. Precies de aanpak die de KEV 2026 node ontbeert: robuust, structureel beleid op zowel Europees als nationaal niveau, in plaats van beleid dat elke kabinetsperiode opnieuw ter discussie staat.
Zulke rapporten laten zien dát er een probleem is. Ze veranderen niets zolang politiek Den Haag niet het gevoel heeft dat er iets op het spel staat. Daarom bouwen we aan een brede achterban van burgers, wetenschappers en organisaties die samen laten zien dat een beter, samenhangender klimaatbeleid niet alleen mogelijk is, maar ook gedragen wordt. Hoe groter die steun, hoe minder Den Haag om ons heen kan.
Bron: Planbureau voor de Leefomgeving, Klimaat- en Energieverkenning 2026, “Grote kloof tussen ambitie en beleid richting 2040; emissiereductie 2030 stagneert” (15 september 2026), aangevuld met berichtgeving van NOS.
Deel dit bericht
Blijf op de hoogte en stem mee over voorstellen
pageviews: 27