Wie wil er nou nog een eigen praktijk?

Nieuws

4-5-2022

De vaste huisarts heeft zijn langste tijd gehad, denkt veertig procent van hen. De zzp-huisarts is in opkomst en de zwoegende praktijkhouder is de dupe. ‘Misschien ga ik wel yogalessen geven, of coaching.’

Yoav Senft (38) noemt zichzelf ‘eigenlijk een klassieke huisarts’. ‘Ik wil mijn patiënten leren kennen en een langdurige band met ze opbouwen. Het maakt je een betere huisarts. Huisartsgeneeskunde is contextgeneeskunde: je kent niet alleen de patiënt, maar ook de wijk waarin hij leeft, je weet dat hij vijf jaar geleden een kind heeft verloren, je kent zijn werkomstandigheden. Want al die factoren spelen een rol in dit vak.’

Hoe belangrijk hij dit ook vindt, Senft heeft ervoor gekozen geen ‘klassieke’ te worden. Hij werkt al vijf jaar als waarnemer, een zzp-huisarts die zich laat inhuren in andermans praktijken. ‘Als je het heel nauw definieert, ben ik er om de brandjes te blussen. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik probeer me daarom zoveel mogelijk aan vaste praktijken te verbinden.’ Waarom hij niet ‘gewoon’ een eigen praktijk begint? ‘Ik worstel er al jaren mee. Ik wil het zo graag, maar het praktijkhouderschap wordt ons onmogelijk gemaakt. Ik durf de verantwoordelijkheid niet aan. Niet op deze manier.’

Slechts vier procent van de huisartsen in opleiding ziet een toekomst als ‘waarnemer’ voor zich, bleek uit een onderzoek van gezondheidszorg-onderzoeksbureau Nivel in 2021. De meesten willen een eigen praktijk (62 procent), of in vast dienstverband (34 procent). Maar de werkelijkheid dwingt ze die dromen bij te stellen: maar liefst twintig procent van de huisartsen werkte in 2019 als invaller, in 2010 was dit nog tien procent. Het aantal huisartsen met een eigen praktijk neemt al jaren af: van 84 procent in 2000 tot nog maar zestig procent in 2019, blijkt uit Nivel-cijfers. Daarnaast blijkt uit de registratiecijfers dat 138 jonge huisartsen (vijftig-min) vorig jaar met hun vak stopten, ter vergelijking: alle jaren ervoor was het aantal stoppers minder dan de helft.

Waarom bedanken steeds meer huisartsen voor de verantwoordelijkheden van het vak dat ze zo liefhebben? Onderzoekscollectief Spit sprak voor De Groene Amsterdammer uitgebreid met twintig huisartsen en hield een enquête onder 620 van hen. De werk-privébalans, zware nacht- en weekenddiensten, het tekort aan ondersteunend personeel, een almaar uitdijend takenpakket, hoge huisvestingskosten en problemen elders in de zorg doen huisartsen besluiten toch maar niet aan een eigen praktijk te beginnen, of ze overwegen zelfs het vak te verlaten. Ruim de helft van de huisartsen in de enquête zegt onder deze omstandigheden niet te weten of ze over vijftien jaar nog steeds huisarts zijn. Twaalf procent is tegen die tijd met pensioen, vijftien procent weet nog niet of het op deze manier door wil met het vak. En slechts twintig procent van de huisartsen denkt over vijftien jaar nog steeds huisarts te willen zijn.

lees artikel/document (opent nieuw scherm/tabblad) 

Deel dit bericht

tinyurl: link

Gerelateerde berichten

Meer over Geboortezorg