Wanneer iemand getuigt voor een parlementaire enquêtecommissie en de eed (of belofte) heeft afgelegd, is diegene wettelijk verplicht de waarheid te spreken. Wordt er toch gelogen, dan is er juridisch gezien sprake van meineed.
Binnen de context van zo'n verhoor en de Wet op de parlementaire enquête kunnen we verschillende vormen van onwaarheid spreken of misleiding onderscheiden. Deze variëren van actieve leugens tot subtielere manieren om de waarheid te omzeilen:
Dit is de meest directe vorm. De getuige doet bewust en opzettelijk een verklaring waarvan hij of zij weet dat deze feitelijk onjuist is.
Voorbeeld: Beweren dat men een bepaald document nooit heeft gezien, terwijl de getuige weet dat hij het gisteren nog heeft doorgelezen.
Meinedeed kan ook worden gepleegd door opzettelijk relevante feiten weg te laten. Hoewel de uitgesproken woorden op zichzelf misschien niet onwaar zijn, ontstaat er door het weglaten van cruciale context een onwaar beeld. De eed verplicht de getuige immers om "de gehele waarheid" te spreken.
Voorbeeld: Wel bevestigen dat er een vergadering is geweest, maar verzwijgen dat daar een cruciaal besluit is genomen waar de commissie naar op zoek is.
Een bekende methode in politieke en ambtelijke verhoren is het claimen dat men zich iets niet meer herinnert. Als de getuige zich het feit in werkelijkheid wel herinnert, maar liegt over het geheugenverlies om geen antwoord te hoeven geven, is dit juridisch gezien ook een vorm van meinedeed. Het is in de praktijk echter wel de moeilijkst te bewijzen vorm.
Voorbeeld: "Ik heb daar geen actieve herinnering meer aan", terwijl uit interne appjes van diezelfde ochtend blijkt dat de getuige er nog uitgebreid over heeft gesproken.
Hierbij spreekt de getuige in strikt taalkundige of technische zin misschien de waarheid, maar worden woorden zo gekozen, verdraaid of uit hun context gehaald dat de commissie opzettelijk op het verkeerde spoor wordt gezet. Hoewel dit in de grijze zone zit, kan het als meinedeed worden aangemerkt als overduidelijk is dat het doel was de commissie te misleiden.
Juridische sanctie:
Het afleggen van een valse verklaring onder eed tijdens een parlementaire enquête is een misdrijf. De commissie kan direct proces-verbaal op laten maken door de griffier. Dit wordt doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie. Op meinedeed staat in Nederland een maximale gevangenisstraf van zes jaar (artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht).
Terug & verder bladeren: