Het forfaitaire stelsel in box 3 is door de Hoge Raad in strijd met het EVRM verklaard. De Wet werkelijk rendement is opgeschoven naar 2028 en het kabinet schetste op Prinsjesdag 2026 vier oplossingsrichtingen zonder keuze.
Ab-houders (minimaal 5% aandelen) kunnen winst in de eigen BV laten staan, na 19% Vpb tot 200.000 euro, en daar beleggen in plaats van uit te keren (box 2: 24,5% en 31% boven 68.843 euro, 2026) en in box 3 te beleggen. Zo wordt heffing over beleggingsvermogen uitgesteld. Het ab-vermogen was 373 mld euro in 2019 (prijspeil 2020) en 431 mld euro in 2022 (CBS-herziening); Financien schat circa 400 mld euro in 2017 (Bouwstenen deelrapport 4). De schuld van dga's aan de eigen BV was 58 mld euro in 2017 (Bouwstenen deelrapport 4). Het Joop-artikel noemt 600 mld, ruim 60 mld schuld en circa 18 mld per jaar opbrengst: claims van de schrijver, NIET BEVESTIGD, PM. Naast ana:98 in hetzelfde dossier.
Financieel lek: €
Het kabinet voert per 2028 een vermogenswinstbelasting in box 3 in. Die kost tot 2040 opgeteld ongeveer 18 miljard euro en daarna 100 miljoen per jaar. Een deel van de dekking komt uit een tijdelijke verlaging van het tarief in box 2, die opbrengst naar voren haalt en na 2031 geld kost.
Financieel lek: €