De bijstand, de kostendelersnorm en aanverwante regels die de bestaanszekerheid van uitkeringsgerechtigden raken.
De kostendelersnorm verlaagt de uitkering per persoon naarmate er meer volwassenen op een adres wonen. In januari 2026 raakt de norm 42.697 huishoudens: 36.210 in de algemene bijstand (10,5 procent), 4.054 in de AIO, 2.083 in de Anw en circa 350 in de IOAW en IOAZ, plus naar schatting 5.000 uitkeringsjaren in de Toeslagenwet (Tabel 4 p. 18). Het inkomensverschil met de alleenstaandennorm loopt van 4.805 euro per jaar bij twee kostendelers tot 7.688 euro bij vijf. Jaarlijks verplaatst de norm daarmee 205 tot 489 mln euro van deze huishoudens naar de schatkist. Voor de AIO-groep is causaal gemeten dat de norm het persoonlijk inkomen met 1.542 euro per jaar (13 procent) verlaagde, het medicijngebruik voor hypertensie en hoog cholesterol verhoogde en de sterftekans vergrootte. Voor de overige 90 procent van de getroffen huishoudens bestaat geen meting.
Financieel lek: €
De kostendelersnorm verlaagt de bijstandsuitkering naarmate er meer volwassenen op één adres wonen, waardoor het financieel ongunstig is om iemand in huis te nemen - ook wanneer dat maatschappelijk juist gewenst is (mantelzorg, tijdelijke opvang, uitstroom uit dakloosheid). De norm raakt 42.697 huishoudens (36.210 in de algemene bijstand, 4.054 in de AIO, 2.083 in de Anw, 350 in de IOAW/IOAZ); het inkomensverlies bij twee kostendelers bedraagt circa €4.805 per jaar.
Financieel lek: €
De kostendelersnorm verlaagt de uitkering per persoon naarmate er meer volwassenen op hetzelfde adres wonen. De gedachte is dat wie een woning deelt, kosten deelt. De norm staat in artikel 22a van de Participatiewet en werkt door in de AIO (de aanvulling op een onvolledige AOW), de Anw, de IOAW en IOAZ en de Toeslagenwet.
Een alleenstaande krijgt 70 procent van het referentiebedrag, in januari 2026 EUR 1.401,50 netto per maand. Bij twee kostendelers wordt dat 50 procent per persoon, bij drie 43,33 procent, bij vier 40 procent en bij vijf 38 procent (Significant APE 2026, Tabel 2, p. 16).
Niet als kostendeler tellen mee: jongeren tot 27 jaar, de partner in een gezamenlijke huishouding als er verder niemand in de woning woont, commerciele huurders en kostgangers met een zakelijk contract, en studenten met recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming studiekosten. De leeftijdsgrens ging per 1 januari 2023 van 21 naar 27 jaar.
In januari 2026 gaat het om 42.697 huishoudens (Significant APE 2026, Tabel 4, p. 18):
Het aandeel daalt (in januari 2020 waren het er nog 44.420) terwijl het bijstandsbestand juist groeit: 413.000 personen tot de AOW-leeftijd aan het eind van het tweede kwartaal van 2026, twaalf kwartalen op rij hoger dan een jaar eerder, met de sterkste stijging onder jongeren (CBS, 28 augustus 2026). Een uitsplitsing naar kinderen, alleenstaande ouders, chronisch zieken, arbeidsbeperkten of regio bestaat niet. Dat is zelf een bevinding.
De norm verplaatst jaarlijks tussen EUR 205 en EUR 489 miljoen van deze huishoudens naar de schatkist. De bovenkant van die band is de officiele raming van wat afschaffing zou kosten: EUR 422 miljoen in 2029 en EUR 489 miljoen structureel. De onderkant is de optelsom van de normbedragen zelf. Dat verschil van ruim een factor twee is door de bron niet verklaard, en het is de belangrijkste openstaande vraag in dit dossier.
In een maatschappelijke kosten-batenanalyse heet dit een overdracht: wat de huishoudens verliezen, wint de schatkist. Per saldo is dat geen welvaartsverlies, en het telt dus niet mee in het saldo. Dat is geen oordeel over de rechtvaardigheid ervan, maar een rekenregel uit de Algemene leidraad voor MKBA van CPB en PBL. Wie een euro bij een huishouden op het sociaal minimum zwaarder laat wegen dan een euro elders (een verdelingsgewicht van 2,0), komt uit op een welvaartsverlies van EUR 455 miljoen per jaar.
Het deel dat wel echt welvaart kost, ramen wij op EUR 33 miljoen per jaar, met een bandbreedte van EUR 10 tot EUR 75 miljoen (prijspeil 2026). Over dertig jaar is dat een netto contante waarde van EUR 0,67 miljard, band EUR 0,21 tot EUR 1,51 miljard. Twee posten:
Daarnaast staan zeven posten op PM, omdat er geen cijfer voor is: uitvoeringskosten, maatschappelijke opvang, verlies van inschrijving in de basisregistratie, ontmoedigde mantelzorg, de bedoelde baten van de norm, het juridische risico, en het gezondheids- en schuldeneffect voor de 90 procent van de huishoudens waarvoor geen onderzoek bestaat. De EUR 33 miljoen is daarom een ondergrens van onbekende scherpte.
Er is een causale meting, en die gaat over de AIO. Ernst-Jan de Bruijn, Heike Vethaak en Marike Knoef vergeleken in ESB (21 april 2026) 6.533 AIO-gerechtigden met kostendelers met 36.288 zonder, op CBS-microdata over 2011 tot 2021. Van die groep heeft 92 procent een migratieachtergrond, 60 procent is vrouw en de gemiddelde leeftijd is 73,5 jaar.
Dit geldt voor 4.054 van de 42.697 huishoudens. Voor de andere 90 procent bestaat geen meting, en het effect doortrekken zou een verzonnen getal opleveren. Daarom staat die groep op PM.
Niet: volledige afschaffing als woningmarktinstrument. De onderzoekers van de ministeries zelf rekenden voor dat afschaffing 3.900 tot 15.200 woningen vrijspeelt tegen EUR 422 tot 489 miljoen per jaar. Dat is EUR 32.000 tot EUR 125.000 per woning per jaar, meer dan de bouwkosten van een nieuwe woning. Wie de norm op die grond wil afschaffen, krijgt dat rapport tegengeworpen.
Wel: gerichte uitzonderingen. Voor mantelzorg, voor eerste- en tweedegraads familie en voor jongvolwassenen. Dat is de enige variant die de ministeries niet hebben doorgerekend. Onze eigen raming komt uit op circa EUR 25 miljoen per jaar, twintig keer minder dan afschaffing, voor de groep waar het maatschappelijk het meest knelt. Zie de MKBA van de gerichte uitzondering.
Daarnaast: een uitzondering voor de AIO, de enige maatregel met een causale onderbouwing, geraamd op circa EUR 26 miljoen per jaar. Een medebewonersnorm die de uitkering koppelt aan wat mensen werkelijk delen in plaats van aan een adres, in 2021 geraamd op EUR 75 miljoen en budgettair neutraal te maken. Een wettelijke hardheidsclausule die gemeenten tot maatwerk verplicht in plaats van het toe te staan. En een evaluatieverplichting op bestaanszekerheid.
De volledige doorrekening met alle bronnen, bandbreedtes en gaten staat in de referentieanalyse kostendelersnorm.