Gemiddeld overleden in 2010-2019 jaarlijks 11.988 mensen extra door kou (dp:1786, src:1783), vooral 75-plussers (dp:1790). Dat is geen energiearmoede-sterfte: het gaat om buitentemperatuur, inclusief blootstelling buiten en winterinfecties. Welk deel door koude woningen komt is voor Nederland onbekend; op basis van het Engelse aandeel (dp:1788, laag vertrouwen) indicatief 1.000-3.400 doden per jaar, eerder een bovengrens. Wijken met veel energiearmoede hebben bijna twee keer zoveel kou-sterfte (dp:1794), maar armoede en woningkwaliteit zijn op wijkniveau niet te scheiden.
(1) Een oude, slecht geisoleerde woningvoorraad, vooral in de huursector, met te gunstige of ongecontroleerde energielabels (ana:76). (2) Huurregels belonen verhuurders niet voor isolatie en straffen koude woningen niet af: huurverhoging kan ook bij label E-G. (3) De energiebelasting en fossiele voordelen leggen de lasten bij kleinverbruikers terwijl grootverbruikers en fossiel ontzien worden (pol:216, pol:217). (4) Afhankelijkheid van aardgas voor verwarming maakt huishoudens kwetsbaar voor prijsschokken (ana:5). (5) Steun (energietoeslag, Tijdelijk Noodfonds Energie) is tijdelijk en niet gekoppeld aan verbetering van de woning.
Effecten van de situatie zonder nieuw beleid, in € miljoen per jaar met 1 decimaal. Negatief is een nadelig effect. Lage impact is de grens die het dichtst bij 0 ligt, hoge impact de grens die het verst van 0 ligt, voor positieve en negatieve effecten. Financiële effecten zijn begrotingsuitgaven, begrotingsinkomsten en gemiste belastinginkomsten; maatschappelijke effecten zijn welvaartseffecten; risico's staan als jaarlijkse bufferpremie, kans maal schade. Onderaan staat het totaal.
| Effect | Lage impact € mln/jaar | Midden € mln/jaar | Hoge impact € mln/jaar | Hoeveelheid | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
| Maatschappelijke effecten (welvaart) | |||||
| Gezondheidsverlies en sterfte (QALY/VOLY) (eigen schatting) | -100,3 | -782,3 | -1.705,1 | 7.800 (1.000 tot 17.000) aantal per jaar peiljaar 2024 | dp:1786 src:1783 |
(schatting, concept) Gezondheidsschade door koude woningen/energiearmoede, prijspeil 2024. Kou-sterfte NL 11.988/jr (dp:1786, src:1783) x Engels aandeel koudste kwart woningen 21,5% (dp:1788, src:1784, laag vertrouwen) = ca. 2.600 doden/jr; bandbreedte 1.000-3.400. Verloren levensjaren per sterfgeval aangenomen 1/3/5 (vooral 75-plus). VOLY EUR 100.300 (dp:1022). Laag 1.000x1, midden 2.600x3, hoog 3.400x5 levensjaren x 100.300 = -100,3 / -782,3 / -1.705,1 mln/jr (ValueEurLow = meest negatief, conform ae:94). Quantity = verloren levensjaren. Ziektelast zonder sterfte niet meegenomen. Nederlandse toerekening aangevraagd (Action datascraper). | |||||
| Subtotaal maatschappelijke effecten | -100,3 | -782,3 | -1.705,1 | ||
| Totaal effect huidig beleid | -100,3 | -782,3 | -1.705,1 | financiële effecten + maatschappelijke effecten + risico's | |
| waarvan eigen schatting: -100,3 / -782,3 / -1.705,1 € mln per jaar (lage impact / midden / hoge impact) | |||||
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenGemiddeld overleden in 2010-2019 jaarlijks 11.988 mensen extra door kou (95%-CI 7.554-15.609; dp:1786, src:1783) en 346 door hitte (dp:1787). Dat is geen sterfte door energiearmoede: het RIVM meet de samenhang tussen buitentemperatuur en sterfte, en daarin zitten ook korte blootstelling buiten en winterinfecties. Het risico zit vrijwel geheel bij 75-plussers, met een relatief risico van 1,18 op de koudste dagen tegenover 1,08 (niet significant) onder de 75 (dp:1790). Welk deel door koude woningen komt, is voor Nederland niet bekend. In Engeland wordt 21,5% van de extra wintersterfte toegeschreven aan het koudste kwart van de woningvoorraad (dp:1788, src:1784, laag vertrouwen). Toegepast op Nederland geeft dat indicatief 1.000-3.400 doden per jaar (midden ca. 2.600). Omdat Nederlandse woningen gemiddeld beter geisoleerd zijn, is dat eerder een bovengrens.
Kou-sterfte loopt vooral via hart, vaten en luchtwegen bij ouderen (75-plus). Een koude woning verhoogt dat risico, ook naast schimmel, vocht en luchtwegklachten bij kinderen. Ziektelast zonder sterfte is in deze analyse nog niet gekwantificeerd.
Het probleem zit in de fysieke voorraad: ruim 8 mln woningen, waarvan een groot deel met label D of slechter, verwarmd met aardgas via het gasnet. Oplossingen vragen isolatiematerialen (gevel, dak, vloer, glas) en vakmensen, warmtepompen (hybride en all-electric), uitbreiding van het stroomnet in de wijk en waar zinvol warmtenetten (ana:53). Netcongestie en schaarste aan installateurs bepalen het tempo; isolatie eerst verlaagt zowel de warmtevraag als de netbelasting.
Gasafhankelijkheid en prijsschokken: ana:5. Te gunstige energielabels en ontbrekend huurregister: ana:76. Hitte en koude in relatie tot de energiebalans: ana:84. Warmtenet versus all-electric: ana:53. Acute armoede: ana:4. Fiscale voordelen voor fossiel en grootverbruik: pol:216 en pol:217.
1. Stoppen met beleid dat het probleem veroorzaakt. pol:392: geen huurverhoging of energiepunten voor huurwoningen met label E-G of een ongecontroleerd label. pol:216: einde van de impliciete subsidie aan grootverbruikers via de degressieve energiebelasting, zodat de lasten niet bij huishoudens liggen. pol:217: fossiele voordelen wettelijk afbouwen, opbrengst naar verduurzaming.
2. De bron aanpakken. pol:269: isolatie eerst, daarna slim gestuurde (hybride) warmtepompen. pol:238: vrijvallend SDE++-budget naar warmtepompen en isolatie. pol:393: wettelijk minimumlabel voor huurwoningen met gemeentelijke handhaving. pol:312 en pol:313: kwaliteitscontrole op energielabels en een openbaar huurregister, zodat het minimumlabel ook echt iets zegt.
3. Herstel en nazorg. pol:395: een structureel energiefonds voor huishoudens in energiearmoede, alleen in combinatie met een isolatie-aanbod.
Gezondheidsschade door koude woningen: laag 1.000 doden x 1 verloren levensjaar, midden 2.600 x 3, hoog 3.400 x 5, gewaardeerd met EUR 100.300 per verloren levensjaar (dp:1022, prijspeil 2024). Dat geeft ca. EUR -100 / -782 / -1.705 mln per jaar. Het aandeel is overgenomen uit Engeland (dp:1788) en het aantal verloren levensjaren per sterfgeval is aangenomen; een Nederlandse toerekening ontbreekt. Deze bedragen zijn daarom een indicatieve schatting en geen bewezen schade.
Geen Nederlandse toerekening van kou-sterfte aan koude woningen of energiearmoede; op wijkniveau zijn armoede en woningkwaliteit niet te scheiden (dp:1794). Geen cijfer voor verloren levensjaren per kou-sterfgeval. Onderconsumptie is niet per wijk beschikbaar (src:1790). Ziektelast zonder sterfte en de effecten van de maatregelen zijn nog niet gekwantificeerd. Vervolg via CBS-microdata: communityvraag interventie 4.
In wijken met veel energiearmoede, een lage sociaal-economische status en veel huurwoningen ligt de kou-sterfte duidelijk hoger. In het vijfde deel van de wijken met de meeste energiearmoede overlijden ongeveer 94 per 100.000 inwoners door kou, in het vijfde deel met de minste 52 (dp:1794).
| Wijkkenmerk | Spearman rho met kou-sterfte per 100.000 |
|---|---|
| Aandeel energiearme huishoudens | 0,65 |
| Sociaal-economische status | -0,70 |
| Aandeel lage inkomens | 0,60 |
| Aandeel huurwoningen | 0,55 |
| Gemiddeld gasverbruik | -0,35 |
Spearman-rangcorrelatie per wijk, circa 2.300 tot 2.900 wijken. Bronnen: src:1783, src:1787, src:1788, src:1789.
Kanttekeningen: de RIVM-wijkwaarden zijn modelwaarden, mede afgeleid van inkomen en woningkenmerken, en geen gemeten sterfte per wijk. Samenhang is geen bewezen oorzaak. Het verband met energiearmoede blijft na correctie voor dichtheid en leeftijd, maar valt grotendeels weg na correctie voor sociaal-economische status. Het negatieve verband met gasverbruik is niet robuust: het draait om na correctie voor het aandeel huurwoningen en weerspiegelt vooral woningtype, flats en huurwoningen verbruiken minder gas.
Kou-gerelateerde sterfte per 100.000 inwoners per wijk (RIVM-modelwaarden 2010-2019, src:1783). Grijs: geen waarde. Bewerking Burgerplatform.
Relatief risico op kou-sterfte bij 75-plussers per wijk (src:1783) tegenover aandeel energiearme huishoudens 2019 (src:1789). Spearman rho 0,56, n=2.343 wijken. Samenhang, geen bewezen oorzaak. Bewerking Burgerplatform.
Op wijkniveau gaan energiearmoede en kou-sterfte duidelijk samen (dp:1794), maar het verband valt grotendeels weg na correctie voor sociaal-economische status. Armoede en een koude woning zijn met wijkgemiddelden dus niet van elkaar te scheiden. Ook de hypothese van onderconsumptie, mensen in een slechte woning die weinig stoken om de rekening te drukken, is op wijkniveau getoetst: wijken die minder gas verbruiken dan op grond van hun woningen te verwachten is, hebben na correctie voor sociaal-economische status, dichtheid en leeftijd geen hogere kou-sterfte. Dat sluit onderconsumptie op huishoudniveau niet uit, omdat het binnen een wijk wordt uitgemiddeld. Het CBS meet onderconsumptie sinds de Monitor Energiearmoede 2023, maar publiceert die alleen landelijk (src:1790). Een echte toets vraagt koppeling van sterfte aan energielabel, onderconsumptie en energiearmoede per huishouden in CBS-microdata, door het RIVM of een universiteit.
Huurders van koude woningen kunnen hun verhuurder nu nauwelijks dwingen te isoleren. Hieronder staan de voorstellen, waar ze in de besluitvorming staan en wie verantwoordelijk was. Stemmingen zijn feitelijk weergegeven uit TK Open Data.
Elk voorstel heeft meervoudige baten: gezondheid (minder kou en vocht, deze analyse; energiearmoede is in het armste wijkkwintiel bijna twee keer zo hoog, dp:1794), armoede en koopkracht (lagere huur en energierekening, ana:4, ana:9, ana:1) en klimaat (minder gas, ana:5, ana:53, dp:931). Betrouwbare labels zijn een voorwaarde (ana:76, dp:1236, dp:1239, pol:312, pol:313). Er zijn nog geen datapunten voor CO2-reductie per geïsoleerde woning, voor gezondheidswinst na herstel van vocht en schimmel, en voor besparing op energiekosten. Effecten blijven PM. Politieke keuzes en contact met bewindslieden liggen bij de redactie.
Wijken met het hoogste aandeel energiearme huishoudens hebben gemiddeld circa 94 kou-gerelateerde sterfgevallen per 100.000 inwoners per jaar, tegenover 52 in de wijken met het laagste aandeel: bijna het dubbele (dp:1794, src:1783, src:1789). Dit verband blijft bestaan na correctie voor bevolkingsdichtheid en leeftijd, maar valt grotendeels weg na correctie voor sociaal-economische status. De RIVM-cijfers per wijk zijn modelwaarden en geen gemeten sterfte per wijk.
Open vraag: welk deel van deze extra sterfte komt door de koude woning zelf, en welk deel door armoede in het algemeen? Om dat te beantwoorden moet sterfte op persoonsniveau worden gekoppeld aan energielabel, binnentemperatuur en energiearmoede, via CBS-microdata. Dat kan alleen een instelling met toegang, zoals het RIVM of een universiteit. Kent u studies, datasets of onderzoekers die dit kunnen doen? En zijn er metingen van de binnentemperatuur bij ouderen in de winter? Reacties en bronnen zijn welkom. Deze vraag staat als communityvraag geregistreerd als interventie 4 (project co010237909).