De klimaatkosten van militarisering (oorlogvoering, wapenproductie en defensie-operaties) worden structureel onderschat en zijn tegelijk fiscaal bevoordeeld ten opzichte van civiele economische activiteit - terwijl de defensiesector zelf 2 tot 3 keer emissie-intensiever is dan de economie als geheel (ABN AMRO). Wereldwijd zijn krijgsmachten samen goed voor ca. 5,5% van de mondiale broeikasgasuitstoot (CEOBS/SGR) - groter dan Rusland als land. Voor de oorlog in Oekraine alleen al is over 4 jaar 311,4 Mt CO2e gemeten, met wederopbouw (23%) bijna net zo groot als de directe oorlogvoering zelf (37%).
Een dubbele institutionele blinde vlek. (1) Rapportage: na Amerikaanse druk sloot het Kyoto-protocol (1997) militaire uitstoot uit van verplichte UNFCCC-rapportage; het Parijsakkoord (2015) maakte rapportage vrijwillig in plaats van verplicht, waardoor geen enkel land nu verplicht is zijn militaire uitstoot te melden (militaryemissions.org/CEOBS). (2) Belasting: EU/NAVO-status-of-forces-afspraken geven strijdkrachten in CSDP-verband btw- en accijnsvrijstelling op brandstof (lopend EU-wetgevingstraject), en EU-ETS-luchtvaartregels zonderen staats- en militaire vluchten uit van emissiehandel. Beide zijn historisch ontstaan uit veiligheids- resp. bondgenootschapsoverwegingen, niet als klimaatbeleid - maar functioneren er vandaag wel als zodanig: een euro in wapenproductie ontsnapt zowel aan meting als aan beprijzing van zijn CO2-voetafdruk, een euro in civiele productie niet.
Of bewapening ontspanning of escalatie oplevert, is een genuine, empirisch omstreden vraag (het veiligheidsdilemma van Jervis: de geschiedenis kent voorbeelden van beide uitkomsten). Deze analyse gaat daar niet over. Zij behandelt een derde, robuustere kostenpost die grotendeels los staat van die discussie: de klimaatkosten van militarisering zelf, en het feit dat het huidige rapportage- en belastingstelsel die kosten structureel onzichtbaar en ongeprijsd houdt - ongeacht of afschrikking in een specifiek geval werkt.
Wereldwijd: 5,5% van de mondiale uitstoot (CEOBS/SGR, 2022), een schatting die vermoedelijk conservatief is gezien de gebrekkige rapportage. Oekraine-specifiek: 311,4 Mt CO2e over 4 jaar (Initiative on GHG Accounting of War, feb. 2026) - oorlogvoering 37% (114,1 Mt), branden 23% (70,3 Mt), wederopbouw 23% (73,3 Mt), omgeleide luchtvaart 9% (29,8 Mt), energie-infrastructuur 6% (18,6 Mt), vluchtelingen 2% (5,3 Mt). Oekraine heeft dit zelf gemonetariseerd op $57 mld (sociale kostprijs CO2 $185/ton) en als klimaatschadeclaim tegen Rusland ingediend bij COP30 - een precedent voor hoe deze kosten toerekenbaar te maken zijn. De defensiesector is 2-3x emissie-intensiever dan de economie als geheel, en NAVO-lidstaten laten defensie-uitgaven en CO2-uitstoot vrijwel synchroon oplopen (beide ca. +9%/jr, 2025-2028 prognose) (ABN AMRO, 2025).
De rapportage- en belastinguitzonderingen zijn geen doelbewust klimaatlek - ze stammen uit veiligheids- en bondgenootschapsoverwegingen die dateren van voor het klimaatbeleid. Dat maakt het herstel juridisch en politiek eenvoudiger dan bij een bewust gelobbyde subsidie: er hoeft geen ideologische tegenstander overtuigd te worden, alleen een verouderd kader bijgewerkt.