Houtige biomassa telt aan de schoorsteen als nul: onder het Klimaatverdrag alleen als memo-item (boeking in LULUCF van het oogstland), in EU ETS en RED II/III met emissiefactor nul. Daardoor krijgen centrales, WKK en warmteketels SDE(+)-subsidie en betalen ze geen ETS-rechten, terwijl hout per eenheid energie meer CO2 uitstoot dan kolen (Drax +13%) en de carbon payback decennia tot een eeuw kan duren (44-104 jaar bij kaalkap). In NL leverde biomassa in 2024 34% van de hernieuwbare energie; houtige biomassa 16,6% (2023). CO2 uit bio-energie was 17,4 Mt in 2023 (memo); houtig naar schatting 7,8-8,9 Mt aan de schoorsteen tegen 5,0 Mt 'vermeden'. Voor houtige biomassa is ca. 8,8 mld euro SDE(+) beschikt (stand 2019).
Een boekhoudregel (nul-telling aan de schoorsteen) plus subsidie maken verbranden kunstmatig goedkoper dan hout gebruiken in constructies of schone warmte (warmtepomp, aardwarmte, restwarmte). Dat is een perverse prikkel die de marktwerking verstoort: de klimaatkosten verdwijnen uit de prijs en uit het zicht, en importhout wordt in het oogstland vaak niet of onvolledig geboekt.
Bij het verbranden van hout komt CO2 uit de schoorsteen, per eenheid energie zelfs meer dan bij kolen. Toch telt het EU-emissiehandelssysteem (ETS) die uitstoot als nul, en betaalt de SDE++ subsidie per geproduceerde eenheid warmte of stroom. Die twee samen maken verbranden kunstmatig goedkoper dan andere toepassingen van hetzelfde hout (constructie, plaatmateriaal, langdurige opslag) en goedkoper dan schone warmte zonder verbranding (warmtepompen, geothermie, restwarmte). Dat is geen marktuitkomst, maar een marktverstoring door de overheid. De maatregel is daarom een stopmaatregel (RuleId 10): de perverse prikkel wegnemen, zodat prijzen weer de werkelijke kosten tonen. Hij vraagt geen nieuw verbod en geen nieuwe subsidie.
Referentie (policy 252). Huidig beleid: nul-telling in ETS en RED, bestaande SDE-beschikkingen lopen door. Overdracht van overheid naar bedrijven via het ETS-voordeel: -426 mln euro per jaar (-496 tot -363) (pe 161). Klimaat: PM, met 8,33 Mt schoorsteenuitstoot als hoeveelheid en een bruto bovengrens van 0,39/1,08/1,42 mld per jaar bij 50/130/160 euro/t (source 33; pe 163). Netto is het effect lager, want vervangende energie stoot ook uit.
Stop (policy 253, CONCEPT). (1) Geen nieuwe SDE++-beschikkingen voor verbranding of vergassing van houtige biomassa voor stroom en warmte; dit sluit de resterende categorieen (industriele stoom, levensduurverlenging, vergassing). (2) Bestaande beschikkingen uitfaseren: geen verlenging, geen levensduurverlenging, vervroegde beeindiging met vrijwillige afkoop; geen intrekking zonder juridische toets. (3) NL zet zich in de EU in voor ETS-plicht op de werkelijke schoorsteenuitstoot en eerlijke rapportage in de RED (geen nul-telling). Uitzondering: echte reststromen die anders snel vergaan, mits aantoonbaar. Volgorde stop-bron-herstel: eerst deze stop, dan bronbeleid voor hout in de bouw (248) en schone warmte (238), daarna herstel van bos en houtteelt (249). Effecten: overdracht +426 mln euro per jaar (363-496) na EU-besluit (pe 164); vermeden SDE-uitgaven PM; klimaat PM (pe 165) omdat het netto effect afhangt van wat de warmte vervangt; vervangende warmte en investeringskosten PM (pe 166); luchtkwaliteit PM (pe 167); frictie en contracten PM (pe 168).
Schade 6: grote uitstoot die niet zichtbaar is en een koolstofschuld van tientallen jaren, maar een deel is echte reststroom. Complexiteit 8: EU-regels (ETS, RED), lopende contracten, warmtenetten en bosbeheer in andere landen. Escalatie 6: lock-in door langlopende beschikkingen en warmtenetten die op biomassa zijn gebouwd. Betrouwbaarheid klasse 3.