De overheid stimuleert groen gas uit mest via de SDE++ (ronde 2025: 602 mln euro voor biomassavergisting tot hernieuwbaar gas, 291 euro/t; 2008-2020 al 460 mln betaald aan mestvergisting) en vanaf 2027 via de bijmengverplichting groen gas (0,63 tot 2,85 Mt/jr, buy-out 450-527 euro/t, tot 9 ct/m3 en 90 euro/jr per huishouden). Mest levert circa 63% van de beoogde reductie. De kosten per vermeden ton (170-450 euro/t) liggen ver boven de CO2-schaduwprijs (50/130/160 euro/t), ongeveer de helft van het klimaatvoordeel is vermeden methaan uit mestopslag (mestbonus) die afhangt van het in stand houden van de veestapel, en methaanlekkage en het ammoniakeffect zijn onzeker. Aanleiding: Urgenda (22-9-2026, secundaire bron).
Klimaat- en energiebeleid behandelt mest uit de intensieve veehouderij als reststroom zonder ketenemissies en beloont vermeden methaan uit opslag. Daardoor krijgt het mestvolume een verdienmodel (lock-in) terwijl de oorzaak, de omvang van de veestapel (ana:61), buiten beeld blijft.
Effecten van de situatie zonder nieuw beleid, in € miljoen per jaar met 1 decimaal. Negatief is een nadelig effect. Lage impact is de grens die het dichtst bij 0 ligt, hoge impact de grens die het verst van 0 ligt, voor positieve en negatieve effecten. Financiële effecten zijn begrotingsuitgaven, begrotingsinkomsten en gemiste belastinginkomsten; maatschappelijke effecten zijn welvaartseffecten; risico's staan als jaarlijkse bufferpremie, kans maal schade. Onderaan staat het totaal.
| Effect | Lage impact € mln/jaar | Midden € mln/jaar | Hoge impact € mln/jaar | Hoeveelheid | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
| Maatschappelijke effecten (welvaart) | |||||
| Sectoraal effect gebruikers en producenten (eigen schatting) | -485,0 | -884,0 | -1.283,0 | – peiljaar 2024 | dp:717 src:816 |
Eigen berekening, overgenomen uit referentie-effect pe 108: meerkosten van de hele bijmengverplichting groen gas vanaf 2031, 2,85 Mt x 170 / 310 / 450 euro per vermeden ton, Bron src:816, CE Delft 2024 tabel 3, dp:717, = 485 / 884 / 1.283 mln euro per jaar, gedragen door gasverbruikers, prijspeil 2024. Mestdeel 63 procent = 306 / 558 / 810 mln. Geldt voor het vastgestelde beleid vanaf 2031. Kosten, dus negatief. | |||||
| Klimaateffecten (CO2-emissies, gemonetariseerd) (eigen schatting) | 149,0 | 387,4 | 476,8 | – peiljaar 2021 | src:33 src:204 src:812 |
Eigen berekening, som van referentie-effecten pe 109 en pe 110: klimaatwaarde van de bijmengverplichting vanaf 2031, 2,85 Mt x 50 / 130 / 160 euro per ton = 142,5 / 370,5 / 456,0 mln, plus SDE-vergisting 2025 0,13 Mt per jaar, Bron src:812, = 6,5 / 16,9 / 20,8 mln; samen 149,0 / 387,4 / 476,8 mln euro per jaar, prijspeil 2021, CO2-prijzen Bron src:33 en src:204. Inclusief mestbonus. Baat, dus positief. | |||||
| Subtotaal maatschappelijke effecten | -8,2 | -496,6 | -1.134,0 | ||
| Totaal effect huidig beleid | -8,2 | -496,6 | -1.134,0 | financiële effecten + maatschappelijke effecten + risico's | |
| waarvan eigen schatting: -8,2 / -496,6 / -1.134,0 € mln per jaar (lage impact / midden / hoge impact) | |||||
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenDe overheid stimuleert groen gas uit mest via de SDE++ en vanaf 2027 via de bijmengverplichting groen gas (BMV). Per vermeden ton is dat duur: SDE++ 2025 291 euro/t voor vergisting tot hernieuwbaar gas tegen 229 euro/t voor lucht-water-warmtepompen in dezelfde ronde (dp:710, dp:711; src:812); meerkosten BMV 170-450 euro/t (dp:717; src:816) tegen een CO2-schaduwprijs van 50/130/160 euro/t (src:33/src:204). Ongeveer de helft van het klimaatvoordeel van mestvergisting is vermeden methaan uit mestopslag (mestbonus). Die baat bestaat alleen zolang de veestapel blijft; het beleid geeft het mestvolume daarmee een verdienmodel en botst met krimp (ana:61, pol:199). Aanleiding: Urgenda en Kalavasta (src:810, src:811; secundair).
Stop (pol:237; reikwijdte sinds 07-10-2026 alle dierlijke mest uit de veehouderij, samengevoegd met 272): mestgas niet inboekbaar in het GGE-register (wettekst amendement 48, src:1028), dus geen BMV-meetelling, en geen nieuwe SDE++-beschikkingen vanaf 2028 voor mestvergisting; de BMV-jaarverplichting gaat omlaag met het mestdeel (politieke keuze, ter beoordeling bij Harmen). Bestaande beschikkingen blijven. Welvaart per jaar vanaf 2031: vermeden meerkosten +306/+558/+810 mln (pe 111) tegen gemiste klimaatbaat -288/-234/-90 mln (pe 112); saldo +18/+324/+720 mln/jr, contant 2027-2035 +0,10/+1,84/+4,09 mld (2,8%). NH3 (pe 113) en lock-in/frictie (pe 114) PM. Budget: SDE-vrijval 37,8 mln/jr per ronde (pbi 55).
Bron: pol:199 uit ana:61 (krimppad 5-10% dierrechten) wordt hergebruikt in plaats van een nieuwe krimppolicy. Voor het rundvee-aandeel: klimaat 20/107/224 mln/jr (pe 115) en NH3 88/213/391 mln/jr (pe 116); producentensurplus en frictie PM (pe 117, 118). Herinzet van het vrijvallende SDE-budget naar warmtepompen en isolatie (pol:238, pbi 57): 0,022-0,035 Mt/jr extra per ronde (ca. 0,56 Mt over de looptijd), 1,1/3,7/5,6 mln/jr (pe 119). Groen gas alleen uit echte reststromen (pol:240): duurder per ton (RWZI-slib 642 euro/t), alleen als aanvulling.
Herstel (pol:239): emissiearme mestopslag en -verwerking zonder subsidie per m3 gas (pe 120 PM).
Pakket groengas_mest_alternatief (package 3, hub 237; leden 237, 199, 238, 240, 239). Relaties: 237 vervangt 235, 236 en de vervallen 272; 237 versterkt 199, 239 en 240; 238 afhankelijk van 237; 239 versterkt 199; 199 overlapt 235 (mestbonus niet dubbel tellen). Stop en referentie sluiten elkaar uit; policy_alternative wordt pas gebruikt na script 008.
Essent en Greenchoice waarschuwen samen met de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis voor een hogere gasrekening voor kwetsbare huishoudens; Essent wil in plaats van de bijmengverplichting subsidie voor producenten (Trouw, src:1027, secundair). Dat verplaatst de kosten van de gasverbruiker naar de belastingbetaler, is meer publiek geld voor dezelfde sector (de SDE++ gaf vergisting al 602 mln in de ronde 2025, dp:710) en houdt de mestprikkel in stand. Volgens Trouw blijft na vergisting meer dan 90% van de mest over als digestaat, dus vergisting lost het mestprobleem niet op. De stopmaatregel (RuleId 10) is mestgas uit de veehouderij niet als groen gas tellen: niet inboekbaar in het GGE-register en geen SDE++ (stop-policy 237, met de tekst van het verworpen amendement 48, src:1028). De toezegging aan PRO borgt dit niet: het kabinet zal de Kamer alleen 'informeren of subsidiemaatregelen passend en/of nodig zijn' (src:1029). RED III art. 29 lid 14 geeft lidstaten ruimte voor zo'n aanvullend criterium (src:1030; juridische toets PM).
Urgenda (secundair) heeft gelijk over de kosten en over de afhankelijkheid van de veestapel. Allocatie van ketenemissies is echter een methodekeuze en geen fysieke correctie, en de 1,5 Mt laat de vermeden opslag weg (kritiek StikstofInfo, src:825; brandbrief, src:826).
Subject 138 Biogas, gekoppeld aan 131 Veeteelt, 22 Biomassa en 270 Nitraat en mest (onder Drinkwater). ana:61 (veestapel; pol:199), 51 (Stikstoffonds), 62 (Drinkwater), 19 (schadelijke subsidies). Lbv-budgetten staan al in budgetitems 112/113 en zijn hier niet opnieuw ingevoerd.
S/C/E 6/7/7 (03-10-2026): S 6 door honderden miljoenen per jaar aan meerkosten en lock-in; C 7 door allocatie, lekkage en de interactie met de veestapel; E 7 omdat de BMV in 2027 start en SDE-beschikkingen 12-15 jaar vastleggen.
Per maatregel het welvaartssaldo (vóór overlapcorrectie) en daaronder elke effectregel: bandbreedte, klasse, thema, rekenregel en bron. Overdrachten en begrotingsposten staan erbij, maar tellen niet in het welvaartssaldo.
€ 306 mln tot € 810 mln per jaar
Middenwaarde € 558 mln · prijspeil 2024 · vanaf 2031
Correctie voorstellen−€ 340 mln tot −€ 106,2 mln per jaar
Middenwaarde −€ 276,2 mln · prijspeil 2024 · vanaf 2031
Correctie voorstellenUitgaven −€ 37,8 mln per jaar
afschaffen vanaf 2028
Eigen afleiding: per SDE-ronde vervalt een verplichting van tot 602 mln; structureel per jaar 0,13 Mt/jr x 291 euro/t = 37,8 mln (602/37,8 = ca. 15,9 jaar looptijd). Bovengrens: categorie omvat ook allesvergisting. Uitbetaling gasprijsafhankelijk. Het vrijvallende budget gaat naar herinzet (policy 238), dus budgetneutraal in het pakket.
€ 1,3 mln tot € 6,6 mln per jaar
Middenwaarde € 4,4 mln · prijspeil 2024 · vanaf 2028
Correctie voorstellenUitgaven € 37,8 mln per jaar
verschuiven vanaf 2028
Herinzet: de 37,8 mln/jr die door de stop (pbi 55 bij policy 237, budgetitem 130) vrijvalt gaat binnen de SDE++ (budgetitem 6) naar lucht-water-warmtepompen (229 euro/t) en isolatie. Saldo met pbi 55 = 0 (budgetneutraal); alleen het extra klimaateffect telt.
Deze effecten hebben nog geen bedrag en tellen niet mee in de bedragen hierboven. Klik door naar de effectregel.