CPB: nationale investeringsinstelling zonder scherp doel is een impliciete subsidie, reken eerst de maatschappelijke opbrengst door

Beeld bij de CPB-publicatie 'De Nationale Investeringsinstelling: doelen en keuzes'
Nieuws Het kabinet trekt 3,3 miljard euro uit voor een Nationale Investeringsinstelling (NII). Het CPB verwacht dat de impact waarschijnlijk beperkt is. Een instelling die ook maatschappelijke doelen dient, verstrekt volgens het CPB feitelijk een impliciete subsidie, en voor verduurzaming, defensie en infrastructuur zijn subsidies, normering en beprijzing vaak geschikter. Burgerplatform: leg eerst het doel vast en reken de maatschappelijke opbrengst door met een MKBA, voordat er miljarden worden vastgelegd.

Op Prinsjesdag, 15 september 2026, kondigde het kabinet een Nationale Investeringsinstelling (NII) aan, met 3,3 miljard euro. De reden volgens het kabinet: “Voldoende beschikbaarheid en toegankelijkheid tot (private) financiering voor innovatieve ondernemers en groeibedrijven is dé achilleshiel van de Nederlandse economie.” De wens voor zo’n instelling komt onder meer uit een rapport over het toekomstige verdienvermogen van Nederland. Op 18 september 2026 publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) een analyse van het voorstel: De Nationale Investeringsinstelling: doelen en keuzes.

Wat het CPB concludeert

De boodschap van het CPB is nuchter. Een NII kan vooral meerwaarde hebben bij het toegankelijker maken van financiering voor bedrijven. Maar zij is geen oplossing voor alle knelpunten die bedrijven bij investeren ervaren. Hoeveel rendabele investeringen in Nederland stranden op een gebrek aan financiering, is moeilijk vast te stellen. “De zinvolle omvang van een NII en daarmee de impact op de Nederlandse economie zijn daarom waarschijnlijk beperkt”, schrijft het CPB.

  • Eerst het doel, dan de vorm. Volgens het CPB moet eerst duidelijk zijn welk doel de instelling dient. Daaruit volgen de inrichting en de gevolgen voor de overheidsschuld. De vraag of de NII kan investeren zonder dat de schuld stijgt, is volgens het CPB geen goede basis voor de vormgeving.

  • Marktconform of impliciete subsidie. Moet de NII financieringsproblemen op de markt oplossen, dan werkt zij als marktpartij, tegen marktconforme voorwaarden. Moet zij ook maatschappelijke doelen dienen, dan accepteert zij een lager rendement. Dan verstrekt zij volgens het CPB “feitelijk een impliciete subsidie”. Zo’n subsidie is minder zichtbaar dan een subsidie op de begroting.

  • Voor bredere doelen zijn directe instrumenten beter. Voor verduurzaming, defensie en infrastructuur zijn subsidies, normering en beprijzing volgens het CPB vaak geschikter dan financiering via een NII.

  • Andere knelpunten wegen zwaarder. Eerder onderzoek wijst er volgens het CPB op dat “andere knelpunten, zoals gebrek aan personeel of stikstofruimte, waarschijnlijk een groter obstakel vormen voor investeringen dan een gebrek aan financiering”.

  • Additionaliteit is de toets. De NII heeft alleen toegevoegde waarde als zij investeringen mogelijk maakt die private investeerders anders niet zouden doen. Als de NII zelf geld leent, wordt de impact niet vanzelf groter.

De kern: eerst het doel, dan het geld

Het CPB beschrijft een bekend beleidsprobleem. Geld wordt vastgelegd voordat duidelijk is welk maatschappelijk probleem het moet oplossen en wat het oplossen daarvan waard is. Dan valt niet te beoordelen of een euro in de NII meer oplevert dan dezelfde euro elders, bijvoorbeeld tegen energiearmoede, voor natuurherstel of in het onderwijs. Het risico is niet dat er te weinig gebeurt, maar dat geld naar de verkeerde dingen gaat, verpakt als investering in plaats van als politieke keuze.

Burgerplatform: reken eerst de maatschappelijke opbrengst door

Stop. Stop met het vastleggen van miljarden voordat het doel scherp is. Leg in de oprichtingswet van de NII vast welk probleem de instelling oplost, en geef het geld pas vrij als dat doel en de meerwaarde zijn onderbouwd.

Bron. Reken grote voorstellen vooraf door met een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) volgens de richtlijnen van het CPB en het PBL. Die maakt zichtbaar wat een euro oplevert voor mensen, natuur en toekomstige generaties, ook als die opbrengst bij een ander ministerie terechtkomt. Kiest het kabinet bewust voor een lager rendement om maatschappelijke doelen te dienen, maak die subsidie dan zichtbaar op de begroting.

Herstel. Laat geld daarna gaan naar wat aantoonbaar het meeste oplevert, en stuur bij als het niet werkt. Een fonds voor brede welvaart kan die afweging over de grenzen van ministeries heen organiseren, zodat de overheid opties naast elkaar legt en het geld naar de hoogste maatschappelijke opbrengst leidt. Laat na drie jaar onafhankelijk meten wat de NII heeft opgeleverd, ook voor brede welvaart, en maak dat openbaar.

De analyse van het CPB onderbouwt wat Burgerplatform bepleit: geld zonder scherp en doorgerekend doel levert onzekere en vaak beperkte maatschappelijke waarde op. Zie ook Niet het geld ontbreekt, maar de keuzes en CPB dempt verwachtingen bij nieuw investeringsfonds.

Bronnen:

lees hele artikel/document

Deel dit bericht

Blijf op de hoogte en stem mee over voorstellen

Vul je gegevens in om mee te doen

Wilt u uw e-mail hier invoeren?
Wilt u uw postcode hier invoeren?

Door aan te melden ga je akkoord met onze privacyverklaring. We delen je gegevens nooit met derden.

pageviews: 343

tinyurl: link

Gerelateerde berichten

Meer over Brede welvaart