Welke warmteroute belast het elektriciteitsnet het minst en is maatschappelijk het goedkoopst: MT-warmtenet (geothermie/restwarmte) of all-electric warmtepompen, eventueel met slim laden, batterijen en V2G? Aanleiding: LinkedIn-post N. Janssen (claims: nauwelijks verschil netbelasting; EV grootste netbelaster; zomer beter door minder airco; geothermie vraagt ook stroom). Post is geen citeerbare bron.
Winterpiek van all-electric WP (lage COP bij kou, elektrisch element) landt op het dure LS-net; EV-laden valt samen met avondpiek. Warmtenet-elektriciteit landt op MS-net en is kleiner, maar warmtenetten stagneren (15k vs 80k aansluitingen/jr nodig). Flex (slim laden, batterij, V2G) kan pieken afvlakken, maar congestieprijs/LS-congestiemanagement ontbreken en marktgestuurde batterijen verhogen nu de piek.
Effecten van de situatie zonder nieuw beleid, in € miljoen per jaar met 1 decimaal. Negatief is een nadelig effect. Lage impact is de grens die het dichtst bij 0 ligt, hoge impact de grens die het verst van 0 ligt, voor positieve en negatieve effecten. Financiële effecten zijn begrotingsuitgaven, begrotingsinkomsten en gemiste belastinginkomsten; maatschappelijke effecten zijn welvaartseffecten; risico's staan als jaarlijkse bufferpremie, kans maal schade. Overdrachten en andere bedragen die niet in het saldo tellen staan apart en tellen niet mee in het totaal. Onderaan staat het totaal.
| Effect | Lage impact € mln/jaar | Midden € mln/jaar | Hoge impact € mln/jaar | Hoeveelheid | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële effecten (begroting en gemiste inkomsten) | |||||
| Begrotingsuitgaven (huidige situatie) | -279,9 | -279,9 | -279,9 | – peiljaar 2027 | dp:1626 src:1625 |
Begrotingsuitgaven huidige situatie, ontwerpbegroting 2027. Hfdst XXIII KGG art. 31: WIS 86,2, WarmtelinQ 69,4, NGF NieuweWarmteNu 42,5, subsidie Nationale Deelneming Warmte 7,0, kapitaalstorting Nationale Deelneming Warmte 40,0; Hfdst XXII VRO art. 2: SAH warmteprojecten 23,5, Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie 11,3. Warmtefonds 103,0 mln, Hfdst XXII art. 2, niet meegeteld: dat financiert vooral isolatie. dp:1626, Bron src:1625. Prijspeil en begrotingsjaar 2027; de bron geeft een puntraming, dus laag, midden en hoog gelijk. Uitgave, dus negatief. | |||||
| Subtotaal financiële effecten | -279,9 | -279,9 | -279,9 | ||
| Maatschappelijke effecten (welvaart) | |||||
| Klimaateffecten (CO2-emissies, gemonetariseerd) (eigen schatting) | -27,0 | -71,0 | -88,0 | – peiljaar 2023 | src:33 src:921 src:1010 src:1012 |
Eigen berekening, overgenomen uit referentie-effect pe 195: biomassa 15 procent van circa 20 PJ warmtelevering, Bron src:1010 en src:1012, gedeeld door 0,75 voor verlies en 0,8 rendement, x 109,6 kg CO2 per GJ, Bron src:921, = 0,55 Mt CO2 per jaar die in etiket en rapportage als nul telt; x 50 / 130 / 160 euro per ton, Bron src:33, = 27 / 71 / 88 mln euro per jaar klimaatschade die niet in de prijs zit. Bruto, zonder hergroei. Schade, dus negatief. | |||||
| Subtotaal maatschappelijke effecten | -27,0 | -71,0 | -88,0 | ||
| Indicatoren (hoeveelheden, tellen niet mee) | |||||
| Overdrachten (herverdeling) (indicator) | geen bedrag | – peiljaar 2025 | geen bron | ||
Referentie (IsReference), overdracht. WIS-openstelling 2025: 200 mln (source 1016); in 2023 werd 90 mln verleend voor 12 netten (source 1017). Max 30% en 7.000 + 4.000 EUR per aansluiting, zonder harde eis aan werkelijke bron-CO2. Jaarritme na 2025 niet bekend. Negatief = van overheid naar warmtebedrijven. Niet in saldo. Verplaatst uit pe:194 (pol:263) door scba_078. | |||||
| Sectoraal effect gebruikers en producenten (indicator) | geen bedrag | – | geen bron | ||
Referentie (IsReference), PM. Netbeheerders rekenen per WP-woning met 1,5-7,9 kW (dp 914-918); netkosten 66-346 EUR/woning/jr (kengetal 32). Welke aanname in welke buurt de keuze bepaalt, is niet nationaal bekend. Niet in saldo. Verplaatst uit pe:196 (pol:263) door scba_078. | |||||
| Totaal effect huidig beleid | -306,9 | -350,9 | -367,9 | financiële effecten + maatschappelijke effecten + risico's | |
| waarvan eigen schatting: -27,0 / -71,0 / -88,0 € mln per jaar (lage impact / midden / hoge impact) | |||||
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenFactcheck (src:224-234). C1 nauwelijks verschil netbelasting: NIET voor piek/LS. All-electric 1,6-2,5 kW/weq extra gelijktijdig (dp:280) vs MT/HT-warmtenet ~0,1 kW/weq op MS (dp:281); geothermie+booster-WP 0,25-0,65 (dp:282); PBL SA2025: S2 geen LS-verzwaring. DEELS waar: jaarverbruik elektriciteit vergelijkbaar (CE/EBN), HT-net met WP ongunstig kan richting hybride/bodem-WP, en door EV/PV moet LS in buurten toch verzwaard worden (Stedin; dp:285: HT-net +30-55% trafo's vs WP +85-115%). C2 EV grootste netbelaster: DEELS. Per woning EV 6-11 kW > WP (dp:287); wijkpiek in all-electric wijken door WP, in hybride/warmtenetwijken door EV (src:226). Verschuifbaar: slim laden -35-49% avondpiek (dp:289); HOLON woonwijk 3,4->1,5 kW/woning (dp:290, niet peer-reviewed). C3 zomer/airco: DEELS, kwalitatief (CE/EBN: MT-net kan niet koelen, airco extra netimpact); niet gekwantificeerd. C4 geothermie vraagt stroom: KLOPT (pompen COP 16-24, booster-WP, circulatie; dp:283), maar piek blijft lager dan all-electric. Kosten: in warmtenet-kansrijke buurten (1,2-2,5 mln aansl., dp:293) is all-electric/hybride 124-160 mln/jr duurder (budgetitem 80; netdeel 35-38 mln, bi 76). Hypothese all-electric+batterij+beperkte kabel goedkoper: NIET AANGETOOND. HOLON: flex ~10x goedkoper dan verzwaring, maar warmtenetten buiten scope, alle flex doet mee, congestieprijs bestaat niet. Batterij 15 EUR/kWh/jr (bi 79) -> ~150 EUR/kW/jr bij 10-uurs piek vs LS 99-243 EUR/kW/jr (bi 77): ordegrootte gelijk, niet 10x. Marktgestuurde batterijen verhogen nu LS-piek (dp:294). Meerdaagse koudegolf niet door batterijen gedekt (dp:288). V2G: 1-2 kW/huishouden avondpiek potentieel (dp:291), Utrecht ~2 MW/350 auto's (dp:292). Geen bron vergelijkt direct all-electric+flex vs MT-warmtenet per buurt: gap (Actions 130-132; routekeuze Action 133). Belemmeringen V2G (src:235-242, src:257-261; dp:295-302, dp:304-314). Techniek: V2G werkt alleen in vaste auto-laadpaalcombinaties (dp:295; NL: Renault/WDS AC-V2G, dp:299); AFIR verplicht ISO 15118-20 pas per 2027 en alleen aan laadpaalzijde (dp:296); OCPP 2.1/OCPI/OpenADR/EEBus niet verplicht of geharmoniseerd (dp:297); protocolsteun of internet lost semantiek/implementatie niet op (dp:300); netcode RfG 2.0 nationaal ~2029, V2G-ready voertuigeisen ~2030 (dp:298, dp:302); cyberrisico massale aansturing, Cbw per 15-8-2026, CRA 2027 (dp:301). Economie/regels: dubbele EB zonder werkbare oplossing achter hoofdaansluiting, zichtbaar na einde saldering 1-1-2027 (dp:305); dubbel nettarief, ToU-tarief pas 2029 (dp:304); geen congestiemanagementproduct voor kleinverbruik (dp:306); accugarantie in km/jaren, OEM's terughoudend (dp:307). Rolverdeling: netbeheerder mag opslag alleen via ontheffing/tender (RL 2019/944 art. 36, Energiewet 3.33) en moet flex marktgebaseerd inkopen (dp:308); EBN-taak dekt elektriciteitsflex niet (dp:312). Politiek: splitsingswet 2006 breed; amendement ruimte netbeheerder 85-65 (2024); motie regeling dubbele EB verworpen 74-76, verkenning 150-0; bidi-standaard 113-37 (dp:309-311). Potentieel: 3,7 MW per 1.000 deelauto's (dp:313), 4,5-9,5 GW in 2050 (dp:314). Euro-effecten wegnemen belemmeringen niet onderbouwd (Action 134). CONCEPT-opties: pol:150-153; keuze politician (Action 135, vervolg 133).
--- Update 6-10-2026: MKBA all-electric versus warmtenet (scientist; rekenmodel /workspace/warmte/calc_warmte.py, uitkomst result.json) ---
Vraag: zijn nieuwe warmtenetten nog verstandig, of is all-electric (individuele warmtepomp + netverzwaring) beter? Getoetst zonder voorkeur. Hoofdbron CE Delft Basisrun/Startanalyse 2024 (src:225, src:1009); netbeheerders Liander, Enexis, Stedin (1020-1022); bronmix CBS en RVO (1011, 1012); ketenemissies (1010, 1024); Wcw en ontwerp-Bcw (1014, 1015); WIS (1016); Algemene Rekenkamer (1017); Greenvis/TNO (1018); Ecorys/NBNL en Berenschot (1019); Vattenfall-etiket (1023); Trinomics (1025). Disconto 2,8% tot jaar 35, daarna 1,8% (src:33): annuiteit 40 jaar = 0,0418. Netverzwaring 1.047 EUR/kW (CE Delft, bi 77; hoog 2.993 HOLON) = 44 (125) EUR/kW/jr. CO2-prijs 50/130/160 EUR/t (src:33). Banen tellen niet als baat.
1. Basis. In 1,3 mln kansrijke woningequivalenten (weq) is een warmtenet op een robuuste bron 95-123 EUR/weq/jr goedkoper dan all-electric/hybride (CE Delft: 124-160 mln/jr, bi 80; nationale meerkosten t.o.v. gasketel 950 mln/jr warmtenet tegen ca. 1,1 mld/jr all-electric). Berenschot (Den Haag): 49-292 EUR/weq/jr (dp:931). Ecorys/Vesta MAIS: 'geen nieuwe warmtenetten' kost nationaal +1,2 mld/jr, waarvan netverzwaring maar 104 mln (dp:930). Bottom-up controle: all-electric 1.783-2.063 tegen warmtenet 1.204-1.667 EUR/weq/jr (dp:929, dp:932).
2. Bron-CO2 eerlijk geteld (biomassa niet op nul: 109,6 kg/GJ brandstof plus keten). Robuust net (restwarmte/geothermie/collectieve WP + 20% gaspiek) 15,5 kg/GJ; gemiddelde mix 2030 35 (officieel 14,6); mix 2022 58 (officieel 31); biomassanet Lelystad 226 (etiket 20); all-electric 6 (stroom 0,07 kg/kWh) tot 23 (gridmix 2025, 0,268); hr-ketel 63 kg/GJ (dp:920-923, dp:936). Breakeven: boven ca. 51-62 kg/GJ (130 EUR/t) verliest een warmtenet zijn kostenvoordeel (dp:935; 109-136 bij 50 EUR/t, 45-53 bij 160 EUR/t).
3. Saldo warmtenet min all-electric (2,5 kW per WP-woning, 130 EUR/t): robuust +95 tot +123; mix 2030 +43 tot +71; mix 2022 -18 tot +9; biomassanet -434 tot -462 EUR/weq/jr (dp:933). Contante waarde (40 jaar) per 1.000 woningen: robuust +2,3 tot +2,9 mln EUR; biomassanet -10,4 tot -11,1 mln EUR. Extra CO2 nationaal (1,3 mln weq) t.o.v. robuust: mix 2030 0,52 Mt (26/68/84 mln/jr), mix 2022 1,14 Mt (57/148/182), biomassanetten 5,6 Mt (279/725/892).
4. Gevoeligheid netbeheerder (bepalend). Dezelfde oude 2-onder-1-kap telt bij Enexis 2,7 kW, Stedin 2,9 kW, Liander 5,5-7,9 kW (dp:914-918). Netkosten per WP-woning 66-346 EUR/jr (HOLON-kosten 188-988). Dat verschuift het voordeel van het warmtenet met -44 tot +236 EUR/weq/jr; nationaal -57 tot +307 mln/jr (met HOLON-kosten -163 tot +878) (dp:934). Dit is groter dan het basisverschil. Een robuust net verliest zijn voordeel pas als all-electric per woning minder dan 0,3 kW (CE Delft) tot 1,4 kW (Berenschot, label B+) netpiek vraagt (bij netkosten 1.047 EUR/kW). Slimme sturing en collectieve buffer (-30 tot -55% piek) besparen 20-36 EUR/woning/jr bij Stedin/Enexis-aannames en 104-190 EUR/jr bij Liander (dp:937). Batterij ca. 30 EUR/kW/jr bij 2-uurspiek tot 150 bij 10-uurspiek (bi 79). Een meerdaagse koudegolf dekken batterijen en V2G niet (dp:288).
5. Isolatie eerst en hybride. Gaan woningen eerst naar label B+, dan blijft maar 49 EUR/weq/jr voordeel over (Berenschot), binnen de onzekerheid. De hybride WP is de goedkoopste instap (7.264 EUR/weq, dp:932) en verlaagt de netpiek, maar vraagt gas; groen gas is schaars (groengaspakket 235-240).
6. Wcw/Warmtewet. Het tarief volgt de gasprijs (40,97 EUR/GJ + 827,91 EUR/jr, dp:925) en verbergt dure en fossiele netten. Wcw art. 13.18 zondert bestaande warmtebedrijven uit van de uitsluiting van houtige biomassa (dp:927). Ontwerp-Bcw: 25 kg/GJ vanaf 2030, rekenregel biogene CO2 nog open (dp:928). WIS: 30% subsidie, max 7.000 + 4.000 EUR per aansluiting, 200 mln in 2025 (dp:926), zonder harde eis aan de werkelijke bron-CO2.
Conclusie. Een algemeen verbod op nieuwe warmtenetten is niet onderbouwd en kost geld (+124 mln tot +1,2 mld/jr). Wel terecht (stop eerst): geen nieuwe of uitgebreide netten op biomassa- of gasbasislast en geen publieke steun daarvoor. All-electric wint in minder dichte buurten, bij goed isoleerbare woningen (B+), bij een bron boven ca. 55 kg CO2/GJ (alle biomassanetten, veel bestaande netten) en als netbeheerders met gemeten pieken rekenen. Een warmtenet wint in dichte, slecht isoleerbare buurten met een robuuste bron en >=70% aansluiting. Perverse prikkels die de markt verstoren: biomassa als nul tellen (Wcw-maas, etiket, Bcw-rekenregel), gasprijskoppeling in het tarief, subsidie zonder bron-eis, warmtenet als standaard zonder MKBA, en een conservatieve netimpact-ontwerpwaarde die all-electric duur laat lijken.
Policies (CONCEPT): pol:263 referentie (IsReference); stops pol:264 (biomassa-maas Wcw dicht, eerlijke CO2), pol:265 (gasprijskoppeling tarief weg), pol:266 (geen publieke steun voor biomassa-/fossiele netten), pol:267 (geen warmtenet-standaard zonder openbare MKBA), pol:268 (meetgebaseerde netimpact-rekenregel); bron pol:269 (isolatie eerst, slimme/hybride WP, collectieve buffer incl. V2G-deelauto's), pol:270 (robuuste publieke/cooperatieve warmtenetten); reparatie pol:271 (omschakelplan bestaande netten). Effecten pe 194-212; relaties 65-78 (naar 252/253 biomassa ana:67; 260/261 netcongestie ana:46; 150; 236; 238). dp:914-918, dp:920-937; kengetallen 30, 31, 32, 34.
PM: tariefherverdeling (265); WIS-aandeel naar fossiele/biomassanetten (266); omschakelkosten per net (264, 271); kosten V2G-buffer (269); aandeel woningen gepland met Liander-aanname (268); kosten MKBA per gemeente (267); of de Bcw-rekenregel biomassa op nul zet; bronmix per individueel net (beperkt openbaar).
Betrouwbaarheid: klasse 3. Basisvoordeel en netbeheerdercijfers komen uit officiele rapporten; eerlijke CO2 en saldo zijn eigen berekening op die bronnen; netbeheerder-aanname en bronmix per net zijn de grootste onzekerheden.
--- Update 7-10-2026: restwarmte (scientist; rekenmodel /workspace/warmte/calc_restwarmte.py, uitkomst result_restwarmte.json) ---
Vraag (Harmen): hoeveel CO2 zit er in restwarmte, waar komt die warmte vandaan, en hoe robuust is die bron op een Parijs-pad? Nieuwe bronnen 1034-1046 (1023 aangevuld); dp:958-960, dp:963-968, dp:971-979; kengetallen 35 (bronrisico Parijs-pad) en 36 (CO2 afvalwarmte per methode). Disconto 2,8% tot jaar 35, daarna 1,8%; CO2 50/130/160 EUR/t.
1. Hoe restwarmte nu wordt toegerekend. Conceptregeling cw: restwarmte zonder warmtepomp telt volledig als hernieuwbaar (art. 2.28 lid 3); 10% piek/back-up telt als uitstootvrij (art. 2.17 lid 6) (dp:958). Warmte uit afvalverbranding (AVI) en gascentrales (STEG-aftap) krijgt alleen de 'gemiste elektriciteit': AVI 9,2 kg CO2/GJ, gas 13 (2020), 5 (2030), 3 (2050) (TNO/Warmtewet, dp:959). Andere methodes: exergie (warmte krijgt 18-28% van de uitstoot) geeft AVI 24-33 en gas 16-24 kg/GJ; naar rato van energie AVI 72 en gas 67 kg/GJ; gemeten zonder turbine (AVR 2025) 38,8 (dp:964-965, kengetal 36). Restwarmte van raffinaderij of chemie telt in Bcw en etiket als 0. Afval: 0,959 t CO2 per ton, 66,4% biogeen, dus 0,322 t fossiel (34%, niet 50%); 6,4 Mt verbrand in 2024 = 2,1 Mt fossiel CO2 (dp:960, dp:963).
2. Werkelijke bronmix grote netten 2025 (dp:966-968, dp:971-976):
- Rotterdam (Eneco): 81% AVR-afvalwarmte (3,0 PJ), 10% RoCa-gascentrale, 6% gasketels; 55,9 kg/GJ officieel.
- Rotterdam (Vattenfall/WBR): 75% AVR, 22% Shell Pernis-raffinaderij (16.000 huishoudens); 44,7 kg/GJ.
- Den Haag (Eneco): 57% Uniper STEG-aftap, 26% Uniper 'HT restwarmte' (op 0,1 kg/GJ), 12% gasketels, 5% geothermie; 19,6 kg/GJ, maar ca. 95% gasgestookt.
- Utrecht-Nieuwegein (Eneco): 38% STEG, 38% biomassa (telt 0), 17% gasketels, 7% RWZI; 23,2 kg/GJ.
- Amsterdam N/W (Westpoort Warmte, 50% gemeente/50% Vattenfall): 62% AEB-afval, 37% biomassa BEC; 9,6 kg/GJ.
- Amsterdam Z/O 82% en Almere 88% gascentrale (22-26 kg/GJ); Arnhem/Duiven 94% en Nijmegen 93% AVI (15-21 kg/GJ); Leiden 100% gas (42 kg/GJ).
- Nieuw: WarmtelinQ (Gasunie, 250 MWth, 120.000 weq, havenrestwarmte; kosten 644 mln -> meer dan 1 mld, subsidie tot 549,5 mln plus verzoek ca. 0,5 mld); Tata IJmond (ca. 10.000 woningen, opgeschort); Chemelot/WZL (ca. 4.000 aansluitingen, bron alleen niet genoeg, besluit 2027); datacenter Middenmeer (5.000 woningen, 2029).
Conclusie: het grootste deel van de 'restwarmte' in de grote netten komt uit afvalverbranding en gascentrales, en voor nieuwe netten uit raffinage en fossiele chemie.
3. Parijs-pad en bronrisico. Aanname: fossiele bronnen (raffinage, gascentrales, fossiele chemie, Tata in huidige vorm) zijn uiterlijk 2040-2050 weg; afvalverbranding krimpt 50-100% in jaar 20-25. Dan heeft het net na 15-25 jaar een nieuwe basislastbron nodig (0,76 kW/weq). Vervanging per weq/jr: lucht-WP 444, aquathermie/TEO-WP 381, geothermie 139 (industrie, geen oude productiekosten); AVI 334/271/29; STEG 244/181/-61 (CE Delft-kosten, src:1009). Omgerekend naar een gelijke annuiteit over 40 jaar: 36-218 EUR/weq/jr, centraal 140 (kengetal 35, dp:978). Stranded assets: de boekwaarde van de bronaansluiting bij uitval (jaar 15: 157, jaar 25: 71 EUR/weq contant voor industrie) zit al in de 40-jaars annuiteit van CE Delft; gemeld, niet dubbel geteld.
4. Nieuw saldo warmtenet min all-electric per subtype (EUR/weq/jr, 130 EUR/t, centraal; dp:979): geothermie +109 (87 tot 123); aquathermie/collectieve WP +100 (50 tot 113); datacenterwarmte +94 (bronrisico klein: de centrale WP blijft; PM); industriele restwarmte als de bron blijft +109, maar fossiele industriele restwarmte op Parijs-pad (bron weg na 15-25 jaar) -31 (-138 tot +87), na 10-20 jaar -79; AVI met Bcw-telling +89, met exergie +53, naar rato -67, Bcw plus afvalkrimp +27, exergie plus afvalkrimp -1; gascentrale-aftap Bcw +79, exergie plus Parijs-pad +16, naar rato plus Parijs-pad -64. Contant per 1.000 woningen: geothermie +2,1 tot +2,9 mln; fossiele industriele restwarmte op Parijs-pad -3,3 tot +2,1 mln.
5. Kantelpunt. Zonder bronrisico blijft het kantelpunt 51-62 kg CO2/GJ geleverd (centraal 57). Met Parijs-risico zakt het naar ca. 32-36 kg/GJ voor AVI- en gascentralenetten en naar ca. 4 kg/GJ voor fossiele industriele restwarmte: lager dan de eigen uitstoot van een net met gaspiek (15,5), dus zo'n net verliest altijd van all-electric, tenzij geothermie als vervanger beschikbaar is.
6. Fossiele lock-in (conclusie). De huidige rekenregels noemen warmte uit gascentrales, afvalverbranding en raffinaderijen groen of bijna CO2-vrij. Daardoor lijkt een net op zo'n bron robuust, krijgt het subsidie (WarmtelinQ) en houdt het de fossiele bron langer in bedrijf, omdat de bron nu ook warmte verkoopt. Op een Parijs-pad valt die bron binnen 15-25 jaar weg en betalen bewoners of de overheid daarna een tweede bron. Eerlijk gerekend wint een warmtenet alleen op een Parijs-proof bron: geothermie, aquathermie/collectieve WP, of datacenterwarmte met eigen duurzame stroom. Fossiele industriele restwarmte verliest centraal (-31 tot -79 EUR/weq/jr), AVI-warmte zit met exergie en afvalkrimp rond nul en gascentrale-aftap blijft alleen bij Bcw-telling duidelijk positief.
Policies. Nieuw: pol:275 stop (fossiele restwarmte en afvalwarmte niet als duurzaam tellen; exergie-toerekening, geen 10% uitstootvrije piek, Parijs-vervangingsplan in Wcw, etiket en tarief); effecten pe 217 (E30), 218 (E33), 219 (E31), alle PM met cijfers in de toelichting (WarmtelinQ-schaal 4-26 mln/jr, contant 0,1-0,6 mld; geboekte AVI-CO2 0,23-0,38 Mt/jr hoger). Relaties 86 (275 vervangt 263), 87 (275 versterkt 264), 88 (275 in pakket 266), 89 (271 overlapt 275), 90 (275 versterkt 267), 91 (242 versterkt 270: datacenterwarmte alleen robuust met eigen duurzame opwek), 92 (270 versterkt 215). Aangescherpt: 263 (restwarmteregels en voorbeeld Den Haag), 266 (ook fossiele restwarmte zonder Parijs-plan geen steun; WarmtelinQ), 267 (punt 5: exergie en bronrisico in de MKBA), 270 (robuust = Parijs-proof, saldo per subtype), 271 (omschakelplan ook voor AVI en fossiele restwarmte, uiterlijk 2040); pe 209 toelichting. 252/253 niet gewijzigd: het biogene deel van afval is geen houtige biomassa; BEC-biomassa valt al onder 264/253. Geen dubbeltelling: CO2 van omschakeling telt bij 271; 275 en 264 dekken verschillende bronnen. Bedragvelden van de analyse blijven gelijk: de nationale waarde van 270 geldt voor Parijs-proof bronnen en 275 is PM.
PM: aandeel van de 1,3 mln kansrijke weq dat op fossiele of AVI-bronnen zou komen; aantal nieuwe weq op fossiele restwarmte; stroomprijs voor grote flexibele afnemers (collectieve WP); stranded deel van de WarmtelinQ-leiding; bronkosten datacenterwarmte; Eemshaven (geen data); CCS bij AVI's (zou de AVI-CO2 verlagen); exacte MW en eigenaar per bron waar niet openbaar.
Betrouwbaarheid: klasse 3. Bronmix uit warmte-etiketten 2025 (officieel); toerekening uit TNO; bronrisico en saldo per subtype zijn eigen berekening op CE Delft-kosten, met brede bandbreedte door het tijdstip van uitval en de vervangende bron.
Besluitvorming, lock-in en kostentoerekening (aanvulling 22-10-2026). Aanleiding: een opiniebijdrage (src:1802, lage betrouwbaarheid) over wie bepaalt en wie betaalt onder gemeentelijke regie. Het rekenvoorbeeld daarin (15 mln vaste kosten; 15.000 EUR per aansluiting bij 100% en 25.000 bij 60% deelname) is illustratief en geen data, maar het mechanisme klopt: de infrastructuur is 60-80% van de kosten en er is minstens 70% aansluiting nodig (src:1017). Schothorst-Zuid in Amersfoort laat zien hoe dat uitpakt: na plannen sinds 2019 zijn gemeente, corporaties en warmtebedrijf gestopt. Het plan was financieel niet haalbaar en de WIS verviel bij de deadline van 31-8-2026. Raadsleden gaven aan dat ze onvoldoende waren geinformeerd (src:1805). De NPLW-kostenkengetallen voor aansluiten (prijspeil juli 2024, src:1803) zijn in de Startanalyse 2026 niet opnieuw gevalideerd (src:1804). PBL: nationale kosten zeggen niets over de verdeling. Netverzwaring betalen alle Nederlanders, een warmtenet alleen de aangeslotenen, dus gebruikers kunnen individueel duurder uit zijn, ook waar het warmtenet nationaal het goedkoopst is (src:1806, src:1807). Eerdere artikelen in de database over gekleurde kosten-batenanalyses, tarieven en het businessmodel van warmtebedrijven: artikel 852, 854, 733, 723, 842, 1100 en 815.
Publiek eigendom en keuzevrijheid onder de Wcw (feitelijk; politieke weging is aan de Politician). Levering zonder aanwijzing is verboden. De gemeente stelt een warmtekavel vast en het college wijst een bedrijf met publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap aan, met een exclusief recht voor 20-30 jaar (src:1809). Er is geen algemene aansluitplicht. Faseert de gemeente gas uit via het omgevingsplan, dan doet het warmtebedrijf een aanbod met opt-out: wie niet reageert, heeft stilzwijgend aanvaard, met een minimale aansluittermijn van 3 jaar. Wie wel een opt-out doet, moet zelf een duurzaam alternatief regelen. Kosten aan het eigen gebouw hoeven in het aanbod niet te worden genoemd (src:1810). Zonder gasuitfasering wordt alleen op verzoek aangesloten. De keuze van techniek en bedrijf verschuift daarmee naar raad en college, en na de aanwijzing is er een lokaal monopolie onder ACM-tariefregulering. Vragen voor de Politician: hoe verhoudt dit zich tot de keuzevrijheid van bewoners, en welke waarborgen horen vooraf in het raadsbesluit?
Concurrentie met all-electric plus isolatie. PBL (Startanalyse 2025, Vesta MAIS): de e-WP heeft de laagste nationale meerkosten voor 2,9 mln aansluitingen en het MT/HT-warmtenet voor 2,5 mln. Bij 1,3 mln van die warmtenetaansluitingen is een alternatief minder dan 20% duurder (dp:1800). Bedragen per woning (H18) en per ton CO2 (H17) per wijktype staan alleen per buurt in de gemeentedata en zijn PM. CE Delft rekende op Startanalyse 2020 een voordeel van 124-160 mln/jr voor warmtenetten in kansrijke buurten (src:225). Op basis van de Startanalyse 2025 schat CE Delft dat een prijsgarantie voor nieuwe netten 140 mln kost (2028-2037) met de gasketel als referentie, maar slechts ca. 2,2 mln met de warmtepomp als referentie (dp:1801). Verschil CE Delft en PBL: CE Delft gebruikt de oudere kostenbasis en een vaste netbeheerder-aanname, en die aanname verschuift het voordeel met -44 tot +236 EUR/weq/jr (dp:934). PBL laat zien dat de voorsprong van warmtenetten vaak klein is, en kleiner in 2025 dan in 2020. Fysieke kanttekeningen: het warmteverlies is gemiddeld 29% in grote en middelgrote netten (2024, dp:1797) en 25% volgens CE Delft (2022, dp:1798). Het net blijft het hele jaar op temperatuur voor tapwater, terwijl de basislast 30% van het vermogen dekt en 73% van het volume levert (dp:977). Gas-hulpketels leveren ca. 18% van de productie in grote netten (dp:1799, secundaire bron) en in 2022 was 55% van de warmte op aardgas (dp:920). De officiele CO2 was 31,9 kg/GJ voor grote netten en 58,3 kg/GJ voor middelgrote (dp:1797), tegen 6-23 kg/GJ voor een lucht-WP (dp:936).
Impliciete subsidies. (a) Energiebelasting: gas tegen de grootverbruikersschijven (0,05313-0,33085 tegen 0,60066 EUR/m3 voor huishoudens, src:1808, dp:1176), terwijl het warmtetarief de huishoudens-EB bevat (dp:1180). Die EB-marge is nationaal ca. 225 mln/jr (185-320, dp:1186, eigen berekening). (b) NMDA en gasreferentie: het tarief volgt de gasprijs inclusief belastingen, waardoor de bedoelde overstapprikkel van hogere gasbelasting wegvalt (src:1811, dp:925). (c) WIS: 30% subsidie, tot 7.000 + 4.000 EUR per aansluiting (dp:926). (d) Restwarmte van ETS-installaties met deels gratis rechten (dp:1178) telt in de concept-Regeling als hernieuwbaar (dp:958). (e) SDE++ voor warmtebronnen, gemeentelijke garanties en leningen, en het Warmtefonds: PM, geen gekwantificeerde bron gevonden. Context: bij 25% van de warmtelevering verslechteren de EB-maatregelen het rendement (dp:1802).
Maatregelen volgens de volgorde stop, bron, weerbaarheid, herstel. Stop: pol:398 (nieuw: EB-degressie op gasbijstook), naast de bestaande pol:265, pol:297, pol:266, pol:275 en pol:267. Bron: pol:400 (nieuw: transparant wijkbesluit, raad stelt vragen vooraf, onafhankelijke levensduurvergelijking, woonlasten per groep, risicoanalyse met scenario's), naast pol:269 en pol:270. Effecten van de nieuwe maatregelen: PM.
Per maatregel het welvaartssaldo (vóór overlapcorrectie) en daaronder elke effectregel: bandbreedte, klasse, thema, rekenregel en bron. Overdrachten en begrotingsposten staan erbij, maar tellen niet in het welvaartssaldo.
€ 43 mln tot € 137 mln per jaar
Middenwaarde € 111 mln · prijspeil 2023 · vanaf 2030
Correctie voorstellen€ 124 mln tot € 160 mln per jaar
Middenwaarde € 142 mln · prijspeil 2023 · vanaf 2027
Correctie voorstellen−€ 40 mln tot € 12 mln per jaar
Middenwaarde −€ 33 mln · prijspeil 2023 · vanaf 2030
Correctie voorstellen€ 14 mln tot € 78 mln per jaar
Middenwaarde € 46 mln · prijspeil 2023 · vanaf 2027
Correctie voorstellen€ 25 mln tot € 80 mln per jaar
Middenwaarde € 65 mln · prijspeil 2023 · vanaf 2030
Correctie voorstellenDeze effecten hebben nog geen bedrag en tellen niet mee in de bedragen hierboven. Klik door naar de effectregel.
Voor het rampscenario en de omvang van de geldstroom is nog geen bron per bedrag vastgelegd. Hieronder staan de bronnen en datapunten van de hele analyse.