Sinds het begin van de oorlog in Iran op 1 maart 2026 heeft Nederland 7,7 miljard euro minder aan fossiele energie hoeven te importeren dankzij duurzame energie. Dat schat de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie over de periode van 1 maart tot 1 oktober src:1817.
Zonne-energie leverde volgens de vereniging de grootste besparing op, 2,7 miljard euro. Windenergie was goed voor 1,9 miljard euro, duurzame brandstoffen en groen gas voor 0,9 miljard euro, duurzame warmte zoals geothermie voor 0,8 miljard euro en elektrisch rijden ook voor 0,8 miljard euro. Warmtepompen bij huishoudens scheelden 0,2 miljard euro src:1817.
Nederland is volgens de vereniging voor 77 procent van zijn energiegebruik afhankelijk van import. Volgens de Klimaat en Energieverkenning van het PBL daalt dat naar 67 procent in 2030 en is Nederland in 2040 nog voor meer dan de helft afhankelijk van import. De vereniging verwijst ook naar een berekening van TNO uit 2025: bij een nieuwe crisis zoals in 2022 stijgen de energiekosten tachtig procent minder als Nederland overschakelt op duurzame energie src:1817.
Kanttekening
De cijfers zijn een schatting van een brancheorganisatie van duurzame energiebedrijven, gebaseerd op de Klimaat en Energieverkenning en het Nationale Energie Dashboard. De precieze rekenmethode is niet openbaar. Het bedrag gaat over vermeden import tegen de hoge prijzen van dit jaar, niet over de kosten van de installaties zelf.
Duiding Burgerplatform
Burgerplatform ziet hierin een bevestiging dat energie uit eigen bron niet alleen het klimaat dient, maar ook bestaanszekerheid en onafhankelijkheid. Elke crisis rond olie en gas laat zien hoe kwetsbaar een land is dat zijn energie inkoopt bij grondstoffenexporteurs. Intussen verdienen fossiele bedrijven aan de schaarste, zoals bij de bijna verdubbelde raffinagemarge van Shell, art:2144, terwijl fossiele energie nog steeds wordt bevoordeeld, ana:19. Volgens Burgerplatform hoort publiek geld daarom naar eigen duurzame opwek, besparing en opslag, met zeggenschap voor burgers en coöperaties, en niet naar het in stand houden van fossiele afhankelijkheid. Zie ons dossier Energieonafhankelijkheid.