Tata Steel IJmuiden veroorzaakt ca. EUR 406 mln per jaar externe schade door luchtvervuiling (CE Delft 2024), ruim 85% daarvan gezondheid; in Wijk aan Zee is de levensverwachting 2,5 maanden korter (RIVM 2023). Tegelijk krijgt het bedrijf tot 2045 ca. EUR 10,8 mld nominaal aan publieke steun (SOMO/Milieudefensie 2026) plus 34,1 mln gratis emissierechten in 2026-2030. Handhaving bleef jaren uit.
(1) Publieke steun en gratis rechten zonder harde tegenprestatie houden de vervuilende productie in stand. (2) Gedogen: vergunning en BBT werden jaren niet afgedwongen (zie ana:42). (3) Het werkgelegenheidsargument wordt ingezet tegen ingrijpen, terwijl banen in een MKBA geen baat zijn. (4) Bouwregels en de nul-telling van biomassa benadelen hout als alternatief voor staal in gebouwen.
Effecten van de situatie zonder nieuw beleid, in € miljoen per jaar met 1 decimaal. Negatief is een nadelig effect. Lage impact is de grens die het dichtst bij 0 ligt, hoge impact de grens die het verst van 0 ligt, voor positieve en negatieve effecten. Financiële effecten zijn begrotingsuitgaven, begrotingsinkomsten en gemiste belastinginkomsten; maatschappelijke effecten zijn welvaartseffecten; risico's staan als jaarlijkse bufferpremie, kans maal schade. Onderaan staat het totaal.
| Effect | Lage impact € mln/jaar | Midden € mln/jaar | Hoge impact € mln/jaar | Hoeveelheid | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
| Maatschappelijke effecten (welvaart) | |||||
| Omgevingseffecten (geluid/lucht/stikstof) | -406,0 | -406,0 | -406,0 | – peiljaar 2024 | dp:257 src:205 |
Externe schade van de luchtvervuiling door Tata Steel IJmuiden, huidige situatie: circa 406 mln euro per jaar, NOx, SOx, PM10 en lood x VOLY-kosten per ton volgens de EEA-methode, waarvan ruim 85 procent gezondheid, circa 350 mln. Bron src:205, CE Delft 2024 Tabel 4, dp:257. Alleen Tata Steel; overige bedrijven uit deze analyse niet inbegrepen. PeilJaar is het publicatiejaar; het prijspeil van de bron is nog niet gecontroleerd. Geen bandbreedte in de bron. Schade, dus negatief. | |||||
| Subtotaal maatschappelijke effecten | -406,0 | -406,0 | -406,0 | ||
| Totaal effect huidig beleid | -406,0 | -406,0 | -406,0 | financiële effecten + maatschappelijke effecten + risico's | |
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenTata Steel IJmuiden is de grootste puntbron van luchtvervuiling en CO2 in Nederland. De externe schade van de luchtvervuiling is ca. EUR 406 mln per jaar (ae:21, dp:257, src:205); ruim 85% daarvan is gezondheidsschade. In Wijk aan Zee is de levensverwachting gemiddeld 2,5 maanden korter (dp:94, src:184). Dit dossier stond eerder als casus in de handhavingsanalyse ana:42; die blijft over het generieke handhavingstekort gaan, deze analyse weegt de keuzes voor het bedrijf zelf.
Deze analyse valt onder mandaat 10 (Biosfeer-Integriteit) omdat de effecten van Tata niet in één domein passen: gezondheid in de IJmond, klimaat en het ETS, publieke kosten, de arbeidsmarkt, de materiaalketen (staal versus hout) en de fysieke infrastructuur hangen aan elkaar en worden daarom samen gewogen.
Fysieke infrastructuur en grondstoffen die geraakt worden. Stroomnet: een elektrische oven en DRI vragen een zware netaansluiting; de hogere nettarieven voor andere netgebruikers zijn ca. EUR 1,44 mld (src:892), en netcongestie is PM. Waterstof: alleen als grondstof voor DRI, niet voor gebouwen of mobiliteit, omdat H2 zelf een indirect broeikasgas is (ana:85, pol:381). Gas: DRI start op aardgas; die overgang mag geen reden zijn om de methaanregels te verzwakken (ana:85, pol:375). Haven en scheepvaart: ijzererts en kolen komen per zeeschip binnen, en 88% van de omzet gaat naar het buitenland (dp:792). Spoor: afvoer van staal en slakken. Ruimte: het bedrijfsterrein in de IJmond (oppervlak niet als bron vastgelegd); alternatieve invulling Wijmond (src:893, dp:806). Water: koel- en proceswater en lozingen (volumes niet gekwantificeerd). Grondstoffen: ijzererts, cokeskolen, schroot voor de elektrische oven, slakken (verwerking EUR 1,55 mld, src:892). Houtaanbod: Nederland is voor 4,4% zelfvoorzienend in materiaalhout (dp:802), er is geen CLT-fabriek (dp:801), en biomassaverbranding concurreert om hetzelfde hout (ana:67, pol:253).
Verwante analyses en mandaten. ana:42 (handhaving, mandaat 7), ana:19 (fossiele subsidies, mandaat 5; dp:807, dp:808), ana:67 (biomassa), ana:70 (klimaatschuld, pakket 5), ana:85 (methaan en waterstof), ana:61 (vezelgewassen als bouwmateriaal; dp:1443-1445).
S1 Stop (pol:246): geen gratis emissierechten en maatwerk zonder tegenprestatie. S2 Stop (pol:385): de bestaande vergunning, de BBT-conclusies en Roadmap+ handhaven (toepassing van pol:127 en pol:129). S3 Bron (pol:386): de kooksgasfabrieken KGF1 en KGF2 versneld sluiten. S4 Bron (pol:387): Groen Staal fase 1 (DRI) met waterstof alleen als grondstof. S5 Bron (pol:248, anker): houtbouw vervangt staalvraag in gebouwen, met pol:247 (bouwregels), pol:251 (houten bruggen) en pol:249 (houtteelt en bosaanleg, herstel). S6 Herstel (pol:388): afschaling met frictiebeleid; banen zijn geen baat. Het saldo bevat nu alleen de referentieschade (ae:21); de effecten van S2-S4 en S6 zijn nog niet gekwantificeerd (zie gaten).
Doekfilter sinterfabriek: vergunning 2007 zonder plicht, de Raad van State dwong onderzoek af, operationeel eind 2013 (dp:225, src:186). BBT 2012 grotendeels verwerkt, BBT 49 pas mei 2022 (dp:227, src:187). Last onder dwangsom OD NZKG 19-12-2024: max EUR 26,815 mln voor KGF1+2 (dp:223, src:185). Ca. 800 aangiften uit de IJmond leidden tot OM-vervolging in juli 2026 (src:84); de rechtbank Den Haag stelde vast dat de meetgegevens grotendeels van Tata zelf komen (src:85).
Een van de oorzaken van wegkijken is de economische afhankelijkheid van de vervuiler (RootCause punt 3): banen worden als tegenwicht gebruikt. Volgens de MKBA-leidraad zijn banen op nationale schaal geen welvaartsbaat; alleen frictiekosten tellen (rekenregel in src:33, sectie WERKGELEGENHEID; src:605, src:606). Tata: ca. 29.300 banen incl. keten (dp:637) zijn dus geen baat die gezondheidsschade compenseert. De frictie bij krimp of sluiting is wel reeel en groter dan vaak gedacht: 36-70% van 5.900 vaktechnici loopt in een TNO-simulatie risico op werkloosheid, omdat hoogovenvaardigheden bedrijfsspecifiek zijn (dp:638, src:603); een raming in euro's ontbreekt (dp:641, gat). Tegelijk is de markt voor technici krap (dp:639): wie bij een vervuilend bedrijf werkt, werkt niet aan net of verduurzaming. Uitgewerkt in pol:216 (ana:19, fossiele subsidies): werkgelegenheid is daar geen criterium voor voordelen, frictie wordt opgevangen met omscholing en regionaal beleid (les Ruhrgebied, src:611).
Harmen noemde ongeveer EUR 10 mld subsidie. Het echte getal in de SOMO/Milieudefensie-factsheet (7-9-2026, src:891, blz. 1) is EUR 10,8 mld: 'In totaal bedraagt de rekening daarmee EUR 10,8 miljard.' Dat is nominaal, opgeteld over 2026-2045. Het bestaat uit maatwerksubsidie 2,0; CCS 0,78; EIB/NIKI 0,26; biomethaan 2,02; wind op zee en opslag 2,75; hogere nettarieven voor andere netgebruikers 1,44; slakkenverwerking 1,55 mld (berekening, src:892). Contant (2026, 2,8%) is het EUR 8,4 mld. De factsheet zegt ook dat groene waterstof in plaats van biomethaan de kosten nog eens ongeveer 10 mld hoger maakt (voetnoot 2); dat verklaart mogelijk het getal van Harmen. Niet in de 10,8 mld zitten: de gratis emissierechten (34,1 mln rechten in 2026-2030, ca. EUR 3,2 mld nominaal; Toewijzingsbesluit, src:894), de vrijstellingen in de energiebelasting en de gezondheidsschade (ca. EUR 350-406 mln per jaar, CE Delft). Gezondheid is een kostenpost voor de samenleving, geen subsidie.
Baat contant per EUR 1 mld publiek geld, laag / midden / hoog: Tata fase 1 0,05 / 0,67 / 3,42 mld (alle baten aan publiek geld toegerekend; ETS-waterbed bepaalt de spreiding); gezondheid IJmond met BBT/Roadmap+-maatregelen 0,45 / 1,30 / 3,49; bronbescherming drinkwater (244) 0,14 / 3,79 / 22,4; warmtepompen en isolatie (238) 0,22 / 0,57 / 0,70; houtbouw woningen met vergoede meerkosten (248) 0,03 / 0,30 / 1,91 (herzien 4-10-2026, was 0,03 / 0,28 / 1,85); bosaanleg (249) 0,05 / 0,65 / 3,2; houten bruggen (251) 0,005 / 0,08 / geen meerkosten (herzien, was 0,004 / 0,07); netcongestie (150) PM. Conclusie: per euro doen gezondheid in de IJmond en bronbescherming het in het midden beter dan Tata fase 1; houtbouw als klimaatmaatregel is met de huidige meerkosten duur. Vastgelegd als policy_relation (246 naar 223, 244, 238); policy_alternative bestaat maar is voor deze agent niet leesbaar. Pakket Houtbouw naast Tata: 247, 249 en 251 onderdeel van pakket met anker 248. Rekenbestand /workspace/hout/calc.py.
Nederland heeft ca. 88.500 bruggen en viaducten; gemeenten beheren er 66.000, waterschappen 14.700, het Rijk 4.600, provincies 2.800 (TNO 2023, src:908). De vernieuwing kost landelijk 2,4 mld per jaar tot 2030 en 2,9 mld daarna; in 2021 werd maar 1,1 mld besteed. Rijkswaterstaat moet in 2025-2030 voor 12,85 mld bruggen, tunnels en sluizen vernieuwen, waarvan 6,55 mld nog zonder geld (src:906); dat zijn vooral grote stalen en beweegbare bruggen, sluizen en tunnels, en die zijn niet geschikt voor hout. Realistisch kan 121 / 255 / 400 mln per jaar in hout, vooral gemeentelijke fiets-, voet- en lichte verkeersbruggen (kengetal 25, eigen schatting). pol:251 werkt een houtbouwbedrijf uit dat steward-owned is (stichting houdt het stemrecht; voorbeeld TBI, sinds 1982) of een cooperatie van overheden (quasi-inbesteding) of van producenten (Metsa, 90.000 boseigenaren), met voor- en nadelen.
Harmens punt klopt, met een voorwaarde. Hout rot alleen als het lang vochtig is (houtvocht boven ca. 20%) en er zuurstof bij kan. Permanent nat zonder zuurstof (palen onder grondwater) of permanent droog (balken binnen) gaat eeuwen mee. Het risico is wisselend nat en droog: daalt het grondwater, dan krijgen funderingspalen paalrot (KCAF, src:917). Bij bruggen hetzelfde: de Krusrak in Sneek (2008, gelamineerd Accoya, ontworpen voor 80 jaar) is na 18 jaar afgeschreven; er zat 20.000 liter water in, met scheuren en loslatende lijmnaden (src:910). De bogen waren onbeschermd en gecoat. De Duvelsrak (2010) heeft dezelfde schade. Overdekte en goed gedetailleerde bruggen halen wel 80-100 jaar: de nieuwe Eurocode geeft beschermde hoofdconstructies 100 jaar en onbeschermde bruggen maximaal 10 jaar ontwerplevensduur (src:912). Bij de Pieter Smitbrug (Azobe, 800 m) schermt een waterdicht dek de liggers af, die daardoor 'praktisch onbeperkt' meegaan; het dek gaat 25-30 jaar mee (src:911). In de Nederlandse praktijk rekenen beheerders met ca. 40 jaar voor houten bruggen, tegen 80-100 voor beton (src:908). Harmens beeld van een droge onderkant onder het brugdek klopt dus voor beschermde liggers, niet voor dekken, leuningen en bogen die in de regen staan. Levenscycluskosten over 100 jaar per EUR 100 bouwsom: beton 133, staal 156, hout beschermd 166, hout zoals nu 208, hout onbeschermd 273 (kengetal 24). Ritsumasyl is geen houten brug maar biocomposiet van vlas, hars en balsa (src:913).
Duiding Krusrak (4-10-2026). De schade past bij een constructie- of onderhoudsprobleem (water dat in gelamineerde bogen blijft staan, coating in plaats van afscherming), niet bij de grens van het materiaal hout. Bij goed constructief ontwerp en gepland onderhoud is de levensduur van een houten brug 40 / 80 / 100 jaar (kengetal 29): 40 jaar is de huidige NL-praktijk als de bescherming faalt (src:908), 80 jaar volgt uit DGfH bij 1,3% onderhoud per jaar, 100 jaar is de ProTimB-ontwerplevensduur voor beschermde constructies (src:912), met de Pieter Smitbrug als voorbeeld (src:911). De precieze oorzaak van de Krusrak-schade is niet uit een schaderapport vastgesteld.
Deels. Hout is minder stijf dan staal (E ca. 11-13 GPa tegen 210) maar ook veel lichter, zodat de stijfheid per kilo ongeveer gelijk is. Wat helpt: een lichte brug geeft minder last op de fundering en minder zetting, wat in slappe grond en bij hergebruik van oude landhoofden een echt voordeel is; houtconstructies dempen trillingen iets beter dan staal (Eurocode 5-2 rekent met 1-1,5% demping, staal ca. 0,5%); en hout heeft in de vezelrichting een goede vermoeiingssterkte. Wat niet helpt: lichte, slappe bruggen trillen sneller merkbaar onder voetgangers en verkeer, hout kruipt onder blijvende last (buiten bij vocht ongeveer drie keer zoveel als binnen; Eurocode 5 kdef 2,0 tegen 0,6), en vermoeiing en schade zitten vooral in de verbindingen (Ritsumasyl: vermoeiing kritisch bij de boutverbinding, kruip ontwerpbepalend). Hout is bovendien bros bij trek en buiging; de taaiheid komt uit de verbindingen. De Eurocode-waarden zijn uit vakkennis en in deze sessie niet als source vastgelegd.
Eerder rekende de analyse met een vaste opslagduur van 30 / 50 / 100 jaar voor al het hout in een woning. Dat is te grof, want de levensduur hangt af van de plek. Droog binnenhout (CLT-wanden en -vloeren, balklagen, kap) vergaat niet; de opslag eindigt pas bij sloop: 50 / 75 / 150 jaar (kengetal 28). Laag volgt uit de IPCC-halfwaardetijd van 35 jaar voor gezaagd hout, een gemiddelde verblijftijd van ca. 50 jaar (src:932; dp:829). Hoog volgt uit Amsterdamse grachtenpanden met balklagen uit 1602-1603 en een kap uit 1621 (src:933, src:934; dp:828) en uit een sloop van maar 0,14% van de woningvoorraad per jaar (src:935; dp:830). Buitenhout aan de woning (gevel, kozijnen): 25 / 40 / 60 jaar (src:912). Binnenhout is 85 / 90 / 95% van de opslag. Funderingspalen gaan alleen eeuwen mee als ze permanent onder grondwater staan (src:917). Bruggen: 40 / 80 / 100 jaar bij goed ontwerp (kengetal 29).
Herberekening: klimaatbaat per houten woning 544 / 3.438 / 11.022 euro contant (kengetal 16; was 464 / 3.208 / 10.673); baat per euro meerkosten 0,03 / 0,30 / 1,91 (was 0,03 / 0,28 / 1,85). Klimaateffect pol:248: 2,7 / 34,4 / 220,4 mln euro per jaar (pe:150; was 2,3 / 32 / 213); saldo met uitvoeringskosten (E30) -83 / -81 / +105 mln. Bruggen: 0,38 / 2,77 / 6,08 euro klimaatbaat per 100 euro bouwsom (kengetal 23; was 0,31 / 2,3 / 5,88); pol:251: 0,5 / 7,1 / 24,3 mln euro per jaar (pe:156; was 0,4 / 5,9 / 23,5). Langere opslag weegt beperkt door, omdat baten ver in de toekomst door disconteren (2,8% tot jaar 35, daarna 1,8%; src:33) weinig meetellen: van 50 naar 150 jaar binnenhout geeft maar ca. 7% meer baat. De conclusie blijft: houtbouw als klimaatmaatregel is met de huidige meerkosten in het midden duur; de grootste onzekerheid is de additionaliteit binnen het ETS (cement, staal). Rekenbestand /workspace/hout/calc.py (sectie 8), /workspace/hout/herziening_20261004.json.
Hout dat langzaam groeit en lang blijft staan heeft smallere jaarringen, is gemiddeld dichter en sterker en heeft meer kernhout. Het geeft dus beter constructiehout en een langere opslag, zowel in het bos als in het product. De omlooptijd verschilt sterk per soort: populier 15-40 jaar (src:937; dp:831), douglas ca. 95 jaar en grove den ca. 115 jaar (dp:832), eik 120-200 jaar (src:938; dp:833). De gemiddelde bijgroei in het Nederlandse bos is 6,6 m3 per ha per jaar (dp:834). Bij douglas met jaarringen van 2,2-4,9 mm is ca. 60% geschikt als constructiehout (dp:835). Let op: beheer bepaalt de sortering minstens even sterk als de groeisnelheid. Opsnoeien, tijdig dunnen en weinig kwasten maken het verschil tussen constructiehout en brandhout. De bijgroei van douglas daalt door droogte (src:936-src:941). Snel groeiende populier geeft licht hout dat geschikt is voor plaatmateriaal en binnenlagen van CLT, maar minder voor buiten. Dit ondersteunt pol:249 (bos en houtteelt): kies voor langere omloop en goed beheer, niet voor zoveel mogelijk volume.
Houtbouw concurreert nu niet op gelijke voet. De nul-telling van CO2 uit houtverbranding in het ETS en de SDE++-subsidie maken verbranden kunstmatig goedkoper dan hout in constructies: een perverse prikkel die de markt verstoort (ana:67). Hout gaat daardoor eerder naar de laagste toepassing. De stopmaatregel 253 neemt die prikkel weg en versterkt zo houtbouw (248) en bos en houtteelt (249) via cascadering: eerst bouwen, dan hergebruiken, pas aan het eind verbranden (policy_relation 53 en 54). Het effect op het aanbod van constructiehout in Nederland is PM: een groot deel van de bijgestookte pellets komt uit Noord-Amerika en Azie (dp:824).
Splitsing van de EUR 406 mln per installatie (KGF, sinter, hoogovens); gezondheidsbaat en kosten van KGF-sluiting; netto welvaartskosten DRI (de SOMO-som is een overdracht); ETS-additionaliteit (waterbed) en weglek naar export (pe:146); frictiekosten in euro's (dp:641); monetarisering van 2,5 maanden kortere levensverwachting (dp:231); netaansluiting en H2-volume voor DRI. Geen verzonnen totalen.
Per maatregel het welvaartssaldo (vóór overlapcorrectie) en daaronder elke effectregel: bandbreedte, klasse, thema, rekenregel en bron. Overdrachten en begrotingsposten staan erbij, maar tellen niet in het welvaartssaldo.
€ 0 mln tot € 108 mln per jaar
Middenwaarde € 54 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 0 mln per jaar
Nog geen bandbreedte: één schatting · prijspeil 2026 · vanaf 2026
Correctie voorstellen−€ 29 mln tot −€ 6 mln per jaar
Middenwaarde −€ 14 mln · prijspeil 2021 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 1,5 mln tot € 19 mln per jaar
Middenwaarde € 9,1 mln · prijspeil 2021 · vanaf 2028
Correctie voorstellen−€ 91 mln tot € 0 mln per jaar
Middenwaarde −€ 84 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 0,5 mln tot € 24,3 mln per jaar
Middenwaarde € 7,1 mln · prijspeil 2021 · vanaf 2028
Correctie voorstellen−€ 115 mln tot −€ 86 mln per jaar
Middenwaarde −€ 115 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 2,7 mln tot € 220,4 mln per jaar
Middenwaarde € 34,4 mln · prijspeil 2021 · vanaf 2028
Correctie voorstellenDeze effecten hebben nog geen bedrag en tellen niet mee in de bedragen hierboven. Klik door naar de effectregel.