Analyse dossier

Drinkwater: zuiveringskosten door bronvervuiling en wie betaalt (vervuiler betaalt, bronbescherming)

Het Nederlandse kraanwater voldoet aan de wettelijke normen (99,84%, ILT 2024, source 546), maar de bronnen verslechteren en de rekening voor extra zuivering ligt bij drinkwaterbedrijven en dus bij de klant. PFAS in drinkwater lag in 57% (oppervlaktewater) en 10% (grondwater) van de monsters boven de RIVM-richtwaarde van 4,4 ng PEQ/l (RIVM 2022-0149, dp 585). Om die richtwaarde voor drinkwater uit oppervlaktewater te halen is omgekeerde osmose (RO) nodig: investering EUR 4,1-6,2 mld plus EUR 23-30 mln/jr alleen aan stroom (Arcadis 2025, dp 586). Voor grondwaterwinningen in beschermingsgebieden kost TFA uit bestrijdingsmiddelen in het zwaarste scenario ruim EUR 4,4 mld plus ca. EUR 340 mln/jr (Haskoning 2026 via kabinetsbrief 2026D42909). RO geeft ca. 20% vervuilde afvalstroom waarvan de verwerking niet is doorgerekend. Slechts 4 van 23 grondwaterlichamen zijn in goede chemische toestand en 135 van 216 winningen hebben een kwaliteitsprobleem (tussenevaluatie KRW, dp 589). De drinkwatertarieven stegen in 2026 gemiddeld 4%, mede door vervuilde bronnen (Vewin).

Grondoorzaak

Vervuilen is goedkoper dan voorkomen omdat de kosten worden afgewenteld: (1) het Ctgb mag bij toelating van bestrijdingsmiddelen niet toetsen aan de KRW-doelen en de feitelijke toestand van drinkwaterbronnen (Vewin, source 556), terwijl artikel 7.3 KRW (geen achteruitgang, minder zuivering) niet wordt nageleefd (source 552); (2) lozingsvergunningen kunnen voor onbepaalde tijd gelden zonder verplichte periodieke herziening (source 564); (3) er is geen wettelijk verhaalsrecht of heffing waarmee drinkwaterbedrijven de extra zuiveringskosten bij vervuilers terughalen, dus betaalt de klant via het tarief. Zie voor de bronnen de analyses 40 (pesticiden), 43 (PFAS) en 61 (veestapel/nitraat).

Financieel lek
€ 4.110 M
minimale jaarlijkse derving
Sociale schade
7 /10
Complexiteit
7 /10
Escalatierisico
8 /10
Video / media

Analyse

Drinkwater-analyse (analysis 62, subject 170 Drinkwater, koepel boven 141 ZZS & PFAS, 88 Pesticiden en 253 Lokale lasten en drinkwater). Opgesteld door scientist, 29-09-2026. Kern: wat kost extra zuivering door vervuilde bronnen, wie betaalt nu, en wat levert bronbescherming op. Volgorde van maatregelen: stop, bron, herstel (RuleId 10). Koppelingen met andere dossiers alleen in de tekst (regel 12): analysis 40 (pesticiden), 43 (PFAS), 61 (veestapel: nitraat en mest), 42 (handhaving milieuwetten). 1. PROBLEEM IN HET KORT Kraanwater voldoet aan de wet (99,84% van de metingen, ILT 2024, source 546), maar dat is steeds vaker het resultaat van zwaardere zuivering, niet van schone bronnen. PFAS in drinkwater lag in 57% (oppervlaktewater) en 10% (grondwater) van de monsters boven de RIVM-richtwaarde van 4,4 ng PEQ/l (dp 585). Maar 4 van de 23 grondwaterlichamen zijn in goede chemische toestand, 135 van 216 winningen hebben een kwaliteitsprobleem en artikel 7.3 KRW (minder zuivering nodig maken) wordt niet nageleefd (tussenevaluatie KRW, source 552, dp 589). RIWA meet in de Rijn 86 parameters boven de streefwaarde (source 550) en de Maas-bedrijven hadden 56 innamestops, samen 192 dagen (source 551, dp 588). TFA uit PFAS-bestrijdingsmiddelen bereikt bij ongewijzigd beleid binnen 20 jaar de winningsdiepte (ILT, source 402; analysis 43). Nitraat: zie analysis 61 (Vewin: ca. 20% van de winningen, source 557; dp 543). 2. KOSTEN VAN ZUIVERING (herstel, als stop en bron uitblijven) a. Huidige extra zuivering (nulmeting, stand 2020): OPEX EUR 20,6-32,7 mln/jr, bijbehorende investering EUR 62,7-154,3 mln (KWR 2021, source 562, dp 594, bi 127). Deels, niet volledig, toe te schrijven aan bronvervuiling. b. PFAS-richtwaarde voor drinkwater uit oppervlaktewater: omgekeerde osmose (RO) voor ca. 500 mln m3/jr, CAPEX EUR 4,1-6,2 mld, OPEX EUR 23-30 mln/jr alleen stroom (Arcadis 2025, source 548, dp 586, bi 122-123). Onderhoud, chemicalien, membranen en concentraat niet meegerekend, dus ondergrens. Realisatietijd ca. 10 jaar. c. TFA in grondwaterwinningen in beschermingsgebieden, zwaarste scenario: ruim EUR 4,4 mld investering plus ca. EUR 340 mln/jr (Haskoning 2026 via kabinetsbrief 2026D42909, source 403, dp 590-591, bi 124-125). Scope: GWB-winningen met 49,6% van de productie (source 408, dp 486). Het rapport zelf is niet openbaar. d. Meerprijs per m3 in GWB-winningen t.o.v. ca. EUR 0,90/m3: +EUR 0,20 (bestrijdingsmiddelen), +EUR 0,30 (plus PFAS), minimaal +EUR 0,60 (inclusief TFA via RO, >70% duurder) (source 408, dp 592). e. Concentraatverwerking: RO geeft ca. 20% sterk vervuilde afvalstroom (source 403, dp 487), met stoffen 3-4 keer geconcentreerd; er zijn geen algemene lozingseisen, dus per geval een vergunning (KWR 2023, source 566). Lozing brengt TFA terug in het oppervlaktewater (ILT). Kosten: NIET gekwantificeerd (gat). Samen: investeringen van EUR 4,1 mld (alleen oppervlaktewater, laag) tot ca. EUR 10,6 mld (RO oppervlaktewater hoog plus TFA-grondwater), plus jaarlijks minimaal EUR 23-30 mln (stroom RO) tot ca. EUR 370 mln en meer. Deze bedragen zijn niet zonder meer optelbaar: andere normen (4,4 ng PEQ/l versus TFA-richtwaarde), andere bronnen en scenario's. Tarief: de drinkwatertarieven stegen in 2026 gemiddeld 4%, mede door vervuilde bronnen; het aandeel van vervuiling is niet gekwantificeerd (Vewin, source 558). 3. BATEN a. Vermeden zuivering. De grootste, best onderbouwde baat van bronbescherming is de vermeden investering en exploitatie uit 2b-2e. Voor de GWB-winningen is het jaarequivalent van het zwaarste scenario EUR 573-660 mln/jr, contante waarde EUR 21,0-24,2 mld (eigen rekensom, herrekend 30-09-2026, discontovoet 2,8/1,8%, horizon 100 jaar: EUR 4,4 mld investering met vervanging na 20-30 jaar en restwaarde, gedisconteerd tegen de lage voet 2,2/1,4% voor onvermijdbare vaste kosten, plus EUR 340 mln/jr exploitatie tegen de standaardvoet; gevoeligheid 2,25%/30j: EUR 543 mln/jr; alles tegen standaardvoet EUR 549-621 mln/jr; oude bandbreedte EUR 487-616 mln/jr bij 0-2,25% over 20-30 jaar; dp 595). b. Waarde van bronbescherming, afgezet tegen de kosten. Een generiek verbod op gewasbeschermingsmiddelen in GWB kost de land- en tuinbouw ca. EUR 120 mln/jr (WUR 2025-014, source 563, dp 593, bi 126). WUR kon de evenredigheid niet beoordelen omdat de zuiveringskosten ontbraken. Met de Haskoning-cijfers kan dat indicatief wel: het verbod is maatschappelijk rendabel als het circa een vijfde (18-21%) van de zuiveringskosten in het zwaarste scenario voorkomt, als die zuivering direct nodig is; begint de zuivering pas na 10-20 jaar (bouwtijd RO, TFA op winningsdiepte), dan is 23-35% nodig (herrekend 30-09-2026, discontovoet 2,8/1,8%, horizon 100 jaar; gevoeligheid 2,25%/30j: 22%). Kanttekeningen: het zwaarste scenario is niet kansgewogen; het tijdprofiel van de kosten is onbekend (vandaar de 23-35%-variant); al aanwezige stoffen nemen pas in ca. 25 jaar af (WUR), dus een verbod voorkomt niet alle zuivering; het WUR-verbod geldt voor alle middelen en is breder (duurder) dan een PFAS-verbod (policy 180). Het teken van de uitkomst is robuust, de omvang niet. c. Gezondheid via lagere PFAS-inname. Drinkwater levert ca. 27% (oppervlaktewater) resp. 6% (grondwater) van de totale PFAS-blootstelling; voedsel meer dan drie keer zoveel (RIVM via Arcadis, source 548; RIVM 2023, source 544). Zuivering van drinkwater verlaagt de inname dus hoogstens met dat aandeel. Bronmaatregelen werken ook via voedsel (TFA in gewassen, ILT), dus hun gezondheidsbaat is groter dan die van zuivering. Het kabinet noemt de huidige normering niet beschermend genoeg en start biomonitoring (source 547). Monetarisering voor NL ontbreekt: de EER-schatting van EUR 52-84 mrd/jr gezondheidskosten (Nordic Council 2019, source 58) is niet naar NL doorgerekend, in lijn met analysis 43. Ter ordening: het EU-impactonderzoek (source 80) raamt tot 2050 EUR 440 mrd bij ongewijzigd beleid, EUR 1.700 mrd bij strenge normen zonder verbod (zuiveren) en EUR 330 mrd bij een totaalverbod (bron). Zuiveren zonder bronaanpak is daar het duurste scenario. d. Niet gemonetariseerd: minder energie en CO2 (RO), minder waterverlies (20% afvalstroom), minder concentraat, ecologie (KRW-doelen), leveringszekerheid bij innamestops. 4. WIE BETAALT NU Drinkwaterbedrijven dragen de zuiveringskosten en berekenen die door in het tarief. De ILT zei bij publicatie van het TFA-rapport (11-09-2026, source 402): de kosten worden afgewenteld op de waterbedrijven en daarmee de belastingbetaler. Er is geen wettelijk verhaalsrecht op vervuilers en geen heffing die aan zuiveringskosten is gekoppeld. Het Ctgb mag bij toelating niet toetsen aan de KRW (Vewin, source 556). Lozingsvergunningen kunnen voor onbepaalde tijd gelden zonder verplichte periodieke herziening; het kabinet werkt na een EU-inbreukprocedure aan een maximale termijn van 12 jaar (sources 564, 565). Kern van 'vervuiler betaalt': de rekening moet terug naar de bron, anders is vervuilen goedkoper dan voorkomen. 5. MAATREGELEN (stop, bron, herstel) Eerst gecontroleerd wat al bestaat bij analyses 40, 43 en 61; die policies worden niet gedupliceerd maar hier verwezen. STOP (bestaand): - Policy 180 (analysis 40): geen TFA-vormende PFAS-middelen in grondwaterbeschermingsgebieden. Dit is de maatregel uit 3b; de kosten-batenvergelijking hierboven ondersteunt hem. - Policy 181 (analysis 40): versnelde nationale uitfasering naar Deens voorbeeld. - Nitraat: stopmaatregelen voor de veestapel staan bij analysis 61 (policies 193-201). BRON (nieuw en bestaand): - NIEUW policy 210: toets de toelating van bestrijdingsmiddelen aan KRW-doelen en gemeten kwaliteit van drinkwaterbronnen (alle middelen; aanvulling op policy 182 voor PFAS en policy 123 voorzorg). - NIEUW policy 211: lozingsvergunningen voor ZZS bij drinkwaterinnamepunten met einddatum (maximaal 6 jaar) en afbouwpad naar nul (aanvulling op policy 129 actualisatieplicht en het register uit policy 125). - Bestaand: policy 182 (TFA-dataplicht en cumulatietoets), policy 123 (voorzorg/bewijslast), policy 146 (giftigheidsheffing pesticiden), policy 125 (PFAS-heffing en aansprakelijkheid). HERSTEL (nieuw en bestaand): - NIEUW policy 212: zuiveringskostenverhaal. Wettelijk verhaalsrecht van drinkwaterbedrijven op aanwijsbare vervuilers, plus een compartiment drinkwaterzuivering in het bestaande Chemie-fonds (policy 124), gevuld uit de heffingen van policies 125 en 146. Zuivering wordt alleen vergoed als stop en bron duurder zijn. - Chemiefonds: geen nieuw fonds; policy 124 (analysis 43) krijgt via policy 212 een extra bestemming. Effecten van policies 210-212 zijn niet gekwantificeerd: daarvoor is geen bron gevonden. Toegevoegd 04-10-2026 (voorbeeld Muenchen, zie 6c): - NIEUW policy 245 (STOP): GLB-basispremie en eco-regeling in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden alleen voor percelen zonder chemische middelen en kunstmest (vanaf de GLB-periode 2028); vrijstelling energiebelasting voor non-energetisch aardgas (EUR 144 mln/jr, deels voor kunstmest) afschaffen of beperken. Geen btw-voordeel op kunstmest en middelen (21%). - NIEUW policy 244 (BRON): drinkwaterbedrijf of overheid vergoedt boeren de omschakeling naar biologisch (zonder chemische middelen en kunstmest) in WW+GWB naar Muenchens model, betaald door de veroorzakers (kunstmestheffing en deel van policy 146, via het compartiment uit policy 212). Effecten: E30 -106 / +46 / +169 mln EUR/jr (kengetal 15), overige PM. 6. BUITEN SCOPE (verwezen) Medicijnresten: ten minste 190 ton/jr naar water (RIVM 2020-0088, source 559); het 30%-doel is niet gehaald (source 549). Microplastics: kraanwater is minder dan 1% van de inname (source 560). Lokale lasten en tarieven: subject 253. 6b. DATACENTERS: WATERVERBRUIK EN GEHEIMHOUDING (toegevoegd 30-09-2026, gecorrigeerd 01-10-2026) Landelijk is koeling van datacenters een kleine post: de ICT-sector gebruikte ca. 1 mln m3 drinkwater per jaar, minder dan 0,1% van het totaal, en in het PWN-gebied ging in 2020 650.000 m3 (0,6%) naar koeling door bedrijven (source 584, dp 624). De datacenters die over 2025 rapporteerden, namen samen 0,376 mln m3 drinkwater in (51 van 104 rapportages; dp 620); dat is een ondergrens. Lokaal kan het beslag zwaarder wegen (PWN-gebied), en EU-breed steeg het gerapporteerde waterverbruik van datacenters in 2025 met 51% (dp 623). Het kabinet vindt drinkwater als koelwater niet wenselijk; een drinkwaterbedrijf mag levering daarvoor weigeren en koelwater valt in categorie 4 van de verdringingsreeks (source 584). Voor dit dossier weegt vooral het gebrek aan openbaarheid: bij 57 van de 104 NL-rapportages ontbreken energie- en watercijfers, en de brancheorganisatie telde eind 2025 186 commerciele datacenters vanaf 500 kW (dp 622; NOS/Trouw/Lighthouse Reports, sources 579-582). Oorzaak (gecorrigeerd 01-10-2026 volgens jurist-advies Action 300, source 642): Bal art. 5.16b lid 3 zondert gegevens uit die onder de absolute Woo-grond voor bedrijfsgegevens vallen (Woo 5.1 lid 1 onder c, zonder de relativering van lid 6 en 7), en RVO laat exploitanten per vraag 'bedrijfsvertrouwelijk' aanvinken. De eerdere stelling hier dat de EU de cijfers per datacenter vertrouwelijk verklaart, was te ruim: art. 5(5) Verordening 2024/1364 (source 587) bindt alleen de Commissie en de lidstaten voor gegevens in de EU-databank en verbiedt openbaarmaking door de exploitant of op nationale grondslag niet. Maatregelen: policy 213 (Bal 5.16b lid 3 wijzigen en een eigen publicatieplicht per datacenter, EU-sporen aanvullend; LegislativeDraft 1033-1039) en, voor stroom, koeling, carbon-aware rekenwerk en open access, policy 215 bij analysis 46 (netcongestie). De bedragen van deze analyse veranderen hierdoor niet. 6c. MUENCHEN EN BRONBESCHERMING DOOR BIOLOGISCHE LANDBOUW (toegevoegd 04-10-2026, opdracht Harmen) Aanleiding: Instagram-reel van zephzoid (03-10-2026, source 886, secundair): 'Munich did the math and found paying farmers to go organic is 45 times cheaper than filtering the toxins from its drinking water.' Gecontroleerd tegen primaire bronnen. a. Het programma. Stadtwerke Muenchen (SWM) betaalt sinds 1992 boeren in het Mangfalltal, dat 75-80% van het Muenchense water levert, voor omschakeling naar biologisch: geen chemische middelen, geen kunstmest, beperkte veebezetting (source 872). Vergoeding EUR 281/ha/jr de eerste 6 jaar, daarna EUR 230/ha/jr gedurende 12 jaar, bovenop EU/Beierse KULAP-steun van ca. EUR 250/ha (sources 871, 876; dp 772). Deelname: 23 boeren op 800 ha (1993), 92 op 2.200 ha (1999, source 875), 110 boeren en 80% van het landbouwareaal in 2005 (source 871), nu meer dan 185 boeren op ca. 4.650 ha (source 872; dp 771). b. De factor 45-46. Bron: Grolleau & McCann 2012, Ecological Economics 76:87-94 (source 871): de prijsstijging voor waterklanten is 0,005 EUR/m3 (SWM 2005), de vermeden zuiveringskosten zijn geschat op 0,23 EUR/m3 (Simonet 2005); 0,23/0,005 = 46 (dp 769-770). Dat klopt rekenkundig, met drie kanttekeningen: (1) de 0,23 is een hypothetische vermeden investering uit een Frans rapport, geen offerte; (2) de 0,005 laat de overheidssteun weg; inclusief programmakosten (EUR 0,83 mln/jr, ca. 0,01 EUR/m3, source 875) en KULAP-steun is het 0,012-0,014 EUR/m3 en de factor 16-20 (eigen afleiding); (3) Muenchen zat nooit boven de nitraatnorm (15 mg/l in 1992, norm 50): het was preventie. De LinkedIn-claim '46 cent per m3 zuivering' is onjuist (de bron zegt 0,23 EUR/m3). c. Effect op de waterkwaliteit. Nitraat steeg van 6 mg/l (1974) naar ca. 15 mg/l (1992), bleef na de start ca. 3 jaar gelijk en daalde daarna: 7 mg/l (2005, Simonet via source 871), 9,74 mg/l (2017, VSR, source 874), gemiddeld 6,5 mg/l in het Muenchense mengwater (SWM, januari 2026, source 873; dp 773). 'Meer dan 50% daling' klopt dus alleen tegen de 7 mg/l uit 2005; VSR meldt -30 tot -35%. Terbuthylazine daalde van 0,065 naar 0,02 ug/l; nu zitten alle middelen en PFAS onder de bepalingsgrens en hoeft het water niet gezuiverd te worden (dp 774). d. Duitse vergelijking. UBA (Texte 43/2017, source 877): zuivering van nitraat en middelen in vier modelwaterwerken kost 0,55-0,76 EUR/m3 (scenario's 0,21-1,11), de waterrekening stijgt 32-45%; vrijwillige samenwerking met boeren alleen was onvoldoende (dp 775). e. Nederland, kerncijfers. Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden 97.792 ha, waarvan 34.565 ha landbouw (WUR 2025-014, source 563; dp 778). Productie 1.160 mln m3 (2024), GWB-winningen ca. 575 mln m3 (sources 879, 408; dp 777). 34 winningen met een nitraatprobleem, 140 mln m3/jr; het BO Nitraat-doel voor 2025 is niet gehaald (Vewin/KWR, source 878; dp 776). Zuivering bestrijdingsmiddelen in GWB-winningen +0,20 EUR/m3 (source 408, dp 592). Een recent Nederlands cijfer voor nitraatzuivering per m3 is niet gevonden. Bestaande regelingen: Vitens EUR 25/ha spotspraypremie (source 882), Brabant Water chemievrije pacht op eigen grond (source 881); provincies stellen in GWB nauwelijks aanvullende eisen en de meerkosten van de huidige regels zijn EUR 31-205/ha (CLM-1253 voor Vitens, source 880; dp 779). GLB-omschakelsteun biologisch maximaal EUR 200/ha (source 883, dp 780). Er is geen landelijke betaalregeling voor biologisch in beschermingsgebieden. f. Toepassing op Nederland (policy 244, kengetal 15). Omschakelkosten op 34.565 ha: EUR 7,9 mln/jr (Muenchense vergoeding EUR 230/ha), 16,6 mln (inclusief KULAP, EUR 480/ha) tot 123 mln (WUR-verbod, inclusief boomkwekerij en fruit). Vermeden zuivering op de nitraatwinningen: 32 / 77 / 106 mln/jr (0,23 / 0,55 / 0,76 EUR/m3 op 140 mln m3), hoog plus 87 mln voor middelenzuivering op het overige GWB-volume. Met vertraging (baten vanaf jaar 25 / 10 / 5) en discontering volgens source 33 (horizon 100 jaar, lage voet voor zuivering): netto -106 / +46 / +169 mln EUR/jr; gevoeligheid 2,25%/30 jaar: -118 / +32 / +152. In het midden is bronbescherming ca. 4 keer goedkoper dan zuiveren; een factor 46 haalt Nederland alleen in het gunstigste geval, en bij trage respons en hoge kosten (fruit, boomkwekerij) is ze duurder. Gezondheid, natuur en frictie: PM. g. Wie betaalt (standpunt Harmen: de overheid vergoedt de transitie, de vervuiler betaalt). Financiering via een kunstmestheffing (Zweeds tarief EUR 0,18/kg N op 201 mln kg N = ca. EUR 34-36 mln/jr, sources 884-885; dp 781-782) en een deel van de giftigheidsheffing pesticiden (policy 146), via het compartiment drinkwaterzuivering van het Chemie-fonds (policy 212/124). Vergoedingen op Muenchens niveau (EUR 8-17 mln/jr) passen ruim binnen die opbrengst. Stopdeel (policy 245): geen GLB-inkomenssteun voor chemie en kunstmest in beschermingsgebieden; EB-vrijstelling voor non-energetisch aardgas (EUR 144 mln/jr, MN 2026, source 295; dp 783) afschaffen of beperken. Samenhang (policy_relation 24-34): afhankelijk van 146 en 212; overlapt 183 en 200; versterkt 180 en 210; versterkt door 199 (veestapel); 245 overlapt 195, 216 en 176. 7. ONZEKERHEDEN EN GATEN - Concentraatverwerking bij RO: geen kostencijfer (sources 548, 566). - Haskoning-rapport niet openbaar; onduidelijk of EUR 340 mln/jr kapitaallasten bevat. - Discontering (herrekend 30-09-2026, Kamerstuk 29352 nr. 12): onbekend of de EUR 340 mln/jr onvermijdbare vaste kosten zijn (dan lage voet 2,2/1,4%) of niet (standaardvoet, nu gekozen, voorzichtig); horizon 100 jaar volgt de MIRT-praktijk. - Geen NL-monetarisering van gezondheidsschade door PFAS. - Aandeel van vervuiling in de tariefstijging onbekend. - Oppervlaktewaterkosten voor TFA niet gekwantificeerd (kabinet: hoge kosten). - Kansen per scenario ontbreken; de vergelijking in 3b is indicatief (dp 595, ConfidenceScore 40). - Nitraat en mest: sinds 30-09-2026 subdossier subject 270 onder Drinkwater (https://burgerplatform.nl/subject/270); de maatregelen voor de veestapel staan bij analysis 61 (subject 131). De nitraatkosten voor drinkwater (Vewin) zijn hier niet doorgerekend. Indicatief wel in 6c (policy 244). - Geen recent Nederlands cijfer voor nitraatzuiveringskosten per m3; 6c gebruikt UBA 2017 en een Franse schatting (Simonet 2005) als proxy. Werkelijke omschakelkosten van intensief grasland en mais zonder kunstmest onbekend. 8. SCORES S_Damage 7 (drinkwater blijft veilig door zuivering, maar tegen stijgende kosten en met onomkeerbare TFA-ophoping); C_Complexity 7 (diffuse, industriele en buitenlandse bronnen, EU-toelating); E_Escalation 8 (TFA bereikt binnen 20 jaar de winningsdiepte; RO kost ca. 10 jaar om te bouwen).
Financiële impact
Minimaal financieel lek
4110000000,00
per jaar
Maximaal financieel lek
10564000000,00
per jaar
Maatschappelijke kosten
getval.parsetemplate:Column 'f_volume_societal_eur' does not belong to table Table.: fields:AnalysisId, EntityID, MandateId, SubjectId, Title, ProblemDescription, RootCause, F_Volume_EUR_Min, F_Volume_EUR_Max, F_Volume_Societal_Min_EUR, F_Volume_Societal_Max_EUR, F_ExposedRisk_Min_EUR, F_ExposedRisk_Max_EUR, F_Volume_MIO_Min, F_Volume_MIO_Max, S_Damage_Score, C_Complexity_Index, E_Escalation_Risk, Dimension, CrossSectoral, CreatedAt, CreatedBy, FullAnalysisText, AnalystView, CitizenView, InnovatorView, DoerView, UpdatedAt, UpdatedBy, ShortName, Analysis_Url, Analysis_ImageUrl, AgentId, AgentStartDate, ReliabilityClassId, ApprovedAt, ApprovedBy, LockedAt, alternator, rowid,
per jaar
Onderwerp
Scores
Sociale schade
7 /10
Complexiteit
7 /10
Escalatierisico
8 /10
Schaderisico
Minimaal
0,00
Maximaal
0,00
Terug naar alle analyses