Het Nederlandse kraanwater voldoet aan de wettelijke normen (99,84%, ILT 2024, src:546), maar de bronnen verslechteren en de rekening voor extra zuivering ligt bij drinkwaterbedrijven en dus bij de klant. PFAS in drinkwater lag in 57% (oppervlaktewater) en 10% (grondwater) van de monsters boven de RIVM-richtwaarde van 4,4 ng PEQ/l (RIVM 2022-0149, dp:585). Om die richtwaarde voor drinkwater uit oppervlaktewater te halen is omgekeerde osmose (RO) nodig: investering EUR 4,1-6,2 mld plus EUR 23-30 mln/jr alleen aan stroom (Arcadis 2025, dp:586). Voor grondwaterwinningen in beschermingsgebieden kost TFA uit bestrijdingsmiddelen in het zwaarste scenario ruim EUR 4,4 mld plus ca. EUR 340 mln/jr (Haskoning 2026 via kabinetsbrief 2026D42909). RO geeft ca. 20% vervuilde afvalstroom waarvan de verwerking niet is doorgerekend. Slechts 4 van 23 grondwaterlichamen zijn in goede chemische toestand en 135 van 216 winningen hebben een kwaliteitsprobleem (tussenevaluatie KRW, dp:589). De drinkwatertarieven stegen in 2026 gemiddeld 4%, mede door vervuilde bronnen (Vewin).
Vervuilen is goedkoper dan voorkomen omdat de kosten worden afgewenteld: (1) het Ctgb mag bij toelating van bestrijdingsmiddelen niet toetsen aan de KRW-doelen en de feitelijke toestand van drinkwaterbronnen (Vewin, src:556), terwijl artikel 7.3 KRW (geen achteruitgang, minder zuivering) niet wordt nageleefd (src:552); (2) lozingsvergunningen kunnen voor onbepaalde tijd gelden zonder verplichte periodieke herziening (src:564); (3) er is geen wettelijk verhaalsrecht of heffing waarmee drinkwaterbedrijven de extra zuiveringskosten bij vervuilers terughalen, dus betaalt de klant via het tarief. Zie voor de bronnen de ana:40 (pesticiden), 43 (PFAS) en 61 (veestapel/nitraat).
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenDrinkwater-analyse (ana:62, subject 170 Drinkwater, koepel boven 141 ZZS & PFAS, 88 Pesticiden en 253 Lokale lasten en drinkwater). Opgesteld door scientist, 29-09-2026. Kern: wat kost extra zuivering door vervuilde bronnen, wie betaalt nu, en wat levert bronbescherming op. Volgorde van maatregelen: stop, bron, herstel (RuleId 10). Koppelingen met andere dossiers alleen in de tekst (regel 12): ana:40 (pesticiden), 43 (PFAS), 61 (veestapel: nitraat en mest), 42 (handhaving milieuwetten). Grootste open post (PM_Groot in de doorrekening): pol:244, de enige maatregel met een gemonetariseerd saldo, bevat PM-posten voor gezondheid via drinkwater (pe:137) en voor frictie- en omschakelkosten (pe:139). Omdat het saldo van pol:244 bijna het hele pakket bepaalt, kunnen deze PM-posten de balans laten omslaan.
Kraanwater voldoet aan de wet (99,84% van de metingen, ILT 2024, src:546), maar dat is steeds vaker het resultaat van zwaardere zuivering, niet van schone bronnen. PFAS in drinkwater lag in 57% (oppervlaktewater) en 10% (grondwater) van de monsters boven de RIVM-richtwaarde van 4,4 ng PEQ/l (dp:585). Maar 4 van de 23 grondwaterlichamen zijn in goede chemische toestand, 135 van 216 winningen hebben een kwaliteitsprobleem en artikel 7.3 KRW (minder zuivering nodig maken) wordt niet nageleefd (tussenevaluatie KRW, src:552, dp:589). RIWA meet in de Rijn 86 parameters boven de streefwaarde (src:550) en de Maas-bedrijven hadden 56 innamestops, samen 192 dagen (src:551, dp:588). TFA uit PFAS-bestrijdingsmiddelen bereikt bij ongewijzigd beleid binnen 20 jaar de winningsdiepte (ILT, src:402; ana:43). Nitraat: zie ana:61 (Vewin: ca. 20% van de winningen, src:557; dp:543).
a. Huidige extra zuivering (nulmeting, stand 2020): OPEX EUR 20,6-32,7 mln/jr, bijbehorende investering EUR 62,7-154,3 mln (KWR 2021, src:562, dp:594, bi 127). Deels, niet volledig, toe te schrijven aan bronvervuiling.
b. PFAS-richtwaarde voor drinkwater uit oppervlaktewater: omgekeerde osmose (RO) voor ca. 500 mln m3/jr, CAPEX EUR 4,1-6,2 mld, OPEX EUR 23-30 mln/jr alleen stroom (Arcadis 2025, src:548, dp:586, bi 122-123). Onderhoud, chemicalien, membranen en concentraat niet meegerekend, dus ondergrens. Realisatietijd ca. 10 jaar.
c. TFA in grondwaterwinningen in beschermingsgebieden, zwaarste scenario: ruim EUR 4,4 mld investering plus ca. EUR 340 mln/jr (Haskoning 2026 via kabinetsbrief 2026D42909, src:403, dp:590-591, bi 124-125). Scope: GWB-winningen met 49,6% van de productie (src:408, dp:486). Het rapport zelf is niet openbaar.
d. Meerprijs per m3 in GWB-winningen t.o.v. ca. EUR 0,90/m3: +EUR 0,20 (bestrijdingsmiddelen), +EUR 0,30 (plus PFAS), minimaal +EUR 0,60 (inclusief TFA via RO, >70% duurder) (src:408, dp:592).
e. Concentraatverwerking: RO geeft ca. 20% sterk vervuilde afvalstroom (src:403, dp:487), met stoffen 3-4 keer geconcentreerd; er zijn geen algemene lozingseisen, dus per geval een vergunning (KWR 2023, src:566). Lozing brengt TFA terug in het oppervlaktewater (ILT). Kosten: NIET gekwantificeerd (gat).
Samen: investeringen van EUR 4,1 mld (alleen oppervlaktewater, laag) tot ca. EUR 10,6 mld (RO oppervlaktewater hoog plus TFA-grondwater), plus jaarlijks minimaal EUR 23-30 mln (stroom RO) tot ca. EUR 370 mln en meer. Deze bedragen zijn niet zonder meer optelbaar: andere normen (4,4 ng PEQ/l versus TFA-richtwaarde), andere bronnen en scenario's. Tarief: de drinkwatertarieven stegen in 2026 gemiddeld 4%, mede door vervuilde bronnen; het aandeel van vervuiling is niet gekwantificeerd (Vewin, src:558).
a. Vermeden zuivering. De grootste, best onderbouwde baat van bronbescherming is de vermeden investering en exploitatie uit 2b-2e. Voor de GWB-winningen is het jaarequivalent van het zwaarste scenario EUR 573-660 mln/jr, contante waarde EUR 21,0-24,2 mld (eigen rekensom, herrekend 30-09-2026, discontovoet 2,8/1,8%, horizon 100 jaar: EUR 4,4 mld investering met vervanging na 20-30 jaar en restwaarde, gedisconteerd tegen de lage voet 2,2/1,4% voor onvermijdbare vaste kosten, plus EUR 340 mln/jr exploitatie tegen de standaardvoet; gevoeligheid 2,25%/30j: EUR 543 mln/jr; alles tegen standaardvoet EUR 549-621 mln/jr; oude bandbreedte EUR 487-616 mln/jr bij 0-2,25% over 20-30 jaar; dp:595).
b. Waarde van bronbescherming, afgezet tegen de kosten. Een generiek verbod op gewasbeschermingsmiddelen in GWB kost de land- en tuinbouw ca. EUR 120 mln/jr (WUR 2025-014, src:563, dp:593, bi 126). WUR kon de evenredigheid niet beoordelen omdat de zuiveringskosten ontbraken. Met de Haskoning-cijfers kan dat indicatief wel: het verbod is maatschappelijk rendabel als het circa een vijfde (18-21%) van de zuiveringskosten in het zwaarste scenario voorkomt, als die zuivering direct nodig is; begint de zuivering pas na 10-20 jaar (bouwtijd RO, TFA op winningsdiepte), dan is 23-35% nodig (herrekend 30-09-2026, discontovoet 2,8/1,8%, horizon 100 jaar; gevoeligheid 2,25%/30j: 22%). Kanttekeningen: het zwaarste scenario is niet kansgewogen; het tijdprofiel van de kosten is onbekend (vandaar de 23-35%-variant); al aanwezige stoffen nemen pas in ca. 25 jaar af (WUR), dus een verbod voorkomt niet alle zuivering; het WUR-verbod geldt voor alle middelen en is breder (duurder) dan een PFAS-verbod (pol:180). Het teken van de uitkomst is robuust, de omvang niet.
c. Gezondheid via lagere PFAS-inname. Drinkwater levert ca. 27% (oppervlaktewater) resp. 6% (grondwater) van de totale PFAS-blootstelling; voedsel meer dan drie keer zoveel (RIVM via Arcadis, src:548; RIVM 2023, src:544). Zuivering van drinkwater verlaagt de inname dus hoogstens met dat aandeel. Bronmaatregelen werken ook via voedsel (TFA in gewassen, ILT), dus hun gezondheidsbaat is groter dan die van zuivering. Het kabinet noemt de huidige normering niet beschermend genoeg en start biomonitoring (src:547). Monetarisering voor NL ontbreekt: de EER-schatting van EUR 52-84 mrd/jr gezondheidskosten (Nordic Council 2019, src:58) is niet naar NL doorgerekend, in lijn met ana:43. Ter ordening: het EU-impactonderzoek (src:80) raamt tot 2050 EUR 440 mrd bij ongewijzigd beleid, EUR 1.700 mrd bij strenge normen zonder verbod (zuiveren) en EUR 330 mrd bij een totaalverbod (bron). Zuiveren zonder bronaanpak is daar het duurste scenario.
d. Niet gemonetariseerd: minder energie en CO2 (RO), minder waterverlies (20% afvalstroom), minder concentraat, ecologie (KRW-doelen), leveringszekerheid bij innamestops.
Drinkwaterbedrijven dragen de zuiveringskosten en berekenen die door in het tarief. De ILT zei bij publicatie van het TFA-rapport (11-09-2026, src:402): de kosten worden afgewenteld op de waterbedrijven en daarmee de belastingbetaler. Er is geen wettelijk verhaalsrecht op vervuilers en geen heffing die aan zuiveringskosten is gekoppeld. Het Ctgb mag bij toelating niet toetsen aan de KRW (Vewin, src:556). Lozingsvergunningen kunnen voor onbepaalde tijd gelden zonder verplichte periodieke herziening; het kabinet werkt na een EU-inbreukprocedure aan een maximale termijn van 12 jaar (src:564, src:565). Kern van 'vervuiler betaalt': de rekening moet terug naar de bron, anders is vervuilen goedkoper dan voorkomen.
Eerst gecontroleerd wat al bestaat bij ana:40, ana:43 en ana:61; die policies worden niet gedupliceerd maar hier verwezen.
STOP (bestaand):
- pol:180 (ana:40): geen TFA-vormende PFAS-middelen in grondwaterbeschermingsgebieden. Dit is de maatregel uit 3b; de kosten-batenvergelijking hierboven ondersteunt hem.
- pol:181 (ana:40): versnelde nationale uitfasering naar Deens voorbeeld.
- Nitraat: stopmaatregelen voor de veestapel staan bij ana:61 (pol:193-201).
BRON (nieuw en bestaand):
- NIEUW pol:210: toets de toelating van bestrijdingsmiddelen aan KRW-doelen en gemeten kwaliteit van drinkwaterbronnen (alle middelen; aanvulling op pol:182 voor PFAS en pol:123 voorzorg).
- NIEUW pol:211: lozingsvergunningen voor ZZS bij drinkwaterinnamepunten met einddatum (maximaal 6 jaar) en afbouwpad naar nul (aanvulling op pol:129 actualisatieplicht en het register uit pol:125).
- Bestaand: pol:182 (TFA-dataplicht en cumulatietoets), pol:123 (voorzorg/bewijslast), pol:146 (giftigheidsheffing pesticiden), pol:125 (PFAS-heffing en aansprakelijkheid).
HERSTEL (nieuw en bestaand):
- NIEUW pol:212: zuiveringskostenverhaal. Wettelijk verhaalsrecht van drinkwaterbedrijven op aanwijsbare vervuilers, plus een compartiment drinkwaterzuivering in het bestaande Chemie-fonds (pol:124), gevuld uit de heffingen van pol:125 en pol:146. Zuivering wordt alleen vergoed als stop en bron duurder zijn.
- Chemiefonds: geen nieuw fonds; pol:124 (ana:43) krijgt via pol:212 een extra bestemming.
Effecten van pol:210-212 zijn niet gekwantificeerd: daarvoor is geen bron gevonden.
Toegevoegd 04-10-2026 (voorbeeld Muenchen, zie 6c):
- NIEUW pol:245 (STOP): GLB-basispremie en eco-regeling in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden alleen voor percelen zonder chemische middelen en kunstmest (vanaf de GLB-periode 2028); vrijstelling energiebelasting voor non-energetisch aardgas (EUR 144 mln/jr, deels voor kunstmest) afschaffen of beperken. Geen btw-voordeel op kunstmest en middelen (21%).
- NIEUW pol:244 (BRON): drinkwaterbedrijf of overheid vergoedt boeren de omschakeling naar biologisch (zonder chemische middelen en kunstmest) in WW+GWB naar Muenchens model, betaald door de veroorzakers (kunstmestheffing en deel van pol:146, via het compartiment uit pol:212). Effecten: E30 -106 / +46 / +169 mln EUR/jr (kengetal 15), overige PM.
Medicijnresten: ten minste 190 ton/jr naar water (RIVM 2020-0088, src:559); het 30%-doel is niet gehaald (src:549). Microplastics: kraanwater is minder dan 1% van de inname (src:560). Lokale lasten en tarieven: subject 253.
6b. DATACENTERS: WATERVERBRUIK EN GEHEIMHOUDING (toegevoegd 30-09-2026, gecorrigeerd 01-10-2026)
Landelijk is koeling van datacenters een kleine post: de ICT-sector gebruikte ca. 1 mln m3 drinkwater per jaar, minder dan 0,1% van het totaal, en in het PWN-gebied ging in 2020 650.000 m3 (0,6%) naar koeling door bedrijven (src:584, dp:624). De datacenters die over 2025 rapporteerden, namen samen 0,376 mln m3 drinkwater in (51 van 104 rapportages; dp:620); dat is een ondergrens. Lokaal kan het beslag zwaarder wegen (PWN-gebied), en EU-breed steeg het gerapporteerde waterverbruik van datacenters in 2025 met 51% (dp:623). Het kabinet vindt drinkwater als koelwater niet wenselijk; een drinkwaterbedrijf mag levering daarvoor weigeren en koelwater valt in categorie 4 van de verdringingsreeks (src:584). Voor dit dossier weegt vooral het gebrek aan openbaarheid: bij 57 van de 104 NL-rapportages ontbreken energie- en watercijfers, en de brancheorganisatie telde eind 2025 186 commerciele datacenters vanaf 500 kW (dp:622; NOS/Trouw/Lighthouse Reports, src:579-582). Oorzaak (gecorrigeerd 01-10-2026 volgens jurist-advies Action 300, src:642): Bal art. 5.16b lid 3 zondert gegevens uit die onder de absolute Woo-grond voor bedrijfsgegevens vallen (Woo 5.1 lid 1 onder c, zonder de relativering van lid 6 en 7), en RVO laat exploitanten per vraag 'bedrijfsvertrouwelijk' aanvinken. De eerdere stelling hier dat de EU de cijfers per datacenter vertrouwelijk verklaart, was te ruim: art. 5(5) Verordening 2024/1364 (src:587) bindt alleen de Commissie en de lidstaten voor gegevens in de EU-databank en verbiedt openbaarmaking door de exploitant of op nationale grondslag niet. Maatregelen: pol:213 (Bal 5.16b lid 3 wijzigen en een eigen publicatieplicht per datacenter, EU-sporen aanvullend; LegislativeDraft 1033-1039) en, voor stroom, koeling, carbon-aware rekenwerk en open access, pol:215 bij ana:46 (netcongestie). De bedragen van deze analyse veranderen hierdoor niet.
6c. MUENCHEN EN BRONBESCHERMING DOOR BIOLOGISCHE LANDBOUW (toegevoegd 04-10-2026, opdracht Harmen)
Aanleiding: Instagram-reel van zephzoid (03-10-2026, src:886, secundair): 'Munich did the math and found paying farmers to go organic is 45 times cheaper than filtering the toxins from its drinking water.' Gecontroleerd tegen primaire bronnen.
a. Het programma. Stadtwerke Muenchen (SWM) betaalt sinds 1992 boeren in het Mangfalltal, dat 75-80% van het Muenchense water levert, voor omschakeling naar biologisch: geen chemische middelen, geen kunstmest, beperkte veebezetting (src:872). Vergoeding EUR 281/ha/jr de eerste 6 jaar, daarna EUR 230/ha/jr gedurende 12 jaar, bovenop EU/Beierse KULAP-steun van ca. EUR 250/ha (src:871, src:876; dp:772). Deelname: 23 boeren op 800 ha (1993), 92 op 2.200 ha (1999, src:875), 110 boeren en 80% van het landbouwareaal in 2005 (src:871), nu meer dan 185 boeren op ca. 4.650 ha (src:872; dp:771).
b. De factor 45-46. Bron: Grolleau & McCann 2012, Ecological Economics 76:87-94 (src:871): de prijsstijging voor waterklanten is 0,005 EUR/m3 (SWM 2005), de vermeden zuiveringskosten zijn geschat op 0,23 EUR/m3 (Simonet 2005); 0,23/0,005 = 46 (dp:769-770). Dat klopt rekenkundig, met drie kanttekeningen: (1) de 0,23 is een hypothetische vermeden investering uit een Frans rapport, geen offerte; (2) de 0,005 laat de overheidssteun weg; inclusief programmakosten (EUR 0,83 mln/jr, ca. 0,01 EUR/m3, src:875) en KULAP-steun is het 0,012-0,014 EUR/m3 en de factor 16-20 (eigen afleiding); (3) Muenchen zat nooit boven de nitraatnorm (15 mg/l in 1992, norm 50): het was preventie. De LinkedIn-claim '46 cent per m3 zuivering' is onjuist (de bron zegt 0,23 EUR/m3).
c. Effect op de waterkwaliteit. Nitraat steeg van 6 mg/l (1974) naar ca. 15 mg/l (1992), bleef na de start ca. 3 jaar gelijk en daalde daarna: 7 mg/l (2005, Simonet via src:871), 9,74 mg/l (2017, VSR, src:874), gemiddeld 6,5 mg/l in het Muenchense mengwater (SWM, januari 2026, src:873; dp:773). 'Meer dan 50% daling' klopt dus alleen tegen de 7 mg/l uit 2005; VSR meldt -30 tot -35%. Terbuthylazine daalde van 0,065 naar 0,02 ug/l; nu zitten alle middelen en PFAS onder de bepalingsgrens en hoeft het water niet gezuiverd te worden (dp:774).
d. Duitse vergelijking. UBA (Texte 43/2017, src:877): zuivering van nitraat en middelen in vier modelwaterwerken kost 0,55-0,76 EUR/m3 (scenario's 0,21-1,11), de waterrekening stijgt 32-45%; vrijwillige samenwerking met boeren alleen was onvoldoende (dp:775).
e. Nederland, kerncijfers. Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden 97.792 ha, waarvan 34.565 ha landbouw (WUR 2025-014, src:563; dp:778). Productie 1.160 mln m3 (2024), GWB-winningen ca. 575 mln m3 (src:879, src:408; dp:777). 34 winningen met een nitraatprobleem, 140 mln m3/jr; het BO Nitraat-doel voor 2025 is niet gehaald (Vewin/KWR, src:878; dp:776). Zuivering bestrijdingsmiddelen in GWB-winningen +0,20 EUR/m3 (src:408, dp:592). Een recent Nederlands cijfer voor nitraatzuivering per m3 is niet gevonden. Bestaande regelingen: Vitens EUR 25/ha spotspraypremie (src:882), Brabant Water chemievrije pacht op eigen grond (src:881); provincies stellen in GWB nauwelijks aanvullende eisen en de meerkosten van de huidige regels zijn EUR 31-205/ha (CLM-1253 voor Vitens, src:880; dp:779). GLB-omschakelsteun biologisch maximaal EUR 200/ha (src:883, dp:780). Er is geen landelijke betaalregeling voor biologisch in beschermingsgebieden.
f. Toepassing op Nederland (pol:244, kengetal 15). Omschakelkosten op 34.565 ha: EUR 7,9 mln/jr (Muenchense vergoeding EUR 230/ha), 16,6 mln (inclusief KULAP, EUR 480/ha) tot 123 mln (WUR-verbod, inclusief boomkwekerij en fruit). Vermeden zuivering op de nitraatwinningen: 32 / 77 / 106 mln/jr (0,23 / 0,55 / 0,76 EUR/m3 op 140 mln m3), hoog plus 87 mln voor middelenzuivering op het overige GWB-volume. Met vertraging (baten vanaf jaar 25 / 10 / 5) en discontering volgens src:33 (horizon 100 jaar, lage voet voor zuivering): netto -106 / +46 / +169 mln EUR/jr; gevoeligheid 2,25%/30 jaar: -118 / +32 / +152. In het midden is bronbescherming ca. 4 keer goedkoper dan zuiveren; een factor 46 haalt Nederland alleen in het gunstigste geval, en bij trage respons en hoge kosten (fruit, boomkwekerij) is ze duurder. Gezondheid, natuur en frictie: PM.
g. Wie betaalt (standpunt Harmen: de overheid vergoedt de transitie, de vervuiler betaalt). Financiering via een kunstmestheffing (Zweeds tarief EUR 0,18/kg N op 201 mln kg N = ca. EUR 34-36 mln/jr, src:884-885; dp:781-782) en een deel van de giftigheidsheffing pesticiden (pol:146), via het compartiment drinkwaterzuivering van het Chemie-fonds (pol:212/pol:124). Vergoedingen op Muenchens niveau (EUR 8-17 mln/jr) passen ruim binnen die opbrengst. Stopdeel (pol:245): geen GLB-inkomenssteun voor chemie en kunstmest in beschermingsgebieden; EB-vrijstelling voor non-energetisch aardgas (EUR 144 mln/jr, MN 2026, src:295; dp:783) afschaffen of beperken. Samenhang (policy_relation 24-34): afhankelijk van 146 en 212; overlapt 183 en 200; versterkt 180 en 210; versterkt door 199 (veestapel); 245 overlapt 195, 216 en 176.
- Concentraatverwerking bij RO: geen kostencijfer (src:548, src:566).
- Haskoning-rapport niet openbaar; onduidelijk of EUR 340 mln/jr kapitaallasten bevat.
- Discontering (herrekend 30-09-2026, Kamerstuk 29352 nr. 12): onbekend of de EUR 340 mln/jr onvermijdbare vaste kosten zijn (dan lage voet 2,2/1,4%) of niet (standaardvoet, nu gekozen, voorzichtig); horizon 100 jaar volgt de MIRT-praktijk.
- Geen NL-monetarisering van gezondheidsschade door PFAS.
- Aandeel van vervuiling in de tariefstijging onbekend.
- Oppervlaktewaterkosten voor TFA niet gekwantificeerd (kabinet: hoge kosten).
- Kansen per scenario ontbreken; de vergelijking in 3b is indicatief (dp:595, ConfidenceScore 40).
- Nitraat en mest: sinds 30-09-2026 subdossier subject 270 onder Drinkwater (https://burgerplatform.nl/subject/270); de maatregelen voor de veestapel staan bij ana:61 (subject 131). De nitraatkosten voor drinkwater (Vewin) zijn hier niet doorgerekend. Indicatief wel in 6c (pol:244).
- Geen recent Nederlands cijfer voor nitraatzuiveringskosten per m3; 6c gebruikt UBA 2017 en een Franse schatting (Simonet 2005) als proxy. Werkelijke omschakelkosten van intensief grasland en mais zonder kunstmest onbekend.
S_Damage 7 (drinkwater blijft veilig door zuivering, maar tegen stijgende kosten en met onomkeerbare TFA-ophoping); C_Complexity 7 (diffuse, industriele en buitenlandse bronnen, EU-toelating); E_Escalation 8 (TFA bereikt binnen 20 jaar de winningsdiepte; RO kost ca. 10 jaar om te bouwen).
Het teken van het netto sectorale effect van pol:244 (pe:135) is onzeker: de bandbreedte loopt van -106 tot +166 mln euro per jaar (midden +44). Het pakketsaldo leunt daardoor vooral op de Deloitte-milieubaten in pe:138 (src:81), die mogelijk gedeeltelijk overlappen met pe:135. Zolang PM-posten domineren (onder meer gezondheid pe:137, pol:210-213) toont Burgerplatform geen baten-kostenverhouding (BCR) voor deze analyse. Referentieschade: extra zuivering grondwaterwinningen bij ongewijzigd beleid, ca. 340-660 mln euro per jaar, midden 559 (pol:402, dp:590, dp:591, dp:595). Prijzen in de kostendatapoints zijn omgerekend naar prijspeil 2025 met de CBS-CPI (src:1109). Grondwaterdaling, droogte en verzilting raken dezelfde winningen: zie ana:82. Horizon: 100 jaar (HorizonYears), omdat PFAS en TFA persistent zijn en zuiveringsinfrastructuur langlevend is; gedisconteerd met de werkgroep-discontovoet met knik (2,8% t/m jaar 35, daarna 1,8%; global_parameter, src:33), annuiteitsfactor 36,63. De referentie annuiteert de investering van dp:590 over een technische levensduur van 30 jaar (2,8%) met herinvestering, zodat het jaarequivalent (ca. 219 mln) over 100 jaar gelijk blijft; zonder herinvestering zou het ca. 120 mln zijn (midden 460 in plaats van 559). Gevoeligheidsanalyse: horizon 30 jaar (annuiteitsfactor 20,12).
Gevoeligheidsanalyses (standaard: 100 jaar, standaardvoet 2,8% t/m jaar 35 en daarna 1,8%, src:33): (a) horizon 30 jaar (annuiteitsfactor 20,12); (b) lage discontovoet 2,2/1,4% voor de zuiveringsbaten in pe:135: -104 / +46 / +169 mln per jaar tegenover standaard -106 / +44 / +166; (c) referentie zonder herinvestering: midden -460 in plaats van -559 mln per jaar. Herinvestering in de zuivering elke 30 jaar is een aanname, geen brongegeven.
Overlap: de indicatieve overlapfactor 0,2 tussen pe:138 en pe:135 zit niet in de doorrekening. Het is een eigen schatting zonder bron en de database heeft geen mechanisme voor overlap binnen een policy (beide effecten horen bij pol:244). Toegepast zou de factor het welvaartssaldo in het midden met ca. 29 mln euro per jaar verlagen; dat geldt als gevoeligheid. CO2-prijs: van toepassing is variant 3 (hoog, de databasestandaard, WLO; global_parameter co2_prijsvariant_natuur). Het veld Co2Price in de rekenrun blijft leeg door een lacune in de rekenprocedure.
Kernboodschap: de bron nu aanpakken voorkomt deze pijplijnkosten. Onderstaande posten staan naast het midden en tellen niet mee in het welvaartssaldo. Bedragen zijn netto contante waarden over 100 jaar met de standaardvoet met knik (2,8% t/m jaar 35, daarna 1,8%, src:33; annuiteitsfactor 36,63). Waar geen kans bekend is, staan scenario's; er zijn geen kansen of verwachtingswaarden verzonnen. Alle afgeleide bedragen zijn schattingen (concept).
Item | Bedrag (NCW 100 jaar) | Kans of scenario | Wie betaalt nu | Maatregel in ana:62 | Bron
1. TFA-zuivering grondwaterwinningen | 12,5 tot 24,2 mld euro, midden 20,5 mld (jaarequivalent 340 / 559 / 660 mln; investering tot 4,4 mld plus ca. 340 mln per jaar) | zwaarste scenario Haskoning, geen kans bekend; herinvestering elke 30 jaar is een aanname | drinkwaterbedrijf, doorberekend aan huishoudens via het tarief | pol:210, pol:244, pol:245 (bron), pol:212 (kosten naar vervuiler) | dp:590, dp:591, dp:595, dp:1829; src:408, src:403; gelijk aan de referentie pol:402
2. Opkomende stoffen (geavanceerde zuivering) | huidig niveau: investering 62,7 tot 154,3 mln (stand 2020) en 20,6 tot 32,7 mln per jaar exploitatie; die exploitatie zit al in het totaal (ae:69). Uitbreiding: PM | geen scenario in de bron; KWR: kosten niet volledig toe te schrijven aan bronkwaliteit | drinkwaterbedrijf, via het tarief naar huishoudens | pol:211 (lozingen ZZS), pol:210 | dp:594, dp:1824; src:562
3. Uitstel PFAS-besluit tot 2028 | PM, geen monetaire bron | scenario: Ctgb besluit uiterlijk 30-04-2028; tot dan loopt de TFA-vorming van minimaal 21 ton per jaar door | toekomstige waterklanten (huishoudens) | pol:210; verbod en uitfasering staan in ana:40 (pol:180, pol:181) | dp:1828, dp:481; src:404
4. Extra capaciteit 2030 | PM, geen kostenraming in de bron | RIVM: 67 tot 102 mln m3 per jaar extra nodig t.o.v. 2020 (Vewin noemt 102 mln m3, ontleend aan RIVM; Vewin is belanghebbende en mogelijke sponsor) | drinkwaterbedrijf, via het tarief naar huishoudens | pol:244 en pol:245 (bestaande winningen bruikbaar houden), pol:213 (inzicht in waterverbruik datacenters) | dp:1825; src:2027, src:2030
5. Droogte en verzilting | 0 in de Referentie, ca. 0,41 mld in de warme Deltascenario's Stoom en Warm (ca. 9 mln per jaar prijspeil 2020); de bron zelf noemt ca. 115 mln contante waarde | scenario Deltaprogramma Zoetwater, geen kans; innamestops Maas (dp:588) en vertraging Deltaprogramma (fase 1 40% duurder) wijzen op opwaarts risico | drinkwaterbedrijf en huishoudens; deels overheid via Deltafonds | geen eigen maatregel in ana:62; zie ana:82 (pol:354 grondwaterstand) | dp:1826, dp:1827, dp:1830, dp:588; src:2028, src:2029, src:551
De posten overlappen deels (1 en 2 zijn beide zuivering, 1 en 3 beide TFA) en mogen niet worden opgeteld. De database heeft nog geen aparte structuur voor risicoposten buiten de totalen; dit blok staat daarom als datapoints en als tekst.
Referentie: bij ongewijzigd beleid is de PFAS-gezondheidsschade via drinkwater naar schatting 134 / 426 / 993 mln euro per jaar (EUR 2025, laag/midden/hoog). Die staat als referentiepost pe:264 onder pol:402 (dp:1834). Het bedrag is de totale PFAS-schade in Nederland (dp:1833, benefit transfer van Nordic Council 2019 src:58 naar NL via het bevolkingsaandeel src:2031, zonder correctie voor verschil in blootstelling) maal het aandeel van drinkwater in de PFAS-inname: 5,9% bij grondwater en 27% bij oppervlaktewater, gewogen ca. 14% (dp:1831, RIVM src:544). De 27% komt uit het lower-bound-scenario, dus het bereik is eerder te laag dan te hoog. De andere innameroutes (voedsel, vis, stof, consumentenproducten) staan in ana:43 en tellen hier niet mee, om dubbeltelling te voorkomen. De waardering loopt via de VSL; medische kosten tellen niet apart mee. Deze post staat los van de zuiveringskosten in pe:257 en de RefDamage.
Verdeling over de maatregelen. Het zijn schattingen; alleen het TFA-aandeel heeft een directe bron. Samen nemen de maatregelen 46% van de schade weg; 54% blijft over door bovenstroomse bronnen, oude vervuiling en de nog lopende EU-restrictie.
De baten ijlen na, omdat PFAS persistent is. Een controle met een tweede methode (DALY maal kengetal) ontbreekt nog, omdat er geen Nederlandse DALY-raming voor PFAS is. Alle bedragen hebben de conceptstatus.
ana:62 telt van de PFAS-gezondheidsschade alleen de route drinkwater: 5,9 / 14,3 / 33% van dp:1833 (dp:1901, dp:1831, src:544), in ae:115. De routes voedsel, huisstof en producten tellen in ana:43 (ae:118). De totale schade dp:1833 telt hier niet mee (koppelgewicht 0). TFA-concentraties in ruw water (dp:1882, dp:1883) horen bij de route drinkwater en tellen hier, niet in ana:43.
Referentieschade ana:62 per jaar (EUR mln, prijspeil 2025), laag / midden / hoog: met gezondheidspost ae:115 -1.885 / -991 / -474 (ae:69 zuivering -660 / -559 / -340, ae:115 PFAS via drinkwater -1.214 / -426 / -134, ae:121 droogterisico -11 / -6 / 0). Zonder gezondheidspost -671 / -565 / -340. De gezondheidspost is een VSL-schatting (IsSchatting) met lage betrouwbaarheid; het saldo zonder deze post is de robuuste ondergrens. RefDamage op de analyse is handmatig gezet op de laatste rekenrun (analysis_calc 167: -1.874 / -985 / -474, zonder ae:121); na usp_analysis_recalc 62 wordt dit door de rekenketen overschreven.
Nieuw alternatief pol:412 strategische reserve en tweede bron (67-102 mln m3 in 2030): kosten -417 / -250 / -117 mln/jr (src:2166, schatting), vermeden droogterisico 0 / 6 / 11. TFA-risico (NCW 12,5-24,2 mld, dp:1829) zit als zwaarste scenario in ae:69 en is niet nogmaals als risicopremie opgeteld.
Stand op papier, concept, EUR mln per jaar, midden: welvaartssaldo van het pakket ca. +180; baten/kosten ca. 2,2; restschade ca. -805 (RefDamage -985 plus 180). Het pakket haalt daarmee 18-25% van de referentieschade weg (180/985 = 18%; bovengrens 25% bij de hogere varianten). Weerbaarheid pol:412 (kosten -57, pe:272) en schade herstellen pol:212 (uitvoeringskosten -10, pe:261) staan zonder gekwantificeerde baten: hun baten zijn PM. Vermeden droogterisico pe:273 (+6) telt niet in het welvaartssaldo, omdat effect 60 in klasse risico valt (zie ticket dba). Rekenrun calc 168 (11:20, automatisch) is verouderd en mag niet worden gebruikt. De herberekening usp_analysis_recalc 62 wacht op Harmen.
Per maatregel het welvaartssaldo (vóór overlapcorrectie) en daaronder elke effectregel: bandbreedte, klasse, thema, rekenregel en bron. Overdrachten en begrotingsposten staan erbij, maar tellen niet in het welvaartssaldo.
€ 105 mln tot € 156 mln per jaar
Middenwaarde € 156 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen−€ 106 mln tot € 166 mln per jaar
Middenwaarde € 44 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 1 mln tot € 12 mln per jaar
Middenwaarde € 4 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 0 mln per jaar
Nog geen bandbreedte: één schatting · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 34 mln tot € 304 mln per jaar
Middenwaarde € 107 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2030
Correctie voorstellen−€ 112 mln tot −€ 11 mln per jaar
Middenwaarde −€ 45 mln · prijspeil 2025
Correctie voorstellen−€ 1,9 mln tot −€ 0,4 mln per jaar
Middenwaarde −€ 0,9 mln · prijspeil 2025
Correctie voorstellen−€ 14 mln tot −€ 1 mln per jaar
Middenwaarde −€ 5 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 0 mln tot € 5 mln per jaar
Middenwaarde € 5 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen€ 0 mln tot € 144 mln per jaar
Middenwaarde € 72 mln · prijspeil 2025 · vanaf 2028
Correctie voorstellen−€ 33 mln tot −€ 0,2 mln per jaar
Middenwaarde −€ 10 mln · prijspeil 2025
Correctie voorstellen€ 21 mln tot € 660 mln per jaar
Middenwaarde € 340 mln · prijspeil 2025
Correctie voorstellen−€ 60 mln tot −€ 2,5 mln per jaar
Middenwaarde −€ 15 mln · prijspeil 2025
Correctie voorstellen−€ 115 mln tot −€ 23 mln per jaar
Middenwaarde −€ 57 mln · prijspeil 2025
Correctie voorstellen€ 0 mln tot € 11 mln per jaar
Middenwaarde € 6 mln · prijspeil 2025
Correctie voorstellenDeze effecten hebben nog geen bedrag en tellen niet mee in de bedragen hierboven. Klik door naar de effectregel.
Voor het rampscenario en de omvang van de geldstroom is nog geen bron per bedrag vastgelegd. Hieronder staan de bronnen en datapunten van de hele analyse.