PFAS ('forever chemicals') breken niet af in de natuur. Het Ministerie van IenW telt inmiddels circa 4.000 locaties die mogelijk PFAS-verontreinigd zijn, waarvan slechts 57 officieel bevestigd als 'aandachtslocatie' en sanering pas gestart op 8 en afgerond op 4 (2026). RIVM's eigen Impact Assessment (2022) erkent expliciet dat een landsdekkend beeld van verontreinigde locaties en de bijbehorende saneringskosten ontbreekt. Bekende saneringskosten (Investico, 2026) bedragen minimaal EUR 68 miljoen op 52 (deels) bekende locaties, met kosten tot boven de EUR 100.000/kg verwijderd PFAS (circa 1000x hoger dan bij kwik/lood-sanering). Drinkwaterbedrijven die afhankelijk zijn van oppervlaktewater (o.a. PWN Mensink) overschrijden de RIVM-risicogrens met een factor 4-7; een Rekenkameronderzoek kwalificeert het toezicht op vervuilende lozingen als 'ontoereikend en zorgwekkend'.
PFAS-emissies zijn decennialang vergund (minimaal 32 huidige vergunningen, AT Osborne 2023) zonder dat de aansprakelijkheid voor toekomstige milieu- en gezondheidsschade bij de vergunninghouder werd belegd. 'Vervuiler betaalt' functioneert in de praktijk zelden: de overheid draagt het grootste deel van de saneringskosten, en private aansprakelijkheid is tot nu toe beperkt tot enkele bekende zaken (Chemours/Dordrecht, Schiphol, Defensielocaties). Toezicht is versnipperd: geen centraal informatiesysteem, bij de helft van de bedrijven worden geen monsters genomen, en een landelijk overzicht van PFAS-lozende bedrijven wordt pas in 2032 verwacht.