Analyse
Vraag (ticket 374, Harmen 25-10-2026): lost een grondgebonden veehouderij het fosfaat- en stikstofprobleem grotendeels op, en hoeveel kleiner wordt de veestapel dan?
1. Definitie bepaalt de uitkomst. Er zijn drie gangbare definities. A mestgrondgebonden: mest past op eigen of regionaal land (Louis Bolk
src:1476; WEcR 2022-061
src:2154 met samenwerkingsovereenkomsten binnen 20 km). B mest op eigen land zonder derogatie, op stikstof als bindende norm (eigen rekenvoorbeeld redacteur, schatting). C voer- en mestgrondgebonden: voer uit eigen land of uit de regio, zoals het natuurinclusieve scenario van de PBL/WUR Landbouw- en Natuurverkenning, voer binnen circa 500 km (
src:2153). Alleen definitie C geeft circa halvering van de totale veestapel.
2. Scenariotabel dieraantallen (x 1000; basis CBS 1 april 2025,
src:2151, dp zie links). Procentuele krimp uit de bron, toegepast op 2025 door Burgerplatform (eigen berekening, schatting; de bronpercentages gelden t.o.v. 2022/2023).
Diersoort | 2025 | S1 laag LNV-referentie | S2 midden PBL 2012 | S3 circa -50% LNV natuurinclusief | S4 hoog alleen NL-voer
Melk- en kalfkoeien | 1527 | 1176 (-23%) | 1222 (-20%) | 764 (-50%) | 1069 (-30%)
Jongvee melkvee | 906 | 652 (-28%) | 725 (-20%) | 453 (-50%) | 634 (-30%)
Vleeskalveren | 864 | 726 (-16%) | 691 (-20%, aanname) | 432 (-50%, aanname intensief) | 605 (-30%, aanname)
Overig rundvee | 249 | 249 (geen bron) | 199 (-20%) | 125 (-50%) | 174 (-30%)
Rundvee totaal | 3546 | 2803 (-21%) | 2837 (-20%) | 1773 (-50%) | 2482 (-30%)
Varkens | 9658 | 7630 (-21%) | 4829 (-50%) | 4829 (-50%) | PM (bron: tussen 30 en 90%)
Kippen | 81734 | circa 69500 (-15%, mix leghennen -17 en vleeskuikens -12) | 40867 (-50%) | 40867 (-50%) | 8173 (-90%)
Schapen en geiten | 676 en 628 | PM | PM | PM | PM
Totaal, gewogen naar N-uitscheiding 2025 (
src:2157; eigen berekening) | 100 | circa -19% | circa -27% | circa -48% | circa -35 tot -46%
Bronnen per kolom: S1
src:2153 (referentiescenario, LNV 2025); S2
src:2152 (scenario 50% minder intensief en 20% minder melkvee, 30% minder mest); S3
src:2153 (natuurinclusief: intensief en melkvee halveren t.o.v. 2022); S4
src:2153 via Silvis e.a. 2021 (alleen Nederlands veevoer: krimp 30% melkvee tot 90% kippen). Ter vergelijking melkvee: Louis Bolk -11,1 tot -17,8% (met derogatie,
src:1476); eigen N-rekenvoorbeeld zonder derogatie -22 tot -26% (schatting); LNV intensief-technologisch -41 tot -46% (
src:2153).
3. Dragen de bronnen circa -50%? Ja, maar alleen onder definitie C. Het PBL/WUR natuurinclusieve scenario halveert intensieve veehouderij en melkvee om de doelen voor natuur, water en klimaat te halen, met voer binnen 500 km (
src:2153). Onder definitie A en B dragen de bronnen voor rundvee 11 tot 26% krimp, niet 50%; varkens en pluimvee krimpen dan wel sterk (tot circa 90-100% bij strikt eigen land of alleen NL-voer). Het eigen rekenvoorbeeld (rundvee -24%, varkens en pluimvee vrijwel nul) komt N-gewogen op circa -45%, schatting. Conclusie: totaal circa -50% is verdedigbaar met bron; een halvering van het aantal koeien volgt niet uit de mestnormen alleen, wel uit het voercriterium of uit de natuur- en klimaatdoelen.
4. Effecten. Mest: S2 geeft 30% minder mest en vrijwel alle mest kan op NL-grond (
src:2152). Ammoniak -20 kton N en nitraat -7 kton N in S2, maar fosfaataccumulatie daalt niet zolang kunstmest de vrijgevallen ruimte vult (
src:2152); dus koppelen aan
pol:411,
pol:245. Fosfaat: aanvoer via krachtvoer 65 van 78 mln kg P (
src:884); bij voergrondgebondenheid valt dit grotendeels weg, de bodemvoorraad blijft jaren tot decennia naleveren (ticket 374, CLO archief). Mestmarkt: plaatsingsruimte 2026 zonder derogatie circa 280 mln kg N, tekort circa 60 mln kg N (
src:2155); uitscheiding 2025 439,5 mln kg N en 141,5 mln kg P2O5 (
src:2157). Economie: grondgebonden veehouderijcomplex 11,4 mld euro TW en 120.000 aje (2022,
src:2153); natuurinclusief raakt circa 6,8 mld TW (
src:2153); inkomensverlies 30-40 duizend euro per melkveebedrijf door Meststoffenwet (
src:2156). Monetaire posten zijn nog niet als policy_effect vastgelegd (PM).
5. Beleid in volgorde stop-bron-herstel, hergebruik bestaande policies. Stop:
pol:193,
pol:195,
pol:196,
pol:197,
pol:198,
pol:177,
pol:411,
pol:245. Bron:
pol:199 (volumepad) en
pol:200 (extensivering en grondgebondenheid); deze analyse levert de scenariokeuze voor de norm per ha (GVE/ha of kg N en P2O5 uit eigen land, variant SWO binnen 20 km uit
src:2154). Herstel:
pol:201. Nieuwe policies zijn niet aangemaakt om dubbeling te voorkomen; fosfaatterugwinning en fosfaatarme natuur op verzadigde grond staan als open punt.
Zie
ana:61 (omvang veestapel),
ana:62 (drinkwater),
ana:51 (stikstoffonds).