Het kabinet richt een Nationale Investeringsinstelling op met EUR 3,3 mld kernkapitaal voor innovatieve bedrijven die onvoldoende marktfinanciering krijgen. Het CPB (18-09-2026) oordeelt dat meerwaarde vooral zit bij toegankelijker bedrijfsfinanciering; voor bredere maatschappelijke doelen zijn subsidies/normering/beprijzing vaak geschikter; zinvolle omvang en impact zijn waarschijnlijk beperkt.
Financieringsgat voor start- en scale-ups bij grotere rondes (risico/durfkapitaal), terwijl politieke verleiding bestaat om via een NII ook bredere doelen (verduurzaming, defensie, infra) te financieren die beter met andere instrumenten worden bediend.
Effecten van de situatie zonder nieuw beleid, in € miljoen per jaar met 1 decimaal. Negatief is een nadelig effect. Lage impact is de grens die het dichtst bij 0 ligt, hoge impact de grens die het verst van 0 ligt, voor positieve en negatieve effecten. Financiële effecten zijn begrotingsuitgaven, begrotingsinkomsten en gemiste belastinginkomsten; maatschappelijke effecten zijn welvaartseffecten; risico's staan als jaarlijkse bufferpremie, kans maal schade. Overdrachten en andere bedragen die niet in het saldo tellen staan apart en tellen niet mee in het totaal. Onderaan staat het totaal.
| Effect | Lage impact € mln/jaar | Midden € mln/jaar | Hoge impact € mln/jaar | Hoeveelheid | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
| Financiële effecten (begroting en gemiste inkomsten) | |||||
| Begrotingsuitgaven (huidige situatie) | -361,4 | -361,4 | -361,4 | – peiljaar 2027 | dp:1624 src:1625 |
Begrotingsuitgaven huidige situatie, ontwerpbegroting 2027. Hfdst IXB Financien art. 3 Kapitaalinjectie Invest-NL 277,0 mln; Hfdst XIII EZ art. 3 Blended finance faciliteit Invest-NL 75,0 mln; Hfdst XIII EZ art. 2 subsidie Invest-NL 9,4 mln. Hergebruik budgetitem 90. Invest-NL is het nulalternatief van de NII, vgl. budgetitem 90 en 14. Kapitaalinjectie is een financiele transactie. dp:1624, Bron src:1625. Prijspeil en begrotingsjaar 2027; de bron geeft een puntraming, dus laag, midden en hoog gelijk. Uitgave, dus negatief. | |||||
| Subtotaal financiële effecten | -361,4 | -361,4 | -361,4 | ||
| Totaal effect huidig beleid | -361,4 | -361,4 | -361,4 | financiële effecten + maatschappelijke effecten + risico's | |
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenHet kabinet richt een Nationale Investeringsinstelling (NII) op met EUR 3,3 mld kernkapitaal voor innovatieve bedrijven die onvoldoende marktfinanciering krijgen (src:96). De bandbreedte van 3-5 mld komt uit de budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord (Tweede Kamer, src:346). Het CPB (18-09-2026, src:97) ziet de meerwaarde vooral bij toegankelijker bedrijfsfinanciering. Voor bredere maatschappelijke doelen (verduurzaming, defensie, infrastructuur) zijn subsidies, normering of beprijzing volgens het CPB vaak geschikter. Een rendement onder marktconform is een impliciete subsidie. Een zinvolle omvang en impact zijn waarschijnlijk beperkt. Sinds Action 162 bevat deze analysis ook een MKBA-vergelijking van de NII met het Fonds Brede Welvaart (pol:134); zie de sectie hieronder.
Status: kwalitatief-kwantitatieve eerste MKBA (concept). Monetaire effecten staan in budgetitems 90-91 en policy_effect 86 (pol:134); niet-monetaire in dp:423, dp:425-428 en dp:449-450. Politieke keuzes (fondsomvang, voorwaarden, voorkeur) liggen bij politician.
Twee verschillende problemen worden in het debat met elkaar vermengd: (a) een financieringsgat voor innovatieve bedrijven bij grotere groeirondes (marktfalen in kapitaalmarkt) en (b) maatschappelijke investeringen met baten zonder (voldoende) marktrendement: wonen, bodem/PFAS, sport, lokale brede welvaart. Het CPB (src:97, dp:427) stelt dat een NII alleen voor (a) meerwaarde heeft; voor (b) is een rendement onder marktconform een impliciete subsidie en zijn subsidie, normering of beprijzing geschikter.
Volgens de leidraad is B gedomineerd: dezelfde subsidie als bij een directe regeling, maar minder transparant en niet getoetst. A heeft een lage welvaartskost, maar ook onzekere en waarschijnlijk beperkte baten. A en het FBW zijn complementair (verschillende problemen) en geen substituten. Het FBW kost het Rijk budgettair EUR 27,5 mln per jaar per EUR 1 mld uitstaand (nominale staatsleningcoupon 2,75%), plus kwijtschelding. In de MKBA is dat grotendeels een overdracht; de welvaartsvraag is of de gefinancierde projecten, contant gemaakt met de reele discontovoet van 2,8%, meer opleveren dan de alternatieve aanwending van het kapitaal. Het is alleen welvaartsverhogend als de gefinancierde projecten MKBA-positief zijn, dus de MKBA-toets vooraf is de kern van het instrument. Ter orde van grootte: het voorlopige saldo van de enige gekwantificeerde projectlijn (pol:116: +217 mln/jr) is even groot als de budgettaire rentederving over ongeveer EUR 7,9 mld uitstaand (217 / 27,5; eigen berekening). Dit zet een welvaartssaldo naast een budgettaire overdracht en geeft dus alleen de schaal aan; het is geen MKBA-saldo. Dat geldt alleen als de toegerekende extra woningen echt door het fonds komen en niet door de regelvereenvoudiging. Een integraal saldo van C is nog niet te geven.
De NII bouwt zelf geen infrastructuur. De bedrijven die ze financiert hebben wel nodig: een netaansluiting op een vol stroomnet (ana:46 en ana:53), stikstofruimte voor vergunningen (ana:51), bedrijfsruimte en personeel (src:97). Zonder die fysieke randvoorwaarden levert extra kapitaal weinig op. Wordt de NII ingezet voor energie-infrastructuur, dan concurreert ze om publiek kapitaal met kernnieuwbouw (ana:47) en CCS (ana:52).
Het Fonds Brede Welvaart financiert juist wel fysieke ingrepen: het splitsen en optoppen van bestaande woningen (pol:116; minder bouwmateriaal en CO2 dan nieuwbouw, circa de helft van de arbeidsinzet), bodem- en watersanering van PFAS-locaties (pol:124; bodem, grondwater en drinkwaterbronnen) en sportaccommodaties (pol:131). Het fonds concurreert daarbij om dezelfde schaarse hulpbronnen: bouwvakmensen, installateurs, netaansluitingen en saneringscapaciteit. Zonder die capaciteit leidt geld tot hogere prijzen in plaats van meer volume.
1 (HollandFonds, pol:101), 10 (Innovatiebox), 34 (woningtekort, splitsen/optoppen, pol:116), 43 (PFAS/Chemie-fonds, pol:124), 44 (sport, pol:131), 46 (netcongestie), 47 (kernnieuwbouw, publieke CAPEX), 51 (stikstof), 52 (Aramis CCS), 53 (netbelasting warmte).
MandateId staat op 0. Mandaat 12 (Financiële dienstbaarheid) past waarschijnlijk het best, omdat het gaat om de vraag waarvoor publiek kapitaal wordt ingezet. Die keuze ligt bij Harmen (Action-ticket).
Bronnen: Rijksoverheid Prinsjesdag 15-09-2026 (EUR 3,3 mld voor NII; NADI EUR 500 mln; Innovatiebox plafond 25k->100k; Groeifonds-ronde EUR 375 mln). Tweede Kamer budgettaire tabel: bandbreedte NII 3-5 mld, in beginsel niet EMU-saldo-relevant. CPB 18-09-2026 'De Nationale Investeringsinstelling: doelen en keuzes': meerwaarde vooral bij bedrijfsfinanciering; bij maatschappelijke doelen impliciete subsidie; andere knelpunten (personeel, stikstof) vaak groter dan financieringstekort; impact waarschijnlijk beperkt. nu.nl liveblog Prinsjesdag bevestigt 3,3 mld (secundair). Aanvulling Action 162: src:340-344 (Invest-NL-evaluaties 2024 en 2022, Algemene Rekenkamer NGF, DSTA-coupon, discontovoet) en 180 (EIB, pol:116). Aanvulling Action 199: src:346 (budgettaire bijlage coalitieakkoord), 347 (bijlagen MN2027), 353 (Noordelijke Rekenkamer revolverende fondsen) en 354 (Eurostat MGDD).
Per maatregel het welvaartssaldo (vóór overlapcorrectie) en daaronder elke effectregel: bandbreedte, klasse, thema, rekenregel en bron. Overdrachten en begrotingsposten staan erbij, maar tellen niet in het welvaartssaldo.
−€ 27,5 mln per jaar
Nog geen bandbreedte: één schatting
Correctie voorstellenVoor het rampscenario en de omvang van de geldstroom is nog geen bron per bedrag vastgelegd. Hieronder staan de bronnen en datapunten van de hele analyse.