De omvang van de Nederlandse veestapel is de gemeenschappelijke oorzaak van meerdere problemen die nu vaak los worden aangepakt: stikstof, mest, water, klimaat, ruimtebeslag, dierenwelzijn en gezondheid. In 2025 telde Nederland 3,64 mln runderen, 9,77 mln varkens, 87,7 mln kippen en 0,63 mln geiten op 1,79 mln ha cultuurgrond (CBS). De veestapel produceerde 74 mld kg mest met 439,6 mln kg stikstof en 141,5 mln kg fosfaat; rundvee levert ca. twee derde van de stikstof. Nederland staat 18e van 18 op stikstofoverschot (164 kg N/ha), 69,9% van de landnatuur krijgt te veel stikstof. De landbouwexport was 137,5 mld euro. Tegelijk financiert de overheid de omvang mee via regelingen (landbouwvrijstelling 1,4 mld, OVB-vrijstelling 343 mln, zuivelvrijstelling 326 mln, GLB-basisbetaling 338 mln, borgstellingskrediet 60 mln) en besteedt zij 20 mld aan de stikstofpot. PBL: zonder generieke korting van 5-10% van de dierrechten wordt het ammoniakdoel 2035 niet gehaald.
(1) Een volume dat groter is dan wat bodem, water, lucht en natuur kunnen dragen, gericht op export. (2) Publieke prikkels die dat volume en schaalvergroting in stand houden (fiscale vrijstellingen, inkomenssteun per hectare, borgstelling zonder duurzaamheidseisen, exportbevordering) - WSER 2026-011 beoordeelt ze overwegend negatief. (3) Beleid dat de uitlaten (emissies per stal, per stof) afzonderlijk reguleert en niet de omvang; plafonds dekken alleen stal- en opslagemissies, ongeveer de helft (PBL). (4) Een dreigende maar onvoorspelbare generieke korting die investeringen remt (PBL). (5) Niet-beprijsde externe kosten: beprijzingstekort landbouw 4,2 mld (MN2027).
Bandbreedte: we maken onzekerheid zichtbaar. Je ziet steeds de laagste en de hoogste onderbouwde schatting. De balk toont die bandbreedte; het streepje is de middenwaarde, als die bekend is. Klik op een bedrag om te zien waar het vandaan komt.
Deze databank is een open project: iedereen kan de cijfers controleren en verbeteren. Daarom laten we bij elk cijfer zien hoe sterk het onderbouwd is.
Correctie of aanvulling voorstellen: met de knop stuur je een e-mail met het record en de pagina al ingevuld. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd, en elke wijziging wordt gelogd.
Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.
Correctie of aanvulling voorstellenDeze analyse behandelt de omvang van de veestapel als oorzaak en stikstof, mest, water, klimaat, ruimte, dierenwelzijn en gezondheid als uitlaten. Analysis 51 (Stikstoffonds) is daarvan een deelaspect: het fonds bestrijdt vooral een uitlaat. Mandaat 10 (Biosfeer-Integriteit) is gekozen omdat de veestapel planetaire grenzen voor stikstof en fosfor overschrijdt en de economie binnen die grenzen moet passen; dit sluit aan bij analysis 26 onder hetzelfde mandaat.
Stop (overheid stopt met financieren van de oorzaak): 193 zuivelvrijstelling (326 mln); 196 OVB-vrijstelling cultuurgrond (343 mln in MN2027 voor 2027; SEO-evaluatie: niet doeltreffend en niet doelmatig, ca. 290 mln in 2026; het kabinet beperkt de vrijstelling niet tot agrariers en de Miljoenennota meldt 'reactie volgt' - source 448); 195 GLB-basisbetaling omvormen (338 mln; EU-voorstel GLB 2028-2034 oormerkt minimaal 300 mld EU-breed voor inkomens- en crisissteun met aftopping op 100.000 euro per bedrijf, nog niet vastgesteld, NL-envelop onbekend - bi 109, source 447); 197 Borgstellingskrediet alleen duurzaam (60 mln); 198 exportbevordering dierlijke bulk (LVVN Attache Netwerk totaal 20,6 mln in 2026, aflopend naar 18,5 mln; deel voor de veehouderij niet in de bron - bi 108, source 446; tegenover exportverdiensten van zuivel, eieren en vlees van 10,1 mld in 2024, dp 561). Bestaand en niet gedupliceerd: 177 landbouwvrijstelling (1.424 mln) en 176 generieke afbouw biodiversiteitsschadelijke prikkels (analysis 26).
Bron: 199 volumemaatregel - voorspelbaar krimppad van 5-10% van de dierrechten met afroming (PBL); de fosfaatoverschrijding (dp 541) en de voorbereide afroming van varkensrechten laten zien dat volumesturing al nodig is; een officiele compensatieraming of juridische toets (eigendomsbescherming) van een generieke korting is niet gevonden. 200 extensivering, grondgebondenheid en omschakeling. Bestaand: 178 sturen op gemeten emissiereductie.
Herstel: 201 uitkoop alleen met doorhalen van rechten en borging van extensief vervolggebruik, vrijval naar natuur- en waterherstel. Bestaand: 179 natuurherstel per leefgebied (herstelkosten per gebied lopen via Action 193).
Effecten van de stopmaatregelen op de omvang van de veestapel zijn in de bronnen niet gekwantificeerd (WSER noemt het effect van de zuivelvrijstelling op de melkproductie onzeker; onderzoek via Actions 189 en 190); het argument is dat de overheid de oorzaak niet meer zelf financiert. Budgettair belang is fictieve derving, geen gegarandeerde opbrengst.
Beslag: de vijf regelingen samen ca. 2,5 mld per jaar (eigen optelling van bi 93, 97, 99 (2027) en bi 100, 101 (2024); verschillende jaren, fictieve derving), plus 20,6 mln exportbevordering (totaal LAN, bi 108); de stikstofpot 20 mld cumulatief t/m 2035 (bi 49), gemiddeld ca. 2 mld per jaar (eigen berekening); ruimte: 1,79 mln ha cultuurgrond (dp 521), waarvan minstens 64% voor gras en groenvoer (dp 547) en ca. 180.000 ha (10% van het landbouwareaal) in de zones rond natuur (PBL, source 348). Daar staan exportverdiensten van zuivel, eieren en vlees van 10,1 mld (2024, dp 561) tegenover, en maatschappelijke kosten in de vorm van gezondheidsschade bij omwonenden (dp 556, 559) en milieuschade (dp 524).
Een officiele vergelijkende doorrekening van de brede-welvaartsopbrengst per euro over domeinen heen bestaat niet (uitgezocht in Action 257/258): de planbureaus beschrijven synergieen en afruilen alleen kwalitatief (source 331, p.35-38) en de Aanvulling Leidraad MKBA brede welvaart geeft alleen de methode per maatregel (source 400). Deze vergelijking blijft dus kwalitatief.
Verdrongen dossiers met een hogere of gelijke score (S+E; deze analyse 8+8 = 16): hoger - 4 Acute armoede-escalatie (10+10), 11 Boetestapeling (10+10), 3 Zorg-bureaucratie (9+8), 19 Fossiele subsidies (9+8, zelfde type schadelijke prikkel), 5 Energie-afhankelijkheid (8+9); gelijk - 43 PFAS (8+8), 46 Netcongestie (8+8). Relevant maar lager (15): 51 Stikstoffonds (zelfde budget), 34 Woningnood (ruimte en stikstof), 42 Handhaving milieuwetten, 49 Toeslagenstelsel. Scores zijn indicatieve expertscores, geen brede-welvaartsrendement.
26 (staat van de natuur; policies 176-179), 51 (Stikstoffonds; deelaspect van deze analyse), 40 (pesticiden), 42 (handhaving), 43 (PFAS, bodem en water), 19 (fossiele en schadelijke subsidies), 22 (Schiphol, stikstofruimte), 34 (woningnood, stikstof- en ruimteclaims), 60 (defensie, ruimteclaim), 45 (NII, mogelijk financieringskanaal - niet onderbouwd), 55 (arbeidsmigratie in vleesverwerking - niet onderzocht).
Stoppen of krimpen verlaagt de waarde van het onderpand van veehouders (stallen, rechten, soms grond). De vraag is wie dat verlies draagt: de staat via uitkoop, de boer via een restschuld of de bank via afschrijving. Sinds 28-09-2026 staat dit in drie concept-policies: 205 (B3 bron: wettelijke verliesdeling voor nieuwe leningen, prospectief), 206 (H2 herstel: bestaande leningen, opties A-D; keuze en bankaandeel bij Harmen, aanbeveling politician C met B als eerste toepassing, Action 275) en 208 (politieke optie: het voordeel van geldschepping afromen in plaats van vorderingen van de balans te halen). Toepassing 1 is deze analyse (policy 199/201), toepassing 2 is de afbouw van de hypotheekrenteaftrek (analysis 17).
Relaties tussen policies 205, 206, 208 en policies 199/201 en analysis 17 zijn niet vastgelegd als policy_alternative/claim (tabellen niet toegankelijk). Open punten staan in Action 274 (datascraper) en 277 (Rabobank jaarverslag 2025, MDA eind 2025).
Het groengasdossier staat in analysis 64 (subject 138 Biogas, gekoppeld aan 131 Veeteelt, 22 Biomassa en 270 Nitraat en mest). Daar staan de kosten van het huidige beleid als referentie: SDE++ 2025 voor vergisting tot hernieuwbaar gas 602 mln (policy 235) en de bijmengverplichting groen gas, waarvan mest ca. 63% van de reductie levert (policy 236; meerkosten mestdeel 306/558/810 mln/jr vanaf 2031). Ongeveer de helft van het klimaatvoordeel van mestvergisting is vermeden methaan uit mestopslag; dat beleid geeft het mestvolume een verdienmodel en botst daarmee met krimp. Stop-policy 237 (geen nieuwe SDE++ en geen BMV-meetelling voor mest uit intensieve veehouderij) is hub van pakket groengas_mest_alternatief (package 3), met policy 199 uit deze analyse als bronmaatregel (geen nieuwe krimppolicy aangemaakt). Policy 199 heeft nu effecten voor het rundvee-aandeel van 5/7,5/10% krimp: klimaat 20/107/224 mln/jr (pe 115) en NH3 88/213/391 mln/jr (pe 116); producentensurplus en frictie PM (pe 117, 118). Relaties: 199 overlapt 235 (mestbonus niet dubbel tellen), 239 versterkt 199.
Aanleiding: de Parool-opinie van Armanda Govers (source 1056; volledige tekst gelezen), die verwijst naar Lubach (source 1055, secundair). Wereldwijd gaat 39,7-40,6% van het graan naar veevoer (FAO 2022-2023, dp 986, source 1049; de '41%' klopt ongeveer) en 75-77% van de soja (dp 988, sources 1050-1051; '80%' is iets te hoog). In Nederland is dat 73-75% van het binnenlandse graangebruik (dp 987).
Bruto conversie. Van 100 g voereiwit komt als eetbaar eiwit terug: ei 25 g, melk 24, kip 19,6, varken 8,5, overig vlees (schaap en geit, niet alleen lam) 6,3 en rund 3,8 (Alexander et al. 2016, Global Environmental Change, Tabel 1; dp 980-985, source 1047). Dat is een bruto maat: al het voereiwit telt mee, ook gras, gewasresten en bijproducten die mensen niet eten. Het verlies van 75-96% uit de opinie overschat daarom wat er aan voedsel voor mensen verloren gaat.
Conversie op mens-eetbaar eiwit (tegenargument). Volgens de FAO (Mottet et al. 2017, source 1048; volledige tekst gelezen) bestaat 86% van het mondiale veevoer (6 mld ton droge stof, 2010) uit materiaal dat mensen niet eten; granen zijn 13% van het rantsoen maar wel 32% van de mondiale graanproductie (dp 989). Per kg vlees zonder bot is 2,8 kg (herkauwers) tot 3,2 kg (varkens en pluimvee, legkippen niet meegerekend) mens-eetbaar voer nodig (dp 990). Op eiwitbasis vraagt 1 kg dierlijk eiwit bij herkauwers gemiddeld ca. 0,6 kg mens-eetbaar voereiwit (graasystemen 0,2-0,5, feedlots 3,5-4,1) en bij varkens en pluimvee ca. 2,0 kg (industrieel 2,9-5,2) (dp 991). Correctie na lezing van de volledige tekst: deze cijfers tellen sojaschroot niet mee als mens-eetbaar. Telt sojaschroot wel mee, omdat het de sojateelt drijft, dan wordt het 1,0 kg voor herkauwers (geen netto eiwitwinst meer) en 4,2 kg voor varkens en pluimvee; voor gemengde rundveehouderij in OECD-landen, het dichtst bij Nederland, 0,7 zonder en 1,2 met sojaschroot (dp 999). Herkauwers plus erfvarkens en erfkippen leveren zonder sojaschroot netto ca. 4 Mt eiwit per jaar op, met sojaschroot een tekort van ca. 11 Mt (dp 1000). Voor Nederland, met 1,45-1,55 Mt sojaschroot per jaar (dp 994), is de variant met sojaschroot de relevante. Van de 2,5 mld ha voor veevoer is 57% grasland dat niet geschikt is voor akkerbouw; daarnaast gaat ca. 560 mln ha akkerland, ongeveer 40% van het mondiale akkerland, naar voer (dp 1001). Kanttekeningen: dit zijn mondiale gemiddelden met veel extensieve begrazing, en ook voer dat mensen niet eten groeit deels op grond waar voedsel kan groeien (snijmais, voergraan). De stelling uit de opinie dat plantaardig voedsel en kweekvlees geen verliezen kennen, klopt niet.
Nederland. De Nederlandse veestapel draait niet alleen op gras en reststromen. Van de mengvoergrondstoffen komt 22,1-23,6% van buiten Europa (dp 992), van het totale rantsoen is 50,2-51,2% geimporteerd (dp 993) en jaarlijks gaat 1,45-1,55 Mt sojaschroot in diervoeder (dp 994; WUR, source 1052). In Nederland gaat 64% van de cultuurgrond naar gras en groenvoer (dp 547); daarbovenop is in het buitenland ca. 2,9 mln ha nodig voor geimporteerd veevoer (WKR 2024, dp 995, source 1053), en voor het hele Nederlandse voedselpakket 4,7 mln ha buitenland naast 1,6 mln ha in Nederland (dp 996). De opinie rekent hier iets te ruim: gras en groenvoer beslaan 1,15 mln ha, ongeveer een derde van het Nederlandse landoppervlak (ca. 3,4 mln ha) en geen 'bijna de helft'; dat klopt alleen voor alle cultuurgrond (1,79 mln ha, dp 521). Ook 'buiten Nederland een oppervlakte groter dan heel Nederland' voor veevoer klopt niet: 2,9 mln ha is kleiner; alleen het WUR-cijfer voor voedsel en veevoer samen (4,7 mln ha) is groter. Het calorieensaldo uit de opinie klopt: volgens dezelfde WUR-studie importeert Nederland 74 biljoen kcal aan voedsel en veevoer en exporteert het 25 biljoen kcal (source 1054). Met een meer plantaardig dieet kan dezelfde grond volgens een WUR-model 10-18 mln mensen extra voeden (dp 997, source 1054; prognose). Het voedselzekerheidsargument voor een kleinere veestapel rust dus vooral op deze afhankelijkheid van geimporteerd voer en buitenlandse grond, niet op de bruto conversiecijfers.
Koppeling met Deloitte (alternatief 3, eiwittransitie). In The Hidden Bill (source 81) dalen de maatschappelijke kosten met eiwittransitie (bovenop biologisch en slimme innovatie) met 58%, bij vrijwel gelijke toegevoegde waarde (13,2 tegenover 13,3 mld) en met 55% minder geimporteerd veevoer (dp 953; reeks dp 951-954). Dat sluit aan bij de WUR-cijfers hierboven. De bedragvelden van deze analyse zijn niet aangepast.
Policies. Er bestaat geen aparte policy voor eiwittransitie of afbouw van veevoerimport; verwant zijn 193, 195, 199 en 245. Een perverse prikkel bij veevoer is niet gevonden: het verlaagde btw-tarief op veevoer is per 1-1-2025 vervallen (source 1057), en het EU-nultarief op soja is EU-handelsbeleid. Een heffing op geimporteerd veevoer zou een bronmaatregel zijn, geen stopmaatregel. Daarom is geen nieuwe stop-policy vastgelegd.
Gevonden in Action 268: gezondheid omwonenden en fijnstof (dp 556-559), exportverdiensten van zuivel, eieren en vlees (dp 561) en een proxy voor dierenwelzijn (dp 560). Nog open: uitgegeven fosfaatrechten melkvee (RVO; besluit over een informatieverzoek ligt bij Harmen, Action 270); een officiele monitor met kwantitatieve dierenwelzijnsindicatoren (alleen de keurmerkproxy); het aandeel van de veehouderij in de exportverdiensten (geen totaal uit dezelfde editie); monetarisering van de gezondheidsschade rond veehouderijen; compensatieraming en juridische toets van een generieke korting (policy 199; politieke en juridische beoordeling, Action 270); LAN-budget per sector; NL-envelop GLB na 2027; effect van het afschaffen van de regelingen op de veestapel (Actions 189/190); herstelkosten per gebied (Action 193); vergelijkende brede-welvaartsopbrengst per euro (bestaat niet officieel). Financiele schakel (Action 276): NL-effect van verliesdeling op rente en kredietverlening; bankaandeel in de landbouwschuld en restschulden (274); MDA en RWA Rabobank eind 2025 (277); indeling van een wettelijk opgelegde afschrijving zonder instemming van de bank onder de defaultdefinitie (EBA/ECB); omvang van het geldscheppingsvoordeel van NL-banken en opbrengst van de bankenbelasting.
S/C/E: E verhoogd van 7 naar 8 (28-09-2026). Motivering: de nieuwe gegevens tonen acute escalatie op korte termijn - fosfaatprognose 2026 boven het nationale plafond en het melkveeplafond (dp 541) met voorbereide afroming van varkensrechten, einde derogatie in 2026 met een gemodelleerd inkomensverlies van 27-51% voor melkveebedrijven (dp 544), en nitraat boven de norm zonder structurele verbetering sinds 2012 (dp 543). S (8) en C (8) ongewijzigd. Na Action 268 (28-09-2026) zijn S/C/E opnieuw beoordeeld en ongewijzigd: de gezondheidsgegevens (dp 556-559) onderbouwen S = 8, maar de omvang (landelijk ca. 841 extra longontstekingen, 19 opnamen en 8 doden per jaar) is geen reden voor een hogere schadescore; de exportverdiensten (dp 561) en de welzijnsproxy (dp 560) veranderen de complexiteit en het escalatierisico niet. Na Action 276 (28-09-2026) opnieuw ongewijzigd: de juridische, prudentiele en kredietgegevens betreffen de vormgeving van maatregelen, niet de schade, de complexiteit van het probleem of het escalatierisico.
Per maatregel het welvaartssaldo (vóór overlapcorrectie) en daaronder elke effectregel: bandbreedte, klasse, thema, rekenregel en bron. Overdrachten en begrotingsposten staan erbij, maar tellen niet in het welvaartssaldo.
€ 88 mln tot € 391 mln per jaar
Middenwaarde € 213 mln · prijspeil 2021
Correctie voorstellen€ 20 mln tot € 224 mln per jaar
Middenwaarde € 107 mln · prijspeil 2021
Correctie voorstellenDeze effecten hebben nog geen bedrag en tellen niet mee in de bedragen hierboven. Klik door naar de effectregel.