
Het kraanwater voldoet nog aan de normen, maar alleen dankzij steeds duurdere zuivering. De bronnen raken vervuild met PFAS, pesticiden, nitraat en medicijnresten door falend beleid; de KRW-doelen voor 2027 worden niet gehaald.
Nederland dacht altijd dat zijn kraanwater gezond en veilig was. Het voldoet ook vrijwel altijd aan de wettelijke normen: in 2024 voldeed 99,84% van de metingen. Maar dat lukt alleen nog door steeds zwaardere en duurdere zuivering. De bronnen waaruit we drinkwater maken (Rijn, Maas en grondwater) raken steeds verder vervuild met PFAS, bestrijdingsmiddelen en hun afbraakproducten, nitraat en medicijnresten. In 135 van de 216 drinkwaterwinningen is de waterkwaliteit een probleem. De doelen van de Kaderrichtlijn Water voor 2027 worden niet gehaald. Het kabinet erkent zelf dat de huidige PFAS-norm voor drinkwater ‘niet beschermend genoeg’ is.
Dit is geen natuurramp maar het gevolg van falend beleid: middelen worden toegelaten zonder toets aan de waterdoelen, lozingsvergunningen zijn verouderd, toezicht is reactief en het mestbeleid verbetert de waterkwaliteit al sinds 2012 niet structureel. De rekening voor extra zuivering, in de orde van vier tot tien miljard euro, komt via het drinkwatertarief bij de burger terecht in plaats van bij de vervuiler.

Het Nederlandse kraanwater voldoet aan de wettelijke normen (99,84%, ILT 2024, source 546), maar de bronnen verslechteren en de rekening voor extra zuivering ligt bij drinkwaterbedrijven en dus bij de klant. PFAS in drinkwater lag in 57% (oppervlaktewater) en 10% (grondwater) van de monsters boven de RIVM-richtwaarde van 4,4 ng PEQ/l (RIVM 2022-0149, dp 585). Om die richtwaarde voor drinkwater uit oppervlaktewater te halen is omgekeerde osmose (RO) nodig: investering EUR 4,1-6,2 mld plus EUR 23-30 mln/jr alleen aan stroom (Arcadis 2025, dp 586). Voor grondwaterwinningen in beschermingsgebieden kost TFA uit bestrijdingsmiddelen in het zwaarste scenario ruim EUR 4,4 mld plus ca. EUR 340 mln/jr (Haskoning 2026 via kabinetsbrief 2026D42909). RO geeft ca. 20% vervuilde afvalstroom waarvan de verwerking niet is doorgerekend. Slechts 4 van 23 grondwaterlichamen zijn in goede chemische toestand en 135 van 216 winningen hebben een kwaliteitsprobleem (tussenevaluatie KRW, dp 589). De drinkwatertarieven stegen in 2026 gemiddeld 4%, mede door vervuilde bronnen (Vewin).
Vervuilen is goedkoper dan voorkomen omdat de kosten worden afgewenteld: (1) het Ctgb mag bij toelating van bestrijdingsmiddelen niet toetsen aan de KRW-doelen en de feitelijke toestand van drinkwaterbronnen (Vewin, source 556), terwijl artikel 7.3 KRW (geen achteruitgang, minder zuivering) niet wordt nageleefd (source 552); (2) lozingsvergunningen kunnen voor onbepaalde tijd gelden zonder verplichte periodieke herziening (source 564); (3) er is geen wettelijk verhaalsrecht of heffing waarmee drinkwaterbedrijven de extra zuiveringskosten bij vervuilers terughalen, dus betaalt de klant via het tarief. Zie voor de bronnen de analyses 40 (pesticiden), 43 (PFAS) en 61 (veestapel/nitraat).
Het kraanwater voldoet vrijwel altijd aan de wettelijke normen. Het RIVM vindt het verantwoord om kraanwater te blijven drinken (ILT, Drinkwaterkwaliteit 2024). Dat is echter de verdienste van de drinkwaterbedrijven, niet van het beleid. Volgens de Inspectie bevatten grond- en oppervlaktewater nog te veel meststoffen, bestrijdingsmiddelen, PFAS en andere schadelijke stoffen. Ook is de huidige zuivering ‘in de meeste gevallen niet effectief genoeg’ om PFAS onder de gezondheidskundige richtwaarde van het RIVM te krijgen (ILT 2025).
De Kaderrichtlijn Water (KRW, art. 7.3) verplicht Nederland zijn drinkwaterbronnen zo te beschermen dat de benodigde zuivering omlaag kan. In de praktijk neemt de zuiveringsinspanning juist toe, omdat de bronnen niet meer aan de normen voldoen. Nederland voldoet daarmee niet aan artikel 7.3 (Koepelrapport tussenevaluatie KRW, Kamerstuk 27625-696, 2024). Een landelijke inventarisatie (RIVM 2020) liet zien dat de waterkwaliteit in 135 van de 216 drinkwaterwinningen een probleem is: vrijwel alle oppervlaktewaterwinningen en de helft van de grondwaterwinningen.
Sinds 12 januari 2026 geldt een Europese norm van 100 ng/l voor de som van 20 PFAS. Nederland haalt die. Maar het RIVM adviseert een veel strengere richtwaarde van 4,4 ng/l (PFOA-equivalenten), afgeleid van de gezondheidskundige grenswaarde van EFSA.
Een belangrijke bron is industriële uitstoot. Rond Chemours in Dordrecht oordeelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid dat overheden reactief optreden en dat de bewijslast voor schadelijkheid bij de overheid ligt. De Raad adviseerde het voorzorgsbeginsel zwaarder te laten wegen bij het vergunnen van persistente stoffen (OVV 2023). De rechtbank Rotterdam oordeelde in 2023 dat Chemours aansprakelijk is voor schade door zijn PFAS-uitstoot. In Vlaanderen concludeerde een parlementaire onderzoekscommissie dat 3M in Zwijndrecht PFAS in de Schelde loosde ‘zonder melding, zonder vergunning’, en dat de overheid tekortschoot (NOS 2022). Zie de MKBA-analyse PFAS.
In vrijwel al het oppervlaktewater dat als bron voor drinkwater dient, worden bestrijdingsmiddelen een of meer keren boven de norm aangetroffen. In ongeveer 25% van het grondwater voor drinkwater ligt de concentratie boven de norm (CLO/RIVM). Het drinkwater zelf blijft vrijwel steeds onder de norm, maar alleen door extra maatregelen en zuivering.
Oorzaken in het beleid:
Zie de MKBA-analyse Pesticiden.
Volgens het RIVM is de waterkwaliteit sinds 2012 niet structureel verbeterd. Het is ‘zeer onwaarschijnlijk’ dat het huidige beleid de doelen van de Nitraatrichtlijn haalt. Op landbouwpercelen bevat het uitspoelingswater gemiddeld 65,5 mg nitraat per liter op zand en 83,5 mg/l op löss, bij een norm van 50 (RIVM Nitraatrapportage 2024). In ongeveer 20% van de grondwaterwinningen zijn nitraat en de daardoor vrijkomende stoffen nikkel en sulfaat nu of straks een probleem. Afgesproken was dat 34 kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden in 2025 onder de norm zouden zitten. Met de vrijwillige aanpak wordt dat in een groot deel van die gebieden niet gehaald (Vewin 2024). Sinds 2026 heeft Nederland geen derogatie meer en geldt de Europese norm van 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare; het 8e actieprogramma Nitraatrichtlijn is uitgesteld tot uiterlijk 1 juli 2027 (Kamerstuk 33 037, nr. 641 en nr. 645). De uitwerking staat in het subdossier Nitraat en mest. Zie ook de MKBA-analyse Veestapel.
Medicijnresten: jaarlijks komt minstens 190 ton medicijnresten in het oppervlaktewater terecht. Mogelijk komt daar 50 tot 500 ton bij doordat afbraakproducten in het water terugvormen tot de oorspronkelijke stof. Van 19 geneesmiddelen zijn de risicogrenzen voor waterleven overschreden (RIVM 2020). Volgens RIWA-Rijn stijgt de vracht uit rioolwater nog steeds. Dat is in strijd met het Rijn-doel van 30% reductie (RIWA-Rijn 2025).
Microplastics: hier past nuance. Rivierwater bevat 12 tot 450 deeltjes per liter, maar de zuivering verwijdert 80–99%. Kraanwater levert minder dan 1% van onze totale inname; flessenwater bevat meer (KWR/drinkwaterbedrijven, H2O 2025). Microplastics zijn een bron- en milieuprobleem, maar geen hoofdroute via de kraan.
Het aantal stoffen boven de streefwaarden voor drinkwaterbronnen (European River Memorandum) in de Rijn steeg van 64 (2023) naar 75 (2024) en 86 (2025). Die stijging komt deels doordat er meetpunten bij zijn gekomen (RIWA-Rijn). Daardoor kunnen de drinkwaterbedrijven geen drinkwater meer maken met eenvoudige, natuurlijke zuivering. De Maas levert drinkwater aan ruim zeven miljoen mensen in Nederland en België. Volgens RIWA-Maas zijn lozingsvergunningen er verouderd en ontbreekt een volledig overzicht van lozingen.
Ook als alle geplande maatregelen worden uitgevoerd, haalt Nederland de goede toestand van grond- en oppervlaktewater in 2027 naar verwachting niet. Tellen de eisen voor drinkwaterwinningen mee, dan verkeren slechts 4 van de 23 grondwaterlichamen in goede toestand. De KRW-toetsing mist bovendien PFAS, medicijnresten en veel industriestoffen: de getoetste stoffen verklaren maar 30% van de giftige belasting van het water (Koepelrapport tussenevaluatie KRW 2024).
Drinkwatertarieven zijn wettelijk kostendekkend, dus extra zuivering betaalt de burger via de waterrekening. In 2026 stegen de tarieven gemiddeld 4%, mede omdat ‘de kwaliteit van de bronnen vaak onvoldoende’ is (Vewin). Het aandeel van vervuiling in die stijging is niet becijferd. De ramingen voor de toekomst:
De ramingen gaan over verschillende bronnen en scenario’s en zijn niet een-op-een op te tellen. Samen wijzen ze op een orde van grootte van €4 tot 10 miljard aan investeringen, plus honderden miljoenen per jaar. Omgekeerde osmose levert bovendien een sterk vervuilde afvalstroom op van circa 20% van het water.
Het resultaat: de kosten verschuiven van de vervuiler naar de drinkwaterklant, en de bronnen worden elk jaar vuiler.
Stop: geen PFAS-bestrijdingsmiddelen meer in grondwaterbeschermingsgebieden. Volg het Deense voorbeeld van uitfasering.
Bron:
Herstel: laat de vervuiler betalen voor de sanering en de extra zuivering, en richt een chemiefonds op.
Uitwerking in de analyses Pesticiden (voorstellen stoppen en bronaanpak), PFAS (chemiefonds, vervuiler betaalt) en Veestapel (nitraat; zie ook het subdossier Nitraat en mest). In Truetopia is schoon bronwater het uitgangspunt, niet een steeds duurdere zuiveringsinstallatie.
We ordenen oplossingen in drie stappen. Eerst voorkomen dat de schade groter wordt, dan de oorzaak wegnemen, en pas daarna repareren wat er al misging.
Voorkom dat het probleem groter wordt.
Nog geen voorstel in deze stap. Doe een voorstel
Repareer de schade en pas je aan.
Nog geen voorstel in deze stap. Doe een voorstel
Voor dit dossier is nog geen maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) beschikbaar. Burgerplatform weegt maatregelen op brede welvaart: niet alleen geld, maar ook gezondheid, leefomgeving, bestaanszekerheid en de gevolgen voor volgende generaties, volgens de leidraad van CPB en PBL. Heb je cijfers of bronnen? Laat het ons weten.